Mijn lijst met blogs

donderdag 17 mei 2012

268

Vrijdag 11 mei vertrok ik voor de zoveelste keer naar Terschelling, voor een schrijfweekend op de Folkshegeskoalle: schrijfles van Akky van der Veer (http://nl.wikipedia.org/wiki/Akky_van_der_Veer).
Zondag 13 mei keerde ik weer helemaal opgeladen en geïnspireerd terug op de vaste wal (dat is wat theatraler opgeschreven dan het in werkelijkheid is, hoor).

Tijdens het jaarlijkse schrijfweekend voer ik de opdrachten uit in het dialect: Bildts. Een van de opdrachten: zoek een krantenkop uit die op twee manieren gelezen kan worden. Op de manier waarop deze is bedoeld én op een letterlijke, kolderieke manier. Schrijf vervolgens een artikel waarbij de kop dus verkeerd ‘geïnterpreteerd’ wordt. Dit is wat ik heb geschreven naar aanleiding van een krantenkop in de Leeuwarder Courant:

Magere opkomst bij fusieavond Harlingen
Harlingen – Op ’n informasyaven fan ‘e lokale ferening foor mînsen met ’n eetprobleem binne guster ’n hondert leden ôfkommen. De aven, organiseert deur ‘e ôfdeling Noordwest-Frysland gong over ‘e fusy fan ‘e lokale klups tot ’n regionale, Frise ferening. “Deur ons krachten te bunnelen dinke wy meer gewicht in ‘e skaal te legen en ’n ferening te krijen met meer body,” saai de beoogd foorsitter. Opfallend waar ‘e ônderferteugenwoordiging fan ‘e leden met Obesitas op ‘e informasyaven. Foorsitter Damstra: “Dat fiel my al wat of”.

267

Vrijdag 11 mei vertrok ik voor de zoveelste keer naar Terschelling, voor een schrijfweekend op de Folkshegeskoalle: schrijfles van Akky van der Veer (http://nl.wikipedia.org/wiki/Akky_van_der_Veer).
Zondag 13 mei keerde ik weer helemaal opgeladen en geïnspireerd terug op de vaste wal (dat is wat theatraler opgeschreven dan het in werkelijkheid is, hoor).

Tijdens het jaarlijkse schrijfweekend voer ik de opdrachten uit in het dialect: Bildts. Een van de opdrachten: schrijf een rondeel over een verwachting. De opbouw van deze rondeel:
Regel 1, 4 en 7 zijn hetzelfde, en hierin moet de verwachting staan.
Regel 2 en 8 zijn hetzelfde, en hierin moet het woordje ‘ik’ staan.
Regel 3 moet een vergelijking bevatten.
Regel 5 en 6: naar eigen inzicht.

En dit is wat ik ervan gebakken heb (rondeel is niet mijn favoriet, moet ik er meteen even bijzetten):

Sou-y d’r weze,
at ik d’r ok bin,
anspoelend as bút an ‘e dyk.
Sou-y d’r weze,
at ik útkyk,
naar ’n nij begin.
Sou-y d’r weze,
at ik d’r ok bin.

woensdag 16 mei 2012

266

Op het moment dat ik de koffer bijna gepakt had en nog even snel de laatste dingen moest doen voor mijn vertrek, ging de deurbel. Daar had ik dus héél even geen zin in en tijd voor. En ik had met niemand afgesproken dus wat dat betreft zou ik niemand écht teleurstellen wanneer ik niet open zou doen. Bij het naar buiten lopen met mijn gepakte koffertje voor een weekend schrijfcursus op Terschelling, opende ik nog even ‘in de loop’ de brievenbus. Er lag een briefje in van PostNL… het was dus de postbode geweest die iets wilde bezorgen. Op het briefje stond een 06-nummer dat ik tot 13.00 uur dezelfde dag kon bellen. “Ik kan er met een half uur weer zijn”, zei de medewerker van PostNL. Een veerboot wacht niet op nieuwsgierige vrouwen die graag willen weten wat de PostNL-medewerker te bezorgen heeft dus ik zei dat hij het pakketje bij het postagentschap kon afleveren en dat ik het over drie dagen zelf zou afhalen.

Maandagochtend 08.45 uur: ik lever het afhaalbewijs van het pakketje in bij het postagentschap. Geen idee hebbend van wat het zou kunnen zijn, kijk ik nieuwsgierig naar het kleine, platte pakje dat bij het postagentschap tevoorschijn komt. Zo plat dat het gemakkelijk door een brievenbus past. Het ging niet om de grootte waarvoor de PostNL-medewerker aangebeld had, maar er moest voor getekend worden!

Pas toen ik ‘Energizer’ op de bubbeltjesenvelop zag staan ging er een lampje branden… Zeker een maand geleden bedacht ik in de supermarkt dat ik scheermesjes moest hebben. Voor mezelf, voor de benen en de oksels. De keuze was niet reuze dus ik kocht een pakket met 10 Wilkinson wegwerpmesjes + vijf gratis. Nou ja, dat ‘gratis’ geloof ik niet zo, maar ach. Het geheel was niet duur… en toen had er eigenlijk een klein lampje moeten gaan branden.
De eerste keer dat ik een mesje wilde gebruiken bleken er twee helemaal ‘verwrongen’ te zijn. Alsof ze gesmolten waren. Duidelijk een gevalletje: productiefoutje.
Ik zocht op internet een adres van de klantenservice van Wilkinson, want op de verpakking stonden wel heel ‘exotische’ oorden. Op school heb ik namelijk ooit bij ‘kwaliteitszorg’ geleerd: een klacht is een kans op verbetering! Ik schreef in een briefje dat ik mij ervan bewust was dat ik wegwerpscheermesjes had gekocht maar dat ik er vanuit ging dat dat wegwerpen na gebruik was en niet vóór.

Er gingen weken voorbij waarin ik niets hoorde van Wilkinson… Ik was het al helemaal vergeten tot afgelopen vrijdag dus, toen de PostNL-medewerker op de stoep had gestaan met wat bleek: vijf nieuwe scheermesjes! Ontzettend netjes van Wilkinson / Energizer natuurlijk, alleen… dat lampje dat niet bij mij was gaan branden was het lampje: goedkope scheermesjes zijn niet zo goed! Het lampje: met goedkope scheermesjes haal je je benen en oksels open… Achttien scheermesjes die ik alsnog vóór gebruik ga wegwerpen.

Maar wel héél tevreden over de klantenservice van Wilkinson!

265

Soms kom je iemand op precies het juiste moment tegen, wordt het telefoonnummer op het perfecte moment gekozen, of had de timing van een e-mail niet beter kunnen zijn…

Schreef ik ongeveer een maand geleden in blog 264 nog dat ik op zoek was naar een leuke, extra vrijwilligersklus… gisteren had ik ‘m al!
Wat is het geval: in mijn zoektocht naar vrijwilligerswerk zag ik op de site van It Fryske Boek dat er gesproken boeken in het Fries en in andere streektalen in Fryslân bestaan. Boeken die ingesproken, voorgelezen zijn door vrijwilligers. Of mijn stem en ‘voorleestechniek’ goed zijn, weet en wist ik niet, maar het leek mij een prima vrijwilligersklus! Ik kan tenslotte Fries en Bildts lezen en voorlezen; Stallingwarfs zal ‘m niet worden… 
Ik stuurