Mijn lijst met blogs

donderdag 13 januari 2011

013

Dit tafereel kan per 24 januari ook bij de AH plaatsvinden, maar nú al bij de C1000.

In het tochtportaal van de C1000 zag ik ze staan. Kinderen die iedere klant – of ze nu een boodschappenwagen vol levensmiddelen naar buiten duwen, zware uitgerekte plastic zakken dragen of een enkel product onder de arm – vragen: “Heeft u voetbalplaatjes?”
Ik dacht even: “Als ik straks met een  voetbalplaatje naar buiten wandel, zeg ik dat ik geen plaatje heb, want ik kan niet één kind uitkiezen uit zo’n groepje”.

Toen de caissière zei: “Dat is dan € 9,45” was mijn probleem opgelost. Bij C1000 krijgen klanten per besteed tientje een voetbalplaatje! Hoe dat straks bij de AH is, weet ik eigenlijk niet…
Met een half plastic tasje boodschappen liep ik naar buiten en zag ‘m staan. Helemaal alleen; de rest was al naar huis of had het gewoonweg opgegeven. Hij had stekeltjeshaar, grote bruine ogen, de oren waren ietsje van het hoofd geplaatst en zijn melkgebit was al deels uitgevallen, maar nog niet helemaal vervangen door grote-mensen-tanden.

Waarom stond dat potje crème dat ik zoek niet in het schap?
Waarom heb ik een half volkoren meegenomen, en geen heel?
Waarom haal ik mijn yoghurt steevast bij de Turkse winkel naast mij en niet voor één keer in deze supermarkt?

Of

Had ik nu maar die impulsieve aankoop bij de kassa gedaan!
Dat leuke blauwe blikje met frisse smints.

Dan hadden er twee blije mensen in het tochtportaal gestaan.

woensdag 12 januari 2011

012

In mijn ooghoek zie ik ze vandaag zomaar voorbij schieten. Tijd om heel goed te kijken, heb ik niet, want ik moet letten op de oplichtende, rode achterlichten voor mij. Maar heel lang kijken is ook niet nodig. In een aantal seconden zijn ze gescand: stevige betonnen sokkels met daarop drie wanden van beveiligd glas in een raamwerk.

Wat doen ze daar met ’n drieën midden in een weiland?
Wie heeft ze daar neergezet?
En vooral: waarom?
Zouden ze te koop zijn?

Een zoekopdracht op Marktplaats levert zowaar nog vijf ‘hits’ op.
Drie aanbiedingen vallen af: het blijken geen levensgrote te zijn, maar miniatuurexemplaren,  voor liefhebbers van het maken van een miniatuurlandschap. Ze zijn er, bouwers van een echte eigen wereld. Meestal rijdt er dan trouwens door het landschap een treintje…
De drie aanbiedingen moesten ook wel mini’s zijn, want voor drie tot viereneenhalf euro koop je natuurlijk geen echte abri.

De drie abri’s die ik vandaag verlaten in een weiland zag staan, worden niet te koop  aangeboden op deze veiligsite, wat nog niet wil zeggen dat ze niet te koop zijn.

Stiekem hoop ik dat ze in het weiland blijven staan.
En dat er op een ochtend zomaar een vrouw in een van die drie abri’s zit, met een tas naast haar op de grond. Het hoofd naar links: uitkijkend naar een bus.
Ze weet niet exact hoe laat de bus komt, want bij deze drie abri’s staat geen haltepaal met vertrektijden. ’s Middags wanneer ik, op weg naar huis, weer langs de abri’s rijd, zit ze er niet meer.

Ik heb geen miniatuurabri’s in een miniatuurlandschap nodig om een eigen wereldje te creëren.

dinsdag 11 januari 2011

011

Het is een vreselijk programma en natuurlijk geldt dan ook voor mij: kijk er dan niet naar! Het hoeft niet!
Maar het is soms zo lekker nietszeggend: even met een bord op schoot, in het vuur starend, hersenen op inactief, de werkdag ‘verwerken’ en langzaam de vrije avond inglijden. En dat kan prima met RTL Boulevard, want dat is over het algemeen nietszeggend geklets.

Toch zat ik laatst ineens rechtop: men toonde een foto van iemand in zwembroek…
Nee, ik zat niet rechtop omdat ik een meneer in zwembroek shocking, spannend, of opwindend  vond of vind. Van vreemde meneren in zwembroek word ik niet warm of koud. Daar moet ik uiteraard het bekende cliché aan toevoegen: tenzij het mijn eigen lief betreft, ofcourse!
Terug naar het punt, dat ik wilde maken.
De enige reden voor het tonen van de foto was: de gefotografeerde meneer – de zanger Michael Bublé – heeft geen sixpack, is geen sportschooltype, maar heeft een paar pondjes teveel volgens ‘de maatstaven’. Dat was het hele item: iemand even in de zeik nemen omdat ‘ie wat zwaarder is. Even in 10 seconden iemand belachelijk proberen te maken en dat was het…

Moet ik nog toelichten hoe belachelijk dit korte item was? Lijkt me niet.

Is er dan niemand op die redactie die denkt: “Misschien moeten we iedereen – mager, slank, volslank, gezet, dik – gewoon in zijn/haar waarde laten en met respect behandelen”???
Is er dan niemand op die reactie die denkt: “So what, hoe iemand er in zwembroek uit ziet”???
Is er dan niemand op die redactie die denkt: “Ik weet niet welke idioot deze foto heeft gemaakt, maar ik zou niet weten wat we met deze foto kunnen of moeten”???

Eigenlijk heb ik geen woorden voor deze belachelijke 10 seconden, en wil er dan ook verder geen woord meer aan vuilmaken!

maandag 10 januari 2011

010

Vrijdagmiddag is mijn vrijwilligerswerkmiddag en ga ik naar ‘het mannetje’. Voor wie mijn Bildtstalige blog van 26 juni 2010 op mijn Hyves-pagina (zó 2010, Hyves) niet heeft  gelezen of kunnen lezen, een Nederlandstalige samenvatting van het eerste deel van die tekst:

Nadat ik was gestopt met mijn vrijwilligerswerk als bestuurslid van openluchttheater Dronrijp moest ik op zoek naar ander vrijwilligerswerk. Moeten? Ik vond en vind van wel. Wie gezond is, van lijf en leden, mag zich best belangeloos inzetten voor de maatschappij. Iedereen kan twee uurtjes per week vrijmaken. Of iedereen dat wil, is iets anders… het kan wel!

Ik wilde ander vrijwilligerswerk, met héél weinig raakvlakken met mijn eigen werk. En ik wilde vrijwilligerswerk waarbij ik direct resultaat zou kunnen zien: een blij mens. Ik ben vrijwilliger bij het Rode Kruis geworden als bezoeker van senioren of mensen met een beperking. Twee uurtjes per week bij iemand op visite om te kletsen, te wandelen (achter de rolstoel), thee te drinken, boodschappen te doen. Het is maar wat de ander wil.

Bij het Rode Kruis heb ik een soort van contract ondertekend waarin staat, dat het niet de bedoeling is, uit de school te klappen over de ‘cliënt’. De privacy mag niet geschonden worden. Zelfs tegen mijn lief zeg ik nooit de naam van mijn ‘cliënt’ maar spreek ik altijd over ‘het mannetje’. Maar met inachtneming van zijn privacy, kan ik best iets vertellen over een vrijdagmiddagbezoek.

Afgelopen vrijdag vond ik het mannetje nogal somber. Waarom, weet ik niet. De kerstdagen waren goed verlopen: kerstavond was ‘ie naar de kerk geweest, 1e Kerstdag kwamen de dochter en schoonzoon op bezoek, 2e Kerstdag was hij naar diezelfde dochter en schoonzoon geweest om te eten, hij had een gezellige oudejaarsviering in het bejaardenhuis gehad én ook nog een leuke nieuwjaarsbijeenkomst. En op nieuwjaarsdag had ‘ie visite gehad van familie. Ook had hij de afgelopen dagen een leuke groepsreis geboekt!
Maarja, activiteiten en familiebezoek wil niet per definitie zeggen dat iemand niet somber kan zijn.


Nu was het afgelopen vrijdag wel wéér om somber van te worden: grijs, hele dag schemerig, waterkoud, tegen het regenen aan. Dus toen we een straatje om  waren, zei ik daar iets over in de trant van: “Geen weer om vrolijk van te worden.”

Zegt ‘ie heel droog: “Nee, dan moet je jezelf kietelen, om het nog wat leuk te maken.”

