Mijn lijst met blogs

vrijdag 5 augustus 2011

186

Wie mij zo’n anderhalf jaar geleden voor het laatst heeft gezien zal misschien denken: “Waar heeft ze het over!” Want ik denk dat ik de laatste 20 jaar ‘te boek’ heb gestaan als slank tot soms een beetje te slank. Bij tijd en wijle had ik zelfs een wat scherp, ingevallen koppie.
Maar dat is sinds zo’n jaar zeker niet meer het geval. Anderhalf jaar geleden toen ik stopte met roken had ik een bmi van 19,6 en zat ik circa drie kilo onder mijn ideale gewicht. Volgens de theorie dan hè! Ik voelde mij prima, dus ik vond mijzelf toen niet te licht. Het gaat er tenslotte vooral om, hoe iemand zichzelf voelt, nietwaar!
Zo’n 18 maanden na het stoppen is mijn bmi gestaag gestegen naar 22,6. Dat is volgens de theorie nog steeds niet te zwaar… maar wel vijf kilo boven het statistische ideale gewicht. En vooral: een aantal kilo te veel volgens de meetlat ’Forina’s gevoel’.
Voor het eerst in mijn leven ben ik te zwaar, voel ik me te zwaar en wil ik afvallen. Dat is nieuw voor mij.

Afgezien van de ijsjes van La Venezia en de wel hele zoete Zonnatura-thee kan en moet ik het niet hebben van een ander eetpatroon. Ik ben geen snaaier of snoeper, drink geen liters frisdrank, haal nooit patat, bestel bijna nooit pizza, ben niet dol op taartjes en zo. Met het eten zit het best oké.
Ik weet donders goed dat ik het moet hebben van bewegen! Ik hoef niet eens te schrijven ‘méér bewegen’ want ik beweeg überhaupt niet, dus ik moest er maar eens mee beginnen...
Ik stap over het algemeen ’s ochtends in de auto, rij naar het werk, neem plaats op een bureaustoel en nestel mij vervolgens in de auto terug naar huis. Het aantal keren in de maand dat ik dan ’s avonds even wandel of fiets, is op een hand te tellen. De laatste keer dat de squashrackets uit de kolenkit in het halletje zijn geweest, kan ik mij niet eens meer herinneren… Niet best!

Nu zijn er voldoende manieren om te bewegen, maar het moet ook een beetje leuk en praktisch zijn. Ik heb hele perioden gewandeld: training Slachtemarathon, training Bewegen voor Overleven, gewandeld van Sint Jacobiparochie naar Hasselt (OV) in zes dagen… maar wandelen is behoorlijk tijdrovend. Een beetje flinke, stevige wandeling duurt zo twee uren. Daarnaast is wandelen best een beetje suf… er zit niet heel veel actie in.
Fietsen vind ik wat dat betreft veel leuker, ware het niet dat ik steevast ontzettend veel zadelpijn krijg én een doof been. Ik heb al drie verschillende zadels geprobeerd, maar alle drie waren geen succes.
Squashen vind ik best leuk, maar niet pas om 20.30 uur ’s avonds. Op zaterdagavond- of zondagmiddag is de squashbaan niet geopend, terwijl dat voor ons ideale tijden zijn.
Kortom, genoeg redenen (en smoezen) om bepaalde manieren van bewegen af te keuren.

Gisterochtend zag ik ineens ‘het licht’!
Wat vond ik ook alweer het aller-, allerleukst en mooist om te doen?
Wat heb ik echt een hele poos gedaan, individueel en met anderen?
Tochten maken op mijn inline skates!

Dus vanochtend maar weer eens in de meterkast gedoken. Dit keer dus niet om een stop te verwisselen maar om van onder een koeltas en een plastic zak met donkerblauwe laarzen, mijn super-Bauer’s te vissen!
Nu lagen die skates niet helemaal zonder reden onderin… van een aantal wielen waren de lagers niet goed (meer) en dat betekende dat het skaten wel héél zwaar was geworden. Gewoon niet-leuk-héél-zwaar… Ooit had ik geïnvesteerd in hele dure titaniumlagers die eigenlijk rolden als een natte krant en toen was ineens de lol van het skaten even helemaal weg.
Maar in de meterkast lag óók een plastic zak met extra skatewielen en twee sets lagers. Ik zocht de beste van de beste uit en wisselde een paar lagers.
Tsja en nu zijn de skates eigenlijk wel weer klaar voor een mooi tochie. Reden te meer om maar even héél snel te herstellen.
Dat is het enige positieve aan geopereerd worden en moeten ‘rondhangen’ om te herstellen: ik heb zo’n zin om intensief te bewegen!

185

Het was even stil op de blogpagina 365… geen vakantie, maar een lichamelijk akkefietje waarvoor ik even onder het mes moest, een nachtje in het MCL mocht vertoeven en waarvan ik in mijn ogen best lang moet herstellen. Laptoppen ging even niet, met pen en papier schrijven wel, dus het ‘bloggen’ ging min of meer door…
180 t/m ? zijn ‘ziekteblogs’

Tijdens de meest recente cursus prozaschrijven op Terschelling vertelde iemand over het boek dat ze nu aan het schrijven is. Een boek over haar moeder en onder andere de periode dat ze zich enorm in de steek gelaten voelde door haar. Het was de periode dat ze als kind in een sanatorium lag tussen allemaal volwassenen om te herstellen van tbc.
Als kind heb ik nooit echt heimwee gehad, zover ik mij kan herinneren. En iemand die echt heimwee heeft gehad, kan zich dat volgens mij héél goed herinneren… Ondanks dat ik het gevoel van heimwee en in de steek gelaten worden niet ken, kan ik van zo’n verhaal tranen in de ogen krijgen. Zó zielig, zo’n klein ongelukkig meisje.

Ik moet aan het verhaal denken terwijl ik op een met kussens gevulde bank lig, in de tuin, onder een parasol. Het is niet mijn bank, het zijn niet mijn kussens, het is niet mijn tuin. Ik ben twee dagen in ‘mijn eigen sanatorium’, mijn ‘privé-kliniek’, mijn ‘herstellingsoord’.

Na ruim een week rondhangen in mijn eigen appartementje in de binnenstad, word ik de omgeving en het doelloos omlummelen en liggen behoorlijk zat. Wanneer de weersverwachtingen na een maand zomerregen positiever worden, belt schoonmoeders met een geweldig goed idee: waarom kom ik niet een paar dagen bij haar logeren, zodat ik lekker in de tuin, in de zon verder kan herstellen? Een aanbod dat ik niet kan en wil laten liggen!

De tuinbank is helemaal schoongeschrobd met sodawater, de hoezen van de kussens zijn fris gewassen. Naast de tuinbank staat dus de parasol en een tuintafeltje. Glaasje water er op, stapel tijdschriften, puzzelboekjes en een literaire thriller. Hond ligt half onder de tuinbank en legt af en toe even zijn kop op mijn buik: aaien graag! En gezelligheid.
Perfect!

Wat had ik dat kleine meisje graag dít gegund.

donderdag 4 augustus 2011

184

Het was even stil op de blogpagina 365… geen vakantie, maar een lichamelijk akkefietje waarvoor ik even onder het mes moest, een nachtje in het MCL mocht vertoeven en waarvan ik in mijn ogen best lang moet herstellen. Laptoppen ging even niet, met pen en papier schrijven wel, dus het ‘bloggen’ ging min of meer door…
180 t/m ? zijn ‘ziekteblogs’

Hij ligt al in de brievenbus! Volgens Bol-punt-com zouden er wel vijf tot acht werkdagen overheen gaan, en volgens mij zitten we nog niet eens op werkdag vijf. Maar ik zou ook zomaar de tel een beetje kwijt kunnen zijn…

Tijdens de vakantie op Mallorca hadden we voor het eerst een huurauto met usb-poort, zodat we naar muziek konden luisteren van Ipod (mijn lief) en mp3-speler (ikke, verschil moet er zijn nietwaar!). De overlap zat in Bruce Springsteen, waarnaar we diverse keren luisterden als eerbetoon aan saxofonist Clarence Clemons. Hij overleed de dag voor onze vakantie, op 18 juni op 69-jarige leeftijd aan de gevolgen van een beroerte. The Big Man was niet meer…
Maar er waren ook heel veel verschillen in de meegebrachte muziekbestanden. Zo kon ik mijn lief laten kennismaken met het nummer Workin’ for a living van Huey Lewis & Garth Brooks. Dat is ook het enige nummer met een kuntryman dat ik ooit bij hem zal introduceren denk ik , want verder kan ik alleen maar van hem leren. En zo leerde ik Blackberry Smoke kennen! Het werd dé muziek van deze vakantie.

Nu had ik natuurlijk een kopie kunnen laten maken van de cd van mijn lief, maar ik houd niet van (illegale) kopieën. Daar gaat de muziekindustrie aan kapot. En zo zocht ik Blackberry Smoke op Bol-punt-com op en bestelde ‘Little piece of dixie’. Als herinnering aan een hele fijne vakantie, maar vooral om heel hard te draaien in de auto!

Beetje jammer dat ik voorlopig nog niet kan autorijden. Grrr.
Maar gelukkig is de cd liggend op de bank ook ‘helemaal leuk’.
Aanrader.

183

Het was even stil op de blogpagina 365… geen vakantie, maar een lichamelijk akkefietje waarvoor ik even onder het mes moest, een nachtje in het MCL mocht vertoeven en waarvan ik in mijn ogen best lang moet herstellen. Laptoppen ging even niet, met pen en papier schrijven wel, dus het ‘bloggen’ ging min of meer door…
180 t/m ? zijn ‘ziekteblogs’

De afspraak stond al zo lang en ik wilde ‘m niet afzeggen omdat het de laatste keer zou zijn bij deze specialist. Na de zomer zou hij namelijk met pensioen gaan (of vervroegd stoppen, geen idee van welke regeling hij gebruik ging maken).

Omdat ik ruim twee dagen na de operatie nog niet bepaald mobiel ben en niet kan autorijden is uit ‘de hulptroep’ zus ingevlogen om mij naar de specialist te rijden. Op mijn verzoek heeft ze een doosje ‘merci’ gekocht voor de vertrekkende darmspecialist, zodat ik hem kan bedanken voor de goede zorgen! Ze heeft er nog heel subtiel een extra strikje opgeplakt. “Mocht wel hè?”
Omdat er wel eens een verband zou kunnen bestaan tussen de Colitis Ulcerosa (zie ook blog 040, waarin overigens staat dat ik geen medicijnen neem, maar dat heeft nog geen maand geduurd hoor. Vond de specialist niet zo verstandige move, dus ik neem ’s ochtends weer trouw mijn granu-korreltjes) en het akkefietje waaraan ik geopereerd ben wil de specialist me binnen drie maanden weer op spreekuur hebben. “Maar dan bent u hier toch niet meer werkzaam? Ik heb vandaag een klein afscheidscadeautje meegenomen!”
Tsja… de opvolging is nog niet rond, dus hij blijft voorlopig nog twee dagen in de week waarnemen… Uiteindelijk komt het hoge woord er uit… hij wil eigenlijk ook helemaal nog niet stoppen met werken.
Woehoe! Ik blij! Ik ben namelijk zeer gesteld op deze bijzondere meneer, die in eerste instantie heel zakelijk en stug lijkt – een echte ouderwetse wetenschapper – maar waarbij het mij toch iedere keer weer lukt om hem te ontdooien.

Ook al heeft hij de operatie van ruim twee dagen geleden niet uitgevoerd, vraag ik toch raad over de behoorlijk grote, open wond die ik drie keer daags moet schoonmaken. Een nogal pijnlijke bezigheid.
“Sodawater! Die jongere artsen willen daar niet aan omdat het niet wetenschappelijk bewezen is, maar ik zeg altijd sodawater of Biotex. Ik weet alleen niet meer of het de blauwe of de groene Biotex is.”
Nou,dan hoef ik toch niet verder uit te leggen waarom ik blij ben dat deze ‘ouwe’ specialist nog even blijft! Geweldig!

woensdag 3 augustus 2011

182

Het was even stil op de blogpagina 365… geen vakantie, maar een lichamelijk akkefietje waarvoor ik even onder het mes moest, een nachtje in het MCL mocht vertoeven en waarvan ik in mijn ogen best lang moet herstellen. Laptoppen ging even niet, met pen en papier schrijven wel, dus het ‘bloggen’ ging min of meer door…
180 t/m ? zijn ‘ziekteblogs’

Ik val van de ene in de andere verbazing, nu ik gedwongen thuis lig en de dagen moet slijten met bijvoorbeeld lezen, sudoku’s maken en tv kijken. Die verbazing ontstaat tijdens het zappen op tijden waarop ik normaalgesproken nooit televisie kijk.
Om mensen warm te maken voor de digitale zender Consumenten24, wordt een aantal programma’s op Nederland 2 vertoond. Op Consumenten24 zijn bekende en minder tot niet-bekende consumentenprogramma’s (terug) te zien zoals Kassa,  Radar, Keuringsdienst van Waarde, de groeten van Max en allerhande programma’s over producten, consumeren en consumenten. Best interessant… tot er een soort ‘talkshow’ wordt gestart. Presentator/gespreksleider Floris Wijers heeft een producent in de studio en het blijkt een maker te zijn van een product waar je héél lang over kunt praten… de stofzuiger. Althans, deze twee heren kunnen eindeloos praten over filters, over stofzuigerzakken, over de stofzuigers zonder zakken…

Ik word er lacherig van…

Naast de tv is – zo liggend op de bank – mijn smartphone mijn grote vriend. Op het internet zoek ik naar Floris Wijers die ik nog nooit eerder heb gezien op tv en die mij heeft verbaasd omdat hij zo’n lang gesprek kan voeren over stofzuigers. Op de site van Consumenten24 wordt Floris voorgesteld:

Floris Wijers wist al op jonge leeftijd wat hij wilde worden: balletdanser. Zijn droom werd werkelijkheid; hij studeerde af aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en danste aansluitend een aantal jaar bij Ballet du Nord, een Frans gezelschap waarmee hij optrad in Frankrijk en daarbuiten (ondermeer New York).
Terug in Nederland, schreef hij voor diverse bladen over dans. Na een avondstudie aan de HEAO, werkte hij jarenlang als trainer communicatievaardigheden en schreef diverse boeken over communicatie- en managementtechnieken.
In 1995 startte Floris bij televisie- en internetproducent Cameo Media, waar hij verschillende functies bekleedde. Zeven jaar later maakte hij de overstap naar de VARA. Floris presenteert sinds 2005 het Consumentennieuws en andere programma’s op Consumenten24.

Nah, ook wel weer verbazend (of verrassend).

181

Het was even stil op de blogpagina 365… geen vakantie, maar een lichamelijk akkefietje waarvoor ik even onder het mes moest, een nachtje in het MCL mocht vertoeven en waarvan ik in mijn ogen best lang moet herstellen. Laptoppen ging even niet, met pen en papier schrijven wel, dus het ‘bloggen’ ging min of meer door…
180 t/m ? zijn ‘ziekteblogs’

Ik lig op mijn rug en kijk naar de lampen aan het plafond. Het is koud in de ruimte.
Links wordt pijnstilling in het infuus in mijn hand gespoten. Het doet pijn.
Rechts wordt een bloeddrukmeter om mijn arm geschoven.
Er worden dingen op mijn borst geplakt. Iemand legt een warm dekentje over mij heen.
Er wordt met mijn benen geschoven.
De deuren aan de andere zijde van de ruimte gaan open. Er komt bij de groep van vier vrouwen, een man. Net voordat ik een opmerking zou maken over women power, mijn gebrek aan power dan even niet meegerekend.  De man neemt een checklist met mij door.
En dan: “Is het team er klaar voor?” Alle dames zeggen “ja”. De dame met het donkerste haar komt als eerste in actie. Ze spuit iets in de linkerhand. En ik ben weg.

De voorbereidingen voor mijn eerste narcose leken plaats te vinden in een ruimteschip…

180

Het was even stil op de blogpagina 365… geen vakantie, maar een lichamelijk akkefietje waarvoor ik even onder het mes moest, een nachtje in het MCL mocht vertoeven en waarvan ik in mijn ogen best lang moet herstellen. Laptoppen ging even niet, met pen en papier schrijven wel, dus het ‘bloggen’ ging min of meer door…
180 t/m ?  zijn ‘ziekteblogs’

Na twee weken extreme moeheid en groeiende pijn ging ik naar de huisarts. Hij schreef een soort van antibiotica voor maar voorspelde al min of meer dat het niet meer zou baten en dat een gang naar de chirurg waarschijnlijk de volgende stap zou zijn. Drie dagen later – op zaterdag – wist ik genoeg: de pijn werd alleen maar erger en wachten tot maandag zou niet meer ‘gaan’. Om tien over drie kon ik bij de huisartsenpost, gevestigd in het Medisch Centrum Leeuwarden, terecht.

De citymarketingslogan van de stad waarin ik woon is, ‘Kijk, dat is het mooie van Leeuwarden’.
Wat is het mooie van Leeuwarden dan? De betreffende zaterdag dat ik naar de huisartsenpost moest kon ik het niet vertellen! Wél het vervelende: bruggen die lange tijd open staan voor een vaarevenement, waardoor het wegverkeer in de binnenstad en een behoorlijke cirkel er omheen volledig stil staat en ontregeld is. Mijn lief kon niet in de auto bij mij komen en mij vervolgens naar het MCL rijden omdat in genoemd gebied alle auto’s een grote file vormden. Een taxi bellen had geen nut, want die stonden ook vast, evenals de bussen. Enige mogelijkheid: op de fiets door de regen, ook al deed fietsen erge pijn…
Ik ben wel zo wraakzuchtig om te denken: gelukkig is dat hele bootjesevenement van 23-25 juli door de regen volledig in het water gevallen! Net goed! En dan ook nog durven te  melden ‘dat de verwachte verkeerschaos was uitgebleven’! Nou beste mensen, het was wel degelijk een verkeerschaos op de weg door openstaande bruggen. En ik heb geen idee hoe brandweer, ambulance en politie toen snel ter plaatse kwamen of konden komen. Hebben de bedenkers van dat bootjegebeuren daar überhaupt over nagedacht?

Anyway, na een pijnlijke rit op de fiets kwam ik totaal verregend bij de huisartsenpost aan, waar ik snel werd geholpen door een ‘doorpakkende’ huisarts. Na de woorden: “Door naar spoedeisende eerste hulp” moest ik even een controlevraag stellen… “Nu?”
“Ja, nu”.
O-ké… en ik dacht aan mijn arme lief die zich zat op te vreten in de auto, vastzittend in/door ‘het mooie van Leeuwarden’.

maandag 18 juli 2011

179

Boven de stad hadden zich donkergrijze (zo niet zwarte) wolken samengepakt, toen ik vanaf de Wâldwei richting Leeuwarden reed. Een keer geparkeerd voor de deur, waren ze gescheurd… en kon ik bijna niet anders dan wachten in de stilstaande auto. Wat een water! Toen het spoelen overging in stevig regenen rende ik naar huis, waar ik in de schemerige kamer op het lichtknopje drukte… en hoorde ‘Poef’. Ook zag ik een klein vonkje, dat boven de vloer al was gedoofd. Van de plafonnière met drie halogeenlampjes, brandde er geen een. De kans op het knappen van drie ‘bolletjes’ tegelijk is ongeveer zo groot als twee branden in twee verschillende tv masten op dezelfde dag, schat ik zo in. Dit kon maar een ding betekenen: geen elektriciteit meer.

Ik ben niet héél goed voorbereid op een ramp. Zo heb ik van hét noodpakket de volgende onderdelen niet in huis: lucifer die tegen water kunnen (wel gewone lucifer), drie liter water per persoon (wel liters Roosvicee in pak, cranberrysap, Dubbel Fris, Coca-Cola en Orangina), radio op batterijen (wel de radio, niet de batterijen), EHBO-spullen om hulp mee te verlenen (ik heb alleen pleisters), reservesleutels van huis (die heb ik her en der in bewaring gegeven), een lijstje met de telefoonnummers en adressen van mogelijke schuiladressen (huh? Schuilkelders zijn er toch niet meer?), desinfecterende handgel (wel gewone handzeep dat ik met cola kan afspoelen…) en een rampenplan….

Maar een zaklampje op batterijen heb ik wel onder handbereik!
En zo bestudeerde ik acht jaar na het betrekken van dit appartement, voor het eerst de meterkast eens echt. Bleek dat er nog écht sprake was van een stoppenkast… met een gesprongen stop…
Een hele stop had ik dus ook niet op voorraad liggen… (Ja ik weet dat de officiëlere naam ‘zekering’ is maar ik vind een ‘stop’ veel mooier!)

Lang leve de bouwmarkt die van maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 21.00 uur geopend is en een wereld aan stoppen heeft. Ik had de gesprongen meegenomen, want ik had al gerekend op meerdere varianten, en zocht de juiste uit (Ampère: check! Volt: check!).
Thuis keek ik eerst, met het zaklampje in de mond, de plafonnière na, draaide de nieuwe stop er in, zette de stroom weer op die groep en…
Gelukt!
Elektra én licht!