Dan lig ik écht in een deuk!
En moet ‘ie ook wel weer lachen om zichzelf.
Kijk, dat zijn van die kleine dingen, die het zo ontzettend leuk maken.

zondag 9 januari 2011

009

Vorig jaar had ik een scheurkalender. Uiteraard hing ‘ie daar waar negen van de tien Nederlanders zo’n ding ophangen, namelijk in het toilet. Ik had geen ‘humorkalender’ waar ik negen van de tien keer dan de humor niet van inzie, maar de kalender van Onze Taal.
Dat klinkt wellicht als een Nederlandse taalfanaat, iemand die niet van Engelse woorden houdt enzo, maar dat valt mee hoor. Alhoewel: aan het verkeerd gebruik van ‘hun’ in plaats van ‘hen’ erger ik mij mateloos. En dat wordt dus écht heel vaak verkeerd gebruikt. Mijn lief heeft diezelfde ergernis, dus wanneer wij naar tv kijken en wéér een ‘hun’  horen waar ‘hen’ gezegd moet worden, zeggen we in koor: “HEN”.

Anyway (zie wel, ik vind een Engels woord helemaal niet storend), om de zoveel dagen besteedde de scheurkalender aandacht aan krantenkoppen en zinnen uit advertenties, die door een fout of door het ontbreken van bijvoorbeeld een komma, héél grappig worden (ik gebruik overigens wel eens wat teveel komma’s, maar beter eentje teveel, dan eentje te weinig).
Vandaag dacht ik: aandacht besteden aan teksten op verpakkingen of in gebruiksaanwijzingen en bijsluiters was óók een aardig item (of: 'onderwerp')  geweest. Niet om de schrijver of vertaler af te zeiken – gemakkelijk scoren ten koste van iemand anders – maar gewoon omdat iets ‘leuk’ of ‘grappig’ is.

Misschien dat ik dit jaar regelmatig aandacht kan besteden aan wat opvallende taaldingetjes (zonder de Paulien Cornelisse te willen uithangen).

Vandaag heb ik een blik soep opengetrokken. Dat doe ik niet zo vaak, maar er zijn momenten dat een kommetje soep heel lekker is,bijvoorbeeld wanneer een boterham niet in de maag blijft…
Ondanks dat blikvoer bijna een eeuw goed blijft, wilde ik toch even de houdbaarheidsdatum checken (alweer een Engels woord). Op de wikkel stond: Ten minste houdbaar tot: zie bodem.
Sorry hoor, maar de bodem van een blik zit toch écht aan de binnenzijde. Voor een bodem is diepte nodig. Als ik de wikkel letterlijk had genomen, had ik eerst het blik moeten opentrekken en moeten legen in een pannetje, om te kunnen controleren of de inhoud van het pannetje in de prullenbak gekieperd had kunnen worden of dat ik het vuur onder het pannetje kon aansteken. Waarschijnlijk had ik na het openen van het blik al gezien en geroken, of de inhoud nog goed was. Dus dat graven naar de bodem was dan al helemaal niet meer nodig geweest.

Natuurlijk snap ik wel dat er werd bedoel: Ten minste houdbaar tot: zie onderzijde van dit blik.
Maar dat stond er niet! 

zaterdag 8 januari 2011

008

De voorbeelden van uitglijders op Twitter worden breed uitgemeten in kranten, op televisie, radio en internet. Er wordt sowieso héél veel over Twitter en andere social media gevonden, gezegd en geschreven. Over de zin en onzin, over de snelheid, over het effect op intermenselijke contacten.
Waar ik nog niet heel veel over heb gehoord en gelezen (maar dat kan óók aan mijn zoekgedrag liggen) is humor en grappige toevalligheden.

Op 6 januari plaatst StevenStegen de volgende Tweet: 
Wie heeft er echt verstand van CV-installaties? Ik zoek een deskundige. Please RT

Een vrij onschuldige zin. Ik heb trouwens inmiddels begrepen (ik Twitter nog niet zo lang) dat wanneer je iets vraagt, je de tweet kunt afsluiten met #durftevragen.
Er zijn blijkbaar mensen die regelmatig zoeken op de hashtag #druftevragen. Een soort notoire hulpverleners, een soort Supermensen die boven de aardbol zweven en niet te hulp schieten wanneer ze een ‘help’ of ‘SOS’ horen, maar ‘durf te vragen’.

Ik dwaal af.

De tweet van Steven Stegen is waarschijnlijk praktisch ingestoken (zijn CV-ketel is kapot?), maar wordt ontzettend grappig, wanneer deze tweet op mijn Twitterpagina toevallig boven het volgende bericht staat van de Leeuwarder Courant:   
Tien CV's gestolen in Heerenveen

Althans, vind ik grappig.

Donderdag 6 januari was sowieso een humorvolle dag – denk ik – want ’s avonds twittert André Donker het volgende:

Meer aandacht voor #stoplichthinder goed voor mens en dier. Geeft de nacht haar nachtrust terug. pls RT

Iedereen snapt dat hij het heeft over ‘laat het donker donker’, ‘laat de nacht nacht zijn’ en ‘denk bewust na over alle verlichting’. Kan het wat minder? Of zouden kassen en open stallen ook zo afgeschermd kunnen worden, waardoor het licht wel binnen z’n ding doet, maar niet effect heeft op buiten?

Doordat hij gebruik maakt van een hashtag – en dan moeten alle woorden aan elkaar geschreven worden – staat er stoplichthinder. Dat kun je lezen zoals bedoeld: stop-lichthinder. Maar de klemtoon kan ook anders: stoplicht-hinder.
Ik had heel even de neiging om te zeggen: “Ik erger me ook altijd mateloos in de auto wanneer ik weer eens onnodig lang bij een verkeerslicht moet stilstaan.”
Maar heb het toch iets minder flauw geformuleerd (hoop ik):
Verwarrend hoor dat aaneen schrijven. Dacht even hinder van het stoplicht = stoplicht-hinder. Ook héél vervelend.

Mensen kunnen zich enorm gaan ergeren aan Twitter – dan moeten ze er vooral niks mee doen – maar ze kunnen ook met een positieve blik Twitter ‘afsneupen’. Maakt het leven zoveel leuker en grappiger!

vrijdag 7 januari 2011

007

De nu volgende tekst is niet harteloos, kil of kwetsend bedoeld. Het gaat om de nuancering, en ik hoop dat die nuance overkomt.

Hoewel sommige (zeer jonge) mensen er in doorschieten is het goed om regelmatig de WAAROM-vraag te stellen. Vandaag dacht ik ‘WAAROM?’ toen ik weer eens de SIRE-spot ‘Ik ben er nog’ op de radio hoorde. Deze SIRE-boodschap komt regelmatig op radio en tv langs en gaat over het ‘verschijnsel’ dat 1 op de 4 mensen uit iemands leven verdwijnt wanneer die ‘iemand’ een dodelijke ziekte heeft.

Eigenlijk stelde ik twee keer de WAAROM-vraag.
1.       WAAROM heeft SIRE hier een campagne voor ontwikkeld? Wat is het doel van de campagne?
2.       WAAROM neemt 25% geen contact meer op met die dodelijk zieke?

Via www.sire.nl kwam ik op de site www.ikbenernog.nl en las daar onder andere:
(…)
Uit de praktijk blijkt namelijk dat 1 op de 4 je de rug toekeert wanneer je dodelijk ziek wordt. 1 op de 4 mensen keert je de rug toe… en dat gaat dan niet om die ene buurman van drie straten verderop, maar echt om vrienden met wie je lief en leed gedeeld hebt.
Dit is niet alleen een kwestie van onwil, sommige mensen willen zich gewoon niet opdringen. Of weten zich geen raad met de situatie. De dood is immers nog steeds het meest onbegrijpelijke fenomeen van het leven.
Maar hoeveel begrip je ook voor deze onmacht kunt opbrengen, het is onaanvaardbaar om er in te berusten.
(…)
Met de campagne ‘Ik ben er nog’ wil SIRE dit pijnlijke onderwerp bespreekbaar maken. Als boodschap vanuit dodelijk zieken, om aan te geven dat ze wel degelijk nog in het leven staan. Maar ook vanuit omstanders, om dodelijk zieken een hart onder de riem te steken met het gegeven dat ze er nog zijn voor ze. Alles leidt uiteindelijk naar de oproep: stap niet uit het leven van een dodelijk zieke.

Ik snap de achtergrond en de intentie van de site.
Ik snap ook absoluut dat het pijnlijk is, juist op momenten dat iemand steun en vriendschap nodig heeft, dat iemand het contact laat verwateren of zelfs verbreekt.
Maar wat ik mis, is een volledig antwoord op de vraag: WAAROM stapt iemand uit het leven van de zieke? Ik kan namelijk nog wel een aantal redenen bedenken behalve ‘onwil’, ‘niet willen opdringen’ en ‘geen raad weten met de situatie’. Want zover reikt de opsomming van de SIRE-campagne.