Toch fijn dat het in een keer goed ging: de theorie meegekregen van thuis en de natuurkundeles, in de praktijk brengen!
Voelde me best een beetje stoer…

zondag 17 juli 2011

178

Daar was ze weer: de restaurantrecensente met slechts een eigen smaak/mening en weinig waren- en wijnkennis!

Gisteravond was het de ‘It’s summer ladies evening’ in Leeuwarden. Dat klinkt misschien als een heel groots evenement, maar het was juist een feestje van een klein gezelschap. Samen met een vriendin (de hoofdtaart) bedacht ik een aantal weken geleden op een jazzfestival, dat we voor de zomer  nog eens ‘op stap’ zouden gaan. Dat is samen heel leuk, maar ook met meerderen. En zo deden we een hyves- en emailbericht uit naar andere meiden, die we kennen van de tijd dat we zeer vaak - zo niet elke dag - naar de sociëteit van studentenvereniging Wolwêze gingen. De een was al op vakantie, de ander was naar de zwarte cross, een derde had al een afspraak staan, waarop de ‘de vangst’ werd: eten met zijn zessen. Een prima aantal! Zo kun je zowel een gesprek met elkaar aan tafel voeren als meerdere tegelijk.

Na wat heen en weer gemail kreeg de hoofdtaart de schone taak om een restaurant uit te zoeken, omdat twee cupcakes niet verder kwamen dan ‘ik vind alles best hoor!’
Sinds enige tijd is eetcafé Het Leven weer open (na een faillissement) en nieuw leven moet een kans krijgen, dus dat werd onze bestemming! Vooraf de menukaart bekijken was niet mogelijk geweest, omdat de vernieuwde website nu nog uit een homepage bestaat met alleen de openingstijden en het adres. Maar tot voor kort, in het pre-internettijdperk keek ik nooit vooraf naar de menukaart en liet ik mij gewoon ter plaatse verrassen, dus dat was helemaal geen probleem.

Het was best vreemd: was het eetcafé voor het faillissement een in de categorie ‘knus, gezellig, veel donker hout, warm aangekleed’. Nu waren de wanden en de toog wit en grijs, en leken de tafels van afvalhout in elkaar getimmerd door een enthousiaste knutselaar. De donkere houten bistrostoelen hadden plaatsgemaakt door gekleurde, kunststof exemplaren. Een van het gezelschap beweerde dat de verbouwing waarschijnlijk nog niet klaar was… maar dat was toch echt niet het geval. Dit is Het Leven nu…

Ondanks dat het natuurlijk om het bijkletsen ging, was de kwaliteit van het eten en drinken ook best belangrijk. Even in het kort:
- de kaart was best uitgebreid. Als niet-vleeseter-maar-wel-vis had ik echt volop keus;
- het aantal spel-, tik-, interlinie-, spatie- en vormgevingsfouten op de kaart is echt ontelbaar. Omdat de kaart tevens placemat is (en andersom) hoeft een gesprek nooit stil te vallen. Het samen zoeken van alle fouten kan altijd nog;  
- witte wijn en rosé horen koud te zijn, en dan is het niet handig (en gebruikelijk) dat de fles na het uitschenken van het eerste glas, ongekoeld op de bar wordt weggezet;
- het brood op het broodplankje was prima, lekker zacht, voelde heel vers aan;
- de zalm van mijn voorgerecht smaakte naar helemaal niets. Het was een bijzonder waterige zalm. Wanneer ik het geblinddoekt had gegeten had ik – bij wijze van spreken – gegokt op watermeloen;
- ondanks dat een tafelgenoot had verzocht, de gefrituurde uiringen weg te laten bij haar hoofdgerecht, zaten ze er gewoon bij;
- een tafelgenoot had een mond vol graten terwijl zij kabeljauwfilet had besteld. Mijn scholfilet was overigens prima;
- bij het afrekenen aan de bar bleek deze helemaal vol te staan met vieze, gebruikte glazen. Dat zag er niet zo netjes uit…

Was er dan helemaal niets goed? Het gezelschap was prima en de jongeman die ons bediende was bijzonder aardig en enthousiast.

Toch denk ik dat ook dit tweede leven niet heel lang zal zijn.
En dat is toch best sneu.

zaterdag 16 juli 2011

177

Het was niet dat er nog geen 100 netten op tv waren en we wel naar dit programma ‘moesten’ kijken. Hait, zus en ik zagen oprecht uit naar de wekelijkse uitzending van ‘Van Gewest Tot Gewest’. Iedere week werd een aantal ‘opmerkelijke’ verhalen uit de regio gebracht, met daarin mensen die de buren zouden kunnen zijn. Op en top de kracht van regionale televisie op landelijk niveau. Een reportage werd ‘aangekondigd’ door langzaam in te zoomen op de kaart van Nederland. Op een gegeven moment verscheen dan de plaatsnaam. De grote vraag, de spanning in het programma was dan ook: zwenkt de camera naar het Noorden, naar een plaats in Fryslân? Een waar wij wel eens waren geweest?

Mijn liefde voor Van Gewest van Gewest ontbrandde in 1976. Ik moest nog vijf worden… Het waren de beelden van het vallen van de torenspits van de Bonifatiuskerk tijdens een orkaan, die enorme indruk maakten.
Gisteren moest ik ineens aan die beelden denken en aan Van Gewest tot Gewest door het vallen van de spriet van de televisiemast bij Hoogersmilde. In no-time stonden er gisteren beelden op internet.

Vandaag ben ik op zoek geweest naar de beelden van 3 januari 1976. Helaas geen tientallen hits, maar uiteindelijk vond ik een item op de site van het Fries Film Archief. Jammer de bammer... net niet de juiste software om het filmpje te bewonderen, en om die nu aan te schaffen voor drie en een halve minuut… nou nee.
Maar het is ook geen ramp. Ik heb de beelden die 35 jaar geleden door Van Gewest tot Gewest werden uitgezonden, nog wel voor ogen. Samen met het goede gevoel van samen tv-kijken.

vrijdag 15 juli 2011

176

Al een aantal weken ga ik iedere vrijdagmiddag (vakantie uitgezonderd) naar een lieve mevrouw in een woonzorgcentrum. Zij is ‘alweer’ mijn derde ‘cliënte’ sinds ik mij als vrijwilliger heb aangemeld bij het bezoekproject van het Rode Kruis. De eerste ‘cliënt’ werd zo actief dat hij eigenlijk niet meer binnen de doelgroep van het project viel; er waren grof gezegd ‘schrijnender gevallen’ die bezoek zouden moeten krijgen. Mijn tweede cliënte overleed (93, een respectabele leeftijd), waarna ik kennismaakte met mijn huidige ‘cliënte’. Een hele lieve, schattige mevrouw die al behoorlijk dementerend is, maar iedere week weer bijzonder blij is wanneer ik er ben. Mijn naam kan en zal ze niet onthouden, maar ze herkent mij (nog) wel.