Bijvoorbeeld:
-          een situatie of persoon verandert dermate, waardoor de klik tussen de twee mensen binnen de relatie totaal weg is. Wanneer een geheel andere, ingrijpende verandering voor een andere relatie had gezorgd, was het contact ook geëindigd of verwaterd;
-           degene die weg blijft, blijft om een héél andere reden weg. De schoonvader is namelijk ook ziek en de nieuwe baan vraagt meer energie dan de vorige baan. Er wordt een verband gezien met de ziekte, maar dat verband is er helemaal niet. Ook zonder ziekte was het contact (tijdelijk) op een lager pitje gezet;
-          degene die wegblijft, trekt het emotioneel niet. Een ernstige ziekte heeft óók z’n weerslag op de omgeving. Draait het alleen om de gevolgen van de ziekte voor de zieke, of tellen de gevolgen en de gevoelens van de naasten ook mee?

Dit zijn nog maar drie voorbeelden, ik kan serieus nog wel een aantal bedenken.

Ik kan en wil geen oordeel geven over alle mogelijke redenen. Ieder moet voor zichzelf keuzes maken, als er al sprake is van een keuze. Wanneer iemand emotioneel iets niet trekt, is dat wellicht ook iets dat iemand overkomt en waar hij/zij niet voor heeft gekozen… Het is niet aan mij om te zeggen dat de ene keuze beter of slechter is dan de andere keuze, belangrijker of juist ondergeschikt.

SIRE doet dat wel, die spreekt van ‘onaanvaardbaar’.

Het is jammer dat door de gekozen insteek van de campagne, naar mijn idee niet het doel bereikt wordt, dat beschreven staat, namelijk: het onderwerp bespreekbaar maken. Er wordt alleen maar met een bestraffend vingertje gewezen: slechte wegblijvers!

Ik denk dat de insteek beter had kunnen zijn: 1 op de 4 blijft weg. WAAROM (blijft u weg)?

Moge deze blog alsnog het onderwerp bespreekbaar maken.

donderdag 6 januari 2011

006

Ik kan het niet helpen, maar iedere keer wanneer ik iemand op radio of tv de naam hoor zeggen van de afgebrande chemiefabriek in Moerdijk, heb ik de associatie: Mummy pak. Ik weet wel dat de schrijfwijze Chemie Pack is, maar ze zeggen zo nadrukkelijk ‘Pak’.
De  ie-klank (chemie-mummy) versterkt die associatie.

En sinds vanochtend, iets na 07.00 uur, heb ik nog een associatie.
Radio 1, Maino Remmers beschrijft de situatie:
“Gemmie Pak. Vertrouwde omgang met chemische producten staat  er nog trots op het gedeelte wat nog overeind staat. Eerst melden bij de receptie staat er naast de poort. Maar het bedrijfsterrein zelf
lijkt veranderd in een luguber zwembad met een zwarte paarsige vloeistof.
(…)
Brandweermensen staan er nog omheen, volop. Dikke brandslangen liggen er over het bedrijfsterrein. En op het bedrijfsterrein zelf daar is een sloopkraan bezig om gedeelten van het bedrijf om te gooien, uit elkaar te trekken, in ieder geval, ja dat wat er nog staat, vakkundig tegen de grond te werken.
(…)
Eigenlijk is er niks meer van over. Volop sloopkranen er omheen. Ik zie er nu nog eentje staan trouwens.
(…)
Hier en daar gloeit het nog wat na, zou ik het willen noemen.
(…)
Ik ruik een beetje een geur van ja, verpakkingsmateriaal, een plastic, kartonachtig, een weeïge geur. Wat je wel ruikt wanneer je een nieuw apparaat uit de doos haalt.
(…)
Er staat nog wel een meetwagen van de brandweer. Een stukje terug.
(…)
Navrant is het natuurlijk wel, het bedrijf, ‘t is eigenlijk niet meer dan een karkas geworden met heel veel witte plastic bekertjes hier in de berm.”

Van de bijdrage van Maino, live vanuit Moerdijk, meer dan twee minuten en veertig seconden blijft mij bij: de uitspraak van ‘Gemmie Pak’ én de vele plastic bekertjes in de berm. Achtergelaten door de hulpverleners.

De brand in Moerdijk: een jongentje gewikkeld in WC-papier op een berg zwerfvuil…

woensdag 5 januari 2011

005

Het is alweer een aantal weken geleden, dat ik ineens op een avond een vreemd geluid hoorde.
Het was een bijzonder, hoog geluid, buiten, aan de achterzijde van het appartement.
Toen ik de achterdeur opende was er zelfs sprake van een mooi kabaal: honderden zwarte vogeltjes hadden de bomen van de stadsbinnentuin gevonden.

Ik had zoals Tommy Wieringa de Basisgids Flora en Fauna van Nederland kunnen raadplegen… als ik die had gehad.
Schoonmoeders weet álles van bijna alle dieren dus die kon mij vertellen dat het hier spreeuwen betreft. Ach ja, natuurlijk. Heel diep verstopt, ergens in mijn hoofd, zat  de term ‘spreeuwenzwermen’ nog. Honderden zo niet duizenden dansende vogels, die samen een mooi ballet uitvoeren. Een aantal jaren geleden zag ik het voor de eerste keer, toen ze boven en rond het Rengerspark zwermden, waardoor de bewoners van de omliggende straten zich alleen met een paraplu op of regenpak aan, op straat konden begeven.

Dat zwermen heb ik hier nog niet meegemaakt; daarvoor kom ik dan weer net te laat thuis van het werk. En in het weekend ben ik blijkbaar nooit tegen schemering op straat…
Best jammer,  want op internet vond ik een artikel over de honderdduizenden spreeuwen die in de herfst zwermen boven Rome, en daarin werd gesproken over: Een spektakel, een gratis schouwspel. Een spiritueel ogenblik. Een blik in de hemel, een stap in het paradijs.

Doe mij die blik in de hemel en de stap in het paradijs maar. Kan mij er totaal géén voorstelling van maken, dus wanneer de spreeuwen in de stadsbinnentuin dat op simpele wijze kunnen voordoen, lijkt mij dat top!

Tot dat moment blijf ik gewoon wel lekker genieten van het gekwetter.
Best gezellig.

dinsdag 4 januari 2011

004

De commercial van telsell.com van ruim een jaar geleden was en is écht tenenkrommend. De Nederlands ingesproken, van origine Amerikaanse, commercial is onrealistisch en over the top.

“Vanaf nu kunt u de afstandsbediening gebruiken of heerlijk een boek op de bank lezen, heerlijk warm en comfortabel.
Gebruik uw laptop zonder dat u het koud krijgt of geniet van een snack terwijl u lekker warm blijft.
<peep> is gemaakt van een ultrazachte dikke en luxueuze fleece met oversized mouwen, zodat u uw armen en handen kunt gebruiken en toch kunt genieten van de warmte in huis, zonder dat u uw kachel op een hogere stand hoeft te zetten.
<peep> is supergroot en comfortabel in één maat die iedereen past. Nooit meer last van koude voeten.
Perfect om bijvoorbeeld snel even iets uit de keuken te pakken.
Dus nu kunt u uw baby makkelijk in uw armen houden of samen met uw huisdier op de bank terwijl u een boek leest of tv kijkt.
<peep> is ook perfect voor buitenactiviteiten. Lekker comfortabel en warm blijven terwijl het ’s avonds buiten fris wordt of tijdens sportevenementen.”

En dit zijn nog maar een aantal heel rare zinnen uit de twee minuten durende commercial waarvan de tekst héél snel ingesproken is. Dus er wordt een vat vol belachelijke voordelen van dit geweldige product in 120 seconden over de kijker gestort.

Enig idee welk product er wordt aangeprezen?
Natuurlijk wel: de Snuggie! Wie kent ‘m niet!

De fleecedeken met mouwen, die men in de commercial niet alleen over zich heen legt, maar ook gewoon met het hele gezin draagt op de tribune bij een buitensportwedstrijd. Zoals gezegd: onrealistisch en over the top.

En toch… an sich… voor een kou-kleum…

Helemaal geen rare uitvinding toch? Geef toe, beste lezer. Wanneer de commercial niet zo belachelijk was geweest, waardoor er niets voor nodig was om ‘m belachelijk te maken… dan lag u deze tekst nu te lezen, lekker warm en comfortabel, met laptop op schoot… onder een Snuggie.