Besef van tijd heeft ze niet, maar één ding weet ze wel: iedere dag om 14.30 uur komt er iemand van de verzorging langs om haar naar toilet te brengen. Iedere week vertelt ze dat ze dat verschrikkelijk vindt. De eerste keer dat ze vertelde dat ze het zó verschrikkelijk vindt, dacht ik dat ze bedoelde dat het op vaste tijd / commando naar toilet gaan zo verschrikkelijk is. Of: het afhankelijk zijn van de verzorging en niet naar toilet kunnen gaan wanneer ze dat zelf wil. Of: het moeten dragen van inleggers vanwege die combinatie ‘vast tijdstip’ en ‘hulp nodig hebben’. 
Maar nee, dat was niet het vervolg van haar opmerking: “Daardoor kom ik altijd zó laat in de zaal (voor het theedrinken) en dan kijkt iedereen mij aan. Denken ze dat ik zo laat ben omdat ik lang op bed heb gelegen. Maar zo lang ik hier woon ben ik ’s middags niet naar bed geweest.”
En dat klopt, deze 80-plusser doet niet aan middagdutjes!

En zo blijven de gedachten van de lieve, schattige mevrouw mij verrassen.
En blijft het verdrietig dat ze iets erg naar vindt.

175

Vorige week blogde ik in nummer 170 over het opzeggen van het lidmaatschap van boekenclub ECI en voorspelde dat ik nog wel eens hierover zou kunnen gaan bloggen. Of om te vertellen over het mislukken van de opzegging óf juist over het – tegen alle verwachtingen in – gladjes verlopen van de opzegging. Op blog 170 kreeg ik één reactie – gelukkig schrijf ik voor mezelf en niet voor het bereiken van een vooraf gesteld aantal lezers, want dan was ik misschien allang gestopt – en die was als volgt:

D'r folge nag minstens 10 pogingen om dy dochs weer as lid te krijen, met extra beloaningen omdatst soa lang lid weest bist en oh ja se telle dyn jaren gewoan deur ast dochs weer lid worst. Maar na 'n paar jaar geve se 't op en bist frij om overal, foor feul minder geld, te kiezen út feul meer boeken....
  
Ook voor niet-Bildtstaligen is volgens mij die reactie gewoon te lezen.
Precies een week later: tatteretaaa! De eerste witte envelop in de bus met de rode letters ‘ECI’ er op.
Ik mag écht altijd weer terugkeren bij de club. Ik mag zelfs ook zonder lid te zijn (tegenwoordig heet dat VIP) gewoon boeken, cd’s en dvd’s bij ECI bestellen op de website. Maarja, dan mis ik inderdaad wel die enórme korting die VIP’s kunnen opbouwen…

Nou ik heb even gekeken, maar nu de ECI-winkel in Leeuwarden is gesloten, zou ik boeken inderdaad moeten bestellen op de website en dat betekent dat er verzendkosten bij de bestelling komen… die hoger zijn dan de – in 14 jaar – opgebouwde korting! Met andere woorden: ik loop wel even naar de binnenstad waar ik in minstens twee heel grote boekenzaken véél meer keus heb én goedkoper uit ben. Ik heb toch niet zomaar het lidmaatschap opgezegd! Daar heb ik toch over nagedacht!

Anyways, de eerste van minstens tien pogingen is binnen!
Wordt vervolgd.

woensdag 13 juli 2011

174

Ja, ook ik ga het vandaag even over het weer hebben. Want tsjonge jonge wat een water afgelopen nacht en de hele dag! Ik heb op het werk een mooie plek aan het raam – dat is bij mij op het werk niet voor iedereen weggelegd, want er is een ‘binnen- en een buitenring’ en ik zit aan de buitenkant – en het is volgens mij geen seconde droog geweest! Overigens, dat ambtenaren de hele dag koffie drinken en naar buiten kijken is écht een fabel (ik drink namelijk de hele dag kruidenthee, oh wat een flauwe grap), dus het zou kunnen dat het toch heel even niet heeft geregend…
Ergens hoorde ik vandaag twee mensen over het weer praten – wie heeft het er vandaag niet over gehad – en ze zeiden iets over de hondsdagen. Vanavond tóch maar eens op Wikipedia gekeken naar wat die hondsdagen nu precies inhouden, want ik kom niet verder dan dat wanneer het op een bepaalde datum mooi weer is, de hondsdagen ook mooi zijn. Maar… is het op een bepaalde datum slecht weer, dan blijft dat een bepaalde periode aanhouden. Maar wat is nu precies die datum? En hoe lang is die periode van mooi/slecht weer precies?

Uiteraard kan iedereen die het voorgaande heeft gelezen nu zelf even naar Wikipedia surfen, maar als een soort van service heb ik de tekst al even gekopieerd én ingekort. Tussen haakjes mijn ‘commentaar’.

Hondsdagen
De hondsdagen is een aanduiding van de periode van ongeveer 20 juli tot 20 augustus, gerelateerd aan het sterrenbeeld Grote Hond. In Nederland en België is deze periode gemiddeld de warmste van het jaar. (Ik associeer de term hondsdagen juist met 'dikke kans op een frisse en natte periode' en niet met 'de gemiddeld warmste periode'. Het zal de ‘hond’ van ‘hondenweer’ wel zijn die die kortsluiting in mijn hoofd veroorzaakt…)

De term hondsdag vindt zijn oorsprong in een astronomisch gegeven, als dag in de periode van de hondsdagen. Echter, vanwege het karakter van de hondsdagen als typisch warmste periode van de zomer, zijn er bijkomend ook meteorologische betekenissen ontstaan. In Nederland duidt men met hondsdag wel eens informeel een hete dag aan, typisch voor de periode van de hondsdagen. (Sorry, maar ik blijf bij een hondsdag denken aan slagregens, storm, wegwaaiende parasols en scheurende zonneschermen…)

De Grieken en Romeinen zagen de hondsdagen als de periode van de grote hitte. Ook voor Nederland gaat dat op: de tijd van de hondsdagen is typisch de warmste van het jaar. Het etmaalgemiddelde van de temperatuur is dan 17°C en 's middags is 19 tot 24 graden heel normaal. Ook komen tijdens deze dagen de meeste hittegolven voor. De warmte kan gemakkelijk leiden tot onweersbuien met veel regen in korte tijd en lokale wateroverlast. Een vochtig, warm en broeierig weertype met zo nu en dan een paar stevige buien is karakteristiek voor de hondsdagen. Voor onze voorouders, die nog niet over koelkasten beschikten, was dat ook de tijd waarin voedsel en melk sneller bedierven. (Kijk, dat komt al een beetje in de buurt van mijn associatie met de hondsdagen)

In verscheidene landen had men vroeger de gewoonte om honden tijdens de hondsdagen een muilkorf om te doen uit vrees voor hondsdolheid. Maar de hondsdagen hebben verder niets te maken met honden, al kan het tijdens een onweer hondenweer zijn. Het woord hondenweer is afgeleid van het oud-Nederlandse woord ondeweer, dat slecht weer betekent. In het Fries bestaat het woord 'ûngetiid', dat is de zomerperiode tijdens de hooioogst.

Vroeger ging men ervan uit dat het weer tijdens de hondsdagen het weer tijdens de nazomer en herfst zou kunnen voorspellen. Zo is er een gezegde dat zegt:
Komen de Hondsdagen met veel regen, dan gaan we slechte tijden tegen, maar komen de Hondsdagen helder en klaar, verwacht dan maar een gunstig jaar
(Kijk, nu komen we ergens!)
De eerste dag van de hondsdagen, 20 juli, wordt ook wel pisgriet genoemd.
<einde Wikipedia>

Pardon! Pisgriet? Wat is dat nou? Ik weet niet, maar het begint nu toch een wat onsmakelijke blog te worden… Maar nieuwsgierig als ik ben, heb ik het blauwgekleurde woordje toch maar even aangeklikt. Wie net zo nieuwsgierig is, moet onderaan deze blog ook maar even op dat rare woord klikken, want ik heb er een linkje onder gelegd.

Anyways,
precies over een week, woensdag 20 juli, wordt een allesbeslissende dag!
Om dan niet te vergeten, heel bewust naar buiten te kijken, heb ik alvast PISGRIET in mijn agenda in de telefoon gezet!

dinsdag 12 juli 2011

173

Vanmiddag viel het bord mij ineens op, rechts in de berm naast de N31. Nou ja, eigenlijk viel ‘ie helemaal niet op… De hoofdkleur van het bord - donkergroen – viel behoorlijk weg op de achtergrond van gras en struiken. Het was de opmerking van mijn lief van een aantal weken geleden, die ervoor zorgde dat ik het bord ook daadwerkelijk registreerde toen mijn ogen er vanmiddag langs gleden. De opmerking was in de trant van: “McDonalds heeft het rood voor groen ingewisseld.” En hij had gelijk! Bij de McDonalds in Zwolle hingen hoge groene vlaggen aan de masten te wapperen met bovenaan op de donkere kleur de bekende gele M. Tot voor kort stond de gele M op knalrood!

Ik heb weinig met McDonalds. Als niet-vleeseter (maar wel vis) heb ik de keus uit:
- Filet-O-Fish. Visfilet met kaas en saus op een gestoomd broodje. Ik vind de combinatie ‘plastic’ kaas – grote visstick niet oké en het gestoomde broodje is VIES.
- Frietjes
- McSalad Shaker tonijn
- Appeltaart
- Donut
- Muffin
- Sundae ijs of McFlurry
Met andere woorden: het assortiment van McDonalds valt bij mij allemaal niet onder de noemer ‘eten’. Enige dat ik lekker vind van McDonalds is de bananenmilkshake, maar om daar nu speciaal voor naar deze keten te lopen of te rijden… nee.

Ondanks dat ik dus weinig met deze fastfoodketen heb, ben ik wel gefascineerd door de andere achtergrondkleur. Het was mij bijvoorbeeld helemaal ontgaan dat de McDonalds een nieuwe huisstijl zou gaan invoeren. Dat bevreemdt mij. Zo’n groot concern, zo’n grote wijziging (knalrood-donkergroen), ik heb wel een beetje met reclame/huisstijlen (ontvang bijvoorbeeld de nieuwsbrief van Adformatie), en anders word ik wel door mijn lief geattendeerd op dit soort dingen… maar hierover: niets meegekregen!
Daarnaast denk ik dan: waarom die opvallende, herkenbare, in het oog springende rode kleur verlaten en inwisselen voor het donkere, sombere, saaie, onopvallende groen?
Ik kan maar één reden bedenken voor het gebruik van donkergroen en dat is: ‘duurzaamheid’ en ‘verantwoord produceren’ uitstralen.

Vanavond maar eens gesurft naar de Nederlandse site van McDonalds maar daarop kon ik helemaal niets vinden over een nieuwe huisstijl en het ‘waarom’ daarvan. Niet dat ze dat moeten vertellen en uitleggen, maar het had gekund nietwaar! Verder gezocht en stuitte op een berichtje op de site van het AD (dat zou een verklaring kunnen zijn voor het missen van het nieuws) van november 2009 (!):
Het bekende logo van McDonald's, met de kleur rood als achtergrond, verdwijnt in Europa. De fastfoodketen verandert de kleur achter de grote gele M in groen. McDonald's hoopt met de wijziging een meer milieuvriendelijkere imago te krijgen. De restaurants worden al jaren bekritiseerd door milieu- en dierenactivisten.
Bij ongeveer honderd Duitse vestigingen verdwijnt het oude logo nog voor het einde van 2009. Enkele Britse en Franse winkels zijn al overgestapt.
"Met de nieuwe uitstraling willen we overbrengen dat we onze verantwoordelijk omgaan met natuurlijke bronnen. In de toekomst zal hier steeds meer de nadruk op gaan liggen," vertelt Hoger Beek van McDonald's Duitsland aan het persbureau AP.
Het is niet bekend wanneer Nederlandse vestigingen een nieuw logo krijgen.
(die taal- en schrijffouten staan in het AD-bericht en heb ik laten staan) 

Ik ben ‘bang’ voor McDonalds dat de genoemde milieu- en dierenactivisten niet ineens heel anders zullen denken over de producten en de manier van produceren door het veranderen van de huisstijlkleur. Na het hardop zeggen van dit, denk ik dat dat al helemaal niet gaat gebeuren.

Anyways...

Zoals gezegd, ik heb niks met McDonalds, maar ik had wel wat met die rode kleur. Ik ga 'm best een beetje missen...

maandag 11 juli 2011

172

Volgens mij was het in het jaar dat ik een verkeerde studie had gekozen, en het bezoeken van de colleges na circa een half voor gezien hield. Het tweede half jaar deed ik dus niet zo heel veel…
Zus belde op een ochtend of ik alsjeblieft bij haar en haar man thuis de boel aan kant wilde maken… Ze hadden toen twee schatten van Hollandse herders, maar die waren die nacht niet zo schattig geweest. De kamer lag bezaaid met allerlei dingen waar ze heerlijk op hadden zitten kauwen, aan hadden liggen trekken en slepen. Ik had volgens mij ook een sleutel van hun huis om zo nu en dan tussen de middag de honden uit te laten. Ik ben geen superpoetser, maar bij anderen of voor anderen vind ik dat geen probleem. Zelfs tijdens de volgende studie een schoonmaakbaantje als bijbaantje gehad: vijf dagen in de week anderhalf uur schoonmaken in het kantoor van een verzekeringsmaatschappij die nu al niet meer bestaat. Anyway, zus had even een poetser nodig en zo ruimde ik de troep op, ging ik met de stofzuiger door het huis, haalde ik een natte lap over tafel en bank en schilde ik alvast de aardappelen.

Afgelopen weekend zou ik even flink aan de slag in mijn eigen appartement… maar werd geveld door migraine. Twee dagen poetsen werd twee dagen in het donker op bed liggen. Grrr. Vanochtend nog half scheelkijkend (voor m’n gevoel) en een beetje dizzy stapte ik toch weer in de auto naar het werk. De deur van het appartement dat nog steeds niet opgeruimd en gepoetst was trok ik achter me dicht… In de auto smste ik zus: of ze me alsjeblieft wilde helpen met wat poetswerk.
Dat wilde ze wel. Vandaag geen tijd, maar morgen wel.