Net zo lekker warm en comfortabel als de tekst is opgesteld… met laptop op schoot… onder een <peep>. 

maandag 3 januari 2011

003

Ik houd van afwass…  correctie!
Ik houd helemáál niet van afwassen, maar ik houd van het fenomeen: ‘samen met iemand, elders afwassen’!

Ik weet niet beter, dan dat er vroeger op een verjaardag binnen de familie, na de koffieronde, twee vrouwen opstonden - bijvoorbeeld mem (moeder voor niet-Bildtstaligen) en tante – die dan tegen de gastvrouw – bijvoorbeeld een nichtje – zeiden: “Zullen we even de afwas doen?”
De gastvrouw zat dan niet aan het eind van het verjaardagsfeestje met een aanrecht vol afwas en ze kon de gasten ondertussen voorzien van de volgende ronde: drank en hapjes. Drie dames die om elkaar draaiden in de keuken, en álles ‘even’ bespraken.

Bleef men bij de familie eten, dan werd er ná het eten wéér afgewassen door twee dames. De vrouw des huizes zei dan steevast: “Zet alles maar op de tafel en dan zet ik het zo wel in de kastjes!”
En dan werd tóch geprobeerd, om alles op de juiste plek in de kastjes en laden weg te zetten en weg te leggen. Het vinden van de plek voor borden, kopjes, glazen en het reguliere bestek, dat was nog wel te doen. Het werd lastig, wanneer er een vergiet, tupperwarebakje, snijplank en taartschep bij de vaat zat… dus die werden dan alsnog op de tafel gelegd. Of er werd nog even geroepen richting kamer: “En waar moet het thee-ei liggen? Gewoon in de linker la?”

Ineens moest ik denken aan dat sociale (vrouwen)gebeuren, toen ik gisteren tot twee keer toe de droogdoek van de CV pakte, bij zus thuis. Een keer om de koffiekopjes, schoteltjes, lepeltjes en vorkjes af te drogen vóór het eten, en een keer na het eten voor het drogen van de borden, bestek, vergiet  en ovenschaal.
Wanneer ik bij zus ben – dat was in het verleden héél vaak, zeker in mijn depri-studententijd toen ik vele nachten bij zus en zwager op de bank heb geslapen, en nu kom ik er zeer regelmatig – kan het niet zo zijn, dat zij óf alleen de afwas doet of dat iemand anders met haar de afwas doet en ik toekijk. Ik heb al zó vaak met en bij haar de afwas gedaan, dat ik ook al heel lang niet meer hoef te vragen, waar alles ligt en staat. Ik ken de keukenkastjes van haar net zo goed als m’n eigen.

Komende zomer plaatsen ze bij zus een nieuwe keuken…
Gisteren toch maar eens gevraagd of er een afwasmachine in geplaatst wordt.
“Waarschijnlijk wel.”

Maar ik durf nu wel te beweren, dat die niet wordt gebruikt wanneer ik weer eens mee-eet.
Want dat is niet gezellig!    

zondag 2 januari 2011

002

Een paar dagen geleden viel ‘ie weer op de mat: de aanslag grafrechten. Sinds hait en mem (vader en moeder voor de niet-Bildtstaligen) er niet meer zijn, sta ik als contactpersoon geregistreerd bij de gemeente Het Bildt en krijg ik jaarlijks de acceptgiro in de bus. En ieder jaar vergeet ik tegen mijn zussen te zeggen dat het bedrag weer is overgemaakt… en om daar dan maanden nadien nog eens op terug te komen.
Kortom, door mijn eigen laksheid wisten mijn zussen überhaupt niet dat ik jaarlijks een bedrag betaal(de) voor de graven van onze ouders. Maarja, om dat nog een dikke 30 jaar zo te blijven doen… dat leek mij onlangs toch wat té. Dus deze week maar eens verteld, dat er zoiets bestaat als een aanslag grafrechten. Nou prima natuurlijk dat we die lasten met ’n drieën dragen! Geen probleem.

En zo kwam het gesprek op de vragen:
-          hoe lang houden we die graven nog aan? Hmm… lastige vraag…
-          hoe vaak komen we eigenlijk nog op de begraafplaats?
-          waarom gaan we naar de begraafplaats?