Het gaat misschien ‘nergens’ over – poetsen – maar ik ben zó blij!  
That’s what sisters are for.
(vrij naar de Dionne Warwick)

vrijdag 8 juli 2011

171

Misschien heb ik het wel eens vaker gezegd, maar de bezoekjes op vrijdagmiddag aan de mevrouw in het woonzorgcentrum zijn altijd leuk. En een hele goede geduldigheidstest. Op de een of andere manier kan ik dat heel goed hebben van de mevrouw.
Ze is nogal warrig dus ze kan heel vaak niet op woorden komen of ze raakt halverwege haar verhaal helemaal de draad kwijt. Moet ze even nadenken, en moet ik haar vooral even de tijd geven. Een los woord vinden lukt dan vaak nog wel, maar een verhaal afmaken meestal niet. Dan is steevast de opmerking: “Ach, het is natuurlijk ook helemaal niet belangrijk.”
Daarnaast hoor ik iedere week bijna hetzelfde, en het liefst ook nog twee keer per middag. Maar ook dat hoort gewoon bij haar en ik blijf luisteren, reageren en vervolgvragen stellen. Het bijzondere is, dat ze ook echt exact hetzelfde vertelt. Ze gebruikt bij het vertellen van een bepaalde anekdote iedere keer exact dezelfde zinnen en woorden. Echt wat je noemt een repeterend bandje of plaat.
Psychologen of mensen die deskundig zijn in de ouder wordende hersenen, zullen dit misschien helemaal niet opmerkelijk vinden en zullen hier ook vast een heel goede verklaring voor hebben, maar ik blijf het opvallend en bijzonder vinden.

Vanmiddag hebben we een halve kruiswoordpuzzel gemaakt en dat viel voor de mevrouw absoluut niet mee. Geen idee wat bedoeld werd met het achtarmige zeedier. Dus ik gaf eerst de eerste letter (i). Toen ze stiekem om de tweede letter vroeg, gaf ik die ook cadeau. Vervolgens probeerde ik het eerste deel van het woord uit te leggen aan de hand van een beschrijving van vloeistof waarmee we schrijven… maar dat maakte het er niet gemakkelijker op. Tenslotte probeerde ik het met een tekening. Nu zou het kunnen dat ik héél slecht teken, maar in dit geval durf ik wel te beweren dat het overduidelijk een inktvis was. Maar het antwoord kwam niet.
Woorden als ‘fortuin’, ‘routine’ en ‘affiche’ rolden dan toch weer wonderbaarlijk vlot uit haar mond.

Van de Duitse plaats met vijf letters was het overgrote deel al bekend: W..EL
Op een gegeven moment probeerde ik het dan toch maar met het flauwe ‘rijmpje’:
Wie is de burgemeester van….
“Dat is toch met een echoput?”
“Jaaa!”
Maar ze bleef hangen in ‘Bremen’ en dat paste niet…
De hersenen maakten wel een lijntje naar de echoput… maar welke letters er nu toch in die twee lege vakjes moesten staan…

Hersenen zijn maar rare dingen.

170

Deze week viel nummer vijf op de mat en bedacht ik dat ik het lidmaatschap nog steeds niet had opgezegd zoals voorgenomen. Een vrije dag is hét moment om dat soort dingen eens op te pakken. In het ontvangen  magazine van de ECI zocht ik op hoe ik mijn lidmaatschap na bijna 14 jaar kon beëindigen, maar uiteraard vond ik daar geen concrete informatie over. Het bevestigde het imago dat bij mij leeft: van een boekenclub (nu volgens mij alleen nog ECI, maar in het verleden ook de Nederlandse boekenclub en Boek&Plaat) kom je bijna niet meer af. In no-time lid maar pas na maanden en diverse aangetekende brieven verlost van de verplichting tot het aanschaffen van een boek, cd of dvd per kwartaal. Zoals gezegd: imago, ervaring met opzeggen had ik tot voor kort nog niet.

Ik verwachtte op de site van ECI ook geen goed vindbare informatie over opzeggen, dus belde ik de klantenservice. Na de mededeling over twintig cent per minuut plus de gewone kosten van het telefoonabonnement, een halve minuut reclame en een keuzemenu (1 voor bestellen en 2 voor álle andere zaken) kreeg ik de wachtmuziek te horen. Er werd niet af en toe gezegd: “Deze muziek kunt u bestellen en staat op cd X van artiest Y”. Gratis tip voor ECI J
Na drie minuten – wachten duurt altijd lang maar drie minuten is voor een klantenservice best netjes – kreeg ik een vriendelijke mevrouw aan de lijn.
De Pavlov-reactie op “Ik wil graag mijn lidmaatschap opzeggen” was uiteraard “Mag ik vragen waarom?”
“Uiteraard mag u dat vragen maar ik heb niet de behoefte dat te delen”.
Dat was prima en mijn klantnummer, straat en huisnummer werden door haar ingevoerd in de computer. Alle gegeven klopten, en opzeggen per 1 oktober was mogelijk. Moest ik nog wel een keer een product bestellen. De bevestiging van de opzegging zou schriftelijk volgen, maar… “Het systeem vraagt toch écht om een reden en wanneer dat niet wordt ingevuld gaat het computerprogramma niet verder”.
Dat lijkt mij echt dikke onzin. Wanneer ik hier ‘een zaak’ van zou maken denk ik dat ik die glansrijk zou winnen, maar ach. Het is geen halszaak, dus ik gaf als reden op: “Het verdwijnen van de ECI-winkel in Leeuwarden en het beperkte assortiment in de dumpwinkel Boekenvoordeel.” Ik had ook kunnen zeggen: “Ik ben mijn baan kwijt en heb nu geen geld meer om boeken te kopen” of “Ik heb een kind geworpen en kom helemaal niet meer aan lezen toe”.  Maar dan zou ik gelogen hebben, en dat mag niet.

Het lijkt gelukt te zijn. Ik wacht met spanning de schriftelijke bevestiging af. Zou het dan écht alleen een imagoprobleem zijn?
Wanneer het allemaal in één keer goed komt, ga ik er zeker weer over bloggen, want dat mag dan ook wel eens gezegd worden. En wanneer het niet in één keer goed komt zal ik er waarschijnlijk niet over uitgepraat raken op ‘365’ J

169

Ach gossie.
Vanochtend luisterde ik om 09.00 uur naar de nieuwsberichten op Radio 1 en het was de afsluiting van de uitzending: Hendrik van der Steenhoven (52) is overleden. De antiquair is gevonden in de gracht rond zijn kasteel. Nou ja kasteel… dan denk ik aan torens en kantelen en zo was zijn onderkomen nou ook weer niet opgebouwd, maar het was een leuk optrekje. Nu klinkt het alsof ik exact weet waar deze meneer in Culemborg woonde en dat ik er kind aan huis was, maar dat is natuurlijk niet het geval. Ook ik ‘kende’ meneer Van der Steenhoven van het programma ‘Bij ons in de PC’. En ik vind (of moet ik nu al schrijven ‘vond’) hem geweldig!