Mijn zus zei heel eerlijk, dat ze eens per jaar op de begraafplaats komt om te kijken hoe het met de hortensia gaat, die ze op het graf heeft geplant. Als ik het bij mezelf houd: het eerste jaar na het overlijden van mijn vader ging ik regelmatig naar het graf. Plukte ik wat onkruid uit de grond, stak ik een waxinelichtje aan en plantte ik af en toe wat bloemetjes. Na deze ‘tuinierderij’ rookte ik een sigaret en vertrok ik weer. En dat voelde toen goed. Ik heb nog steeds een Gardena-tuinschepje in de kofferbak liggen voor mijn bezoekjes aan de begraafplaats. Maar de laatste keer dat het schepje uit de kofferbak is geweest, kan ik mij niet meer herinneren. En roken doe ik al bijna twee jaar niet meer.

Oudejaarsdag ben ik nog op de begraafplaats geweest. Ik wist niet wat ik er moest doen, of ik er iets zocht, zo ja wat dan, en wist  ik dat ik er in ieder gaval niets had gevonden en zou vinden.
En natuurlijk werd ik verdrietig toen ik na dat bezoek in de auto stapte en ‘Father and Friend’ van Alain Clarke op de radio hoorde. Maar ik word altijd verdrietig wanneer ik dat nummer hoor.

Als ik héél eerlijk ben, was ik Oudejaarsdag bij het graf omdat a. de acceptgiro weer vers binnen was en b. ik het met mijn lief over een héél ander graf had gehad op een héél andere begraafplaats, dat er wat verwaarloosd bij lag deze zomer. Toen dacht ik: “Dan mag ik óók wel weer eens bij hait en mem kijken, want geen idee of het daar inmiddels een wildernis is geworden…” Hait mis ik namelijk op andere momenten en op andere plekken.

Mijn zus zei vanmiddag: “Hait en mem hebben een plekje in mij; ik vind hen niet op de begraafplaats.”
Ik ben het daar volledig mee eens.

Dus om op de eerste vraag – hoe lang houden we de graven nog aan – antwoord te geven: waarschijnlijk nog een aantal maanden en dan gaan we over naar de volgende fase. Omdat hait en mem gecremeerd zijn en de urnen begraven zijn, kunnen we hen bijvoorbeeld - heel symbolisch - een stukje meer loslaten, door de as van hen beiden uit te strooien. We moeten het er nog maar eens even over hebben met z'n drieën.

Zo kreeg het gesprek ineens een geheel andere wending, een heel goede wending.
De tijd was er rijp voor.

zaterdag 1 januari 2011

001

Ze wil nog één keer zoute bonen op 1 januari maken, vertelt ze op Tweede Kerstdag. Oma. Ze is niet mijn oma, maar als ik nog een oma zou hebben gehad, zou ze absoluut zo moeten zijn als deze vrouw. Een vat vol herinneringen en wijsheden, maar inmiddels ook een vrouw die af en toe een woord kwijt is, of een anekdote voor de derde keer vertelt. Dat mag vanaf een bepaalde leeftijd.
En een vrouw met melancholie. Wanneer ze zegt dat ze nog één keer zoute bonen wil maken, klinkt dat als een aangekondigd afscheid van een voltooid leven.

Het is gezellig in het kamertje in de serviceflat. Oma zit met een witte wijn op de bank en laat het klaarmaken van de aardappelen, zoute bonen, twee soorten worst en vet spek, over aan haar zoon. De kleinkinderen reiken de tuc-koekjes en de toastjes aan. Het opscheppen en het prakken van de aardappelen laat ze over aan de schoondochter. Ook mogen de kleinkinderen de afwas doen.
Want oma wíl wel heel graag zoute bonen maken én de gastvrouw zijn, maar dat gaat niet meer. En dat valt niet mee.

Het fototoestel blijft in de tas, ondanks de gedachte die maar blijft rondspoken: nog één keer, de laatste keer. In de auto terug naar huis geeft Brad Paisley zingend het antwoord op de vraag waarom dit moment niet op de gevoelige plaat vastgelegd hoeft te worden: Who needs pictures with a memory like mine. Nummer 3 op de bijna gelijknamige cd. En in dat geheugen zit oma die zegt dat ze een hele mooie middag heeft.

vrijdag 31 december 2010

0/365

In 2011 zal ik, zoals een aantal jaren geleden, iedere dag 'iets' schrijven. Dat is een 'opdracht' aan mezelf. Morgen - 1 januari 2011 - de eerste echte blog in een reeks van 365. Ben zelf ook zeer benieuwd waar ik het komende jaar over zal schrijven. Veel leesplezier!