Toen ik de laptop had opgestart omdat ik dan toch wel weer zo slecht ben dat ik meer wil lezen over de plotselinge dood van deze zeer welbespraakte meneer, kon ik vrijwel niets vinden over zijn overlijden. Vreemd, wél in het journaal van Radio 1 maar (bijna) niet terug te vinden op nieuwssites op internet… Zou het dan toch niet waar zijn? Ik kon mij niet voorstellen dat er zo’n enorme fout was gemaakt en zocht nog even verder.
Wat ik vrij snel vond was de website van ‘chef met lef’ waarop een Uitzonderlijke kookworkshop bij Hendrik van der Steenhoven, werd aangeprezen. Het aanmeldingsformulier (voor een offerte) was nog gewoon in te vullen…
Daar krijg ik een heel rare smaak van in de mond, om maar even in de sfeer van de kookworkshop te blijven. Uit eigen werkervaring weet ik dat ‘de website aanpassen’ soms niet ‘top of mind’ is, maar in het geval van een overlijden… Tenzij degene achter de website bij de intimi hoort, zou ik zeggen: wat een sloom gedoe, wat een laksheid, wat respectloos!
Meneer Van der Steenhoven zou zich daar op een veel mooiere en ‘rakere’ manier over uitgelaten hebben, want dat vond ik dus vooral zo geweldig aan hem: zijn manier van spreken én zijn woordkeuze. Ik ga niet eens een poging doen om zinnen te maken die hij had kunnen formuleren, want dat kan ik gewoonweg niet.

Ik heb geen idee of meneer Van der Steenhoven familie en vrienden achter laat. Uit de uitzendingen op televisie herinner ik mij wel een hond, personeel en kennissen. Hoe dan ook: zij die Van der Steenhoven moeten missen, wens ik sterkte toe. Zo op afstand zou ik zeggen: zij moeten een kleurrijke en bijzonder man missen.

donderdag 7 juli 2011

168

Een paar jaar geleden kreeg ik via Hyves de vraag of ik iemand wilde sponsoren voor de wielertocht de Mont Ventoux op. De opbrengst van dit sportieve evenement ging naar het Koningin Wilhelminafonds. Met andere woorden: een tocht in de strijd tegen kanker. Uiteraard wilde ik hem sponsoren en ik stortte een bedrag op zijn rekening en hij stortte het verzamelde geld op de rekening van de Stichting Mont Ventoux (slogan: Groot verzet tegen kanker). En zo hadden we – weliswaar via Hyves – even persoonlijk contact.

Inmiddels wordt de tocht naar de top van de Mont Ventoux voor de vijfde keer verreden, op 3 september aanstaande. Streven is, dat in het vijfde jaar, vijfhonderd sportievelingen de berg bedwingen en dat er € 500.000,- op de rekening van het KWF kan worden bijgeschreven. Althans dat begrijp ik uit de ‘sticker’ op de website www.grootverzettegenkanker.nl
Tsja, waarom leg ik dit eigenlijk allemaal nog uit… De Stichting Mont Ventoux heeft naar mijn idee al zo ontzettend veel bekendheid weten te genereren in Meppel en omstreken. Die bekendheidscirkel (zelf bedacht woord dacht ik, maar toch nog 1 hit op google) is in de loop van de jaren groter en groter geworden. En nu De Trektocht van RTV Drenthe geld inzamelt voor Stichting Mont Ventoux, heeft dat zelfs een behoorlijk vlucht genomen, kan ik mij zo voorstellen.

Anyway.
Gisteren trof ik bij een bijeenkomst voor Drentse gemeenten een ‘oude bekende’ (niet oud in leeftijd) en hij vertelde dat hij zou deelnemen aan ‘de Mont Ventoux’. Ik had de vraag ‘Hé, wil je mij sponsoren?’ verwacht. Maar die vraag kwam niet. Ook werd er niet op subtiele wijze een formulier op tafel gelegd waarop ik mij zou kunnen intekenen als sponsor. Een gevouwen papiertje met allemaal verschillende handschriften er op dat al wat zou slijten op de vouwranden. En dan zelf als eerste een fictief, hoog bedrag op de lijst zetten, zodat de rest niet kan en wil achterblijven… Dat werk.

Vandaag ben ik er achter gekomen, dat die charmante manier zoals hierboven beschreven helemaal niet meer bestaat. Tegenwoordig surf je naar een site (in dit geval dus www.grootverzettegenkanker.nl), kun je in de deelnemerslijst zoeken naar degene(n) die je financieel wilt steunen, meld je je digitaal aan als donateur en maak je meteen het geld over via Ideal. Tsja, het is wel snel, volledig, veilig en makkelijk. Maar charmant… nee, absoluut niet.

Moet ik nummer 008 nu ook via weblog en Twitter laten weten dat ik ‘m sowieso mentaal steun én sinds een aantal minuten ook financieel? Of zal ik ‘m binnenkort maar gewoon even bellen. Wel zo charmant.

167

Gisteren dacht ik alleen ‘opmerkelijk’, ‘wat moet dat heerlijk zijn’, ‘wonderen bestaan wel’ en ‘waarom heeft ze een helm op?’
Heel veel verder kwamen mijn gedachten niet, afgeleid door computer en tv. Hoewel ik nu al niet meer kan zeggen wat ik gisteravond verder op tv heb gezien… dus indrukwekkend is dat niet geweest. De vraag over de helm kwam trouwens nog wel een paar keer terug in gedachten.

Vanochtend hakte het er ineens in! Zomaar als een soort bliksemschicht kwam het binnen. In de auto kreeg ik een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen. Op Radio 2 werd live in de uitzending gebeld met de zoon van Mary-Anne Goossens. Hij zat inmiddels in Spanje en had zijn moeder alweer gezien, gesproken en vastgehouden.

Toen gisteren in de media was, dat mevrouw Goossens was gevonden in de bergen bij Nerja (vorig jaar onze vakantiebestemming, dus die plaatsnaam sprak meteen tot de verbeelding) ging er bij mij helemaal geen lampje branden. Ik wist helemaal niet dat ze vermist was! Toen gezegd werd dat ze 18 dagen vermist was geweest, snapte ik hoe ik het had kunnen missen: een dag na haar vermissing gingen we op vakantie. Aangezien op de vakantiebestemming alleen de Telegraaf te koop was, betekende dat: geen Nederlands nieuws. Er zijn grenzen, nietwaar!
In het radio-interview van vanochtend kwam naar voren dat er de afgelopen tijd vaker met de zoon was gebeld tijdens het ochtendprogramma, maar ook dat had ik door de vakantie gemist.

De zoon raakte mij. Ik voelde het enorme missen van zijn moeder toen ze haar maar niet konden vinden en niet wisten waar ze was en wat er was gebeurd. Ik voelde de enorme opluchting na een periode van grote onzekerheid en radeloosheid. Ik voelde de sprong die een hart kan maken. Wie heeft niet bij het horen over een overlijden heel even gedacht: wat als het niet waar blijkt te zijn! Ik wel. Toen ik hait zal liggen vlak nadat hij was overleden, flitste uit ongeloof en door het niet kunnen bevatten, heel even door mijn hoofd: en nú doet ‘ie zijn ogen gewoon weer open. Maar dat wonder bleek niet te bestaan. Vanochtend schoot ik niet vol om hait. Het waren vreugdetranen voor de zoon.

De vraag ‘waarom droeg ze nog steeds een helm toen ze uit de helikopter stapte’ was niet meer relevant en hoeft ook niet meer beantwoord te worden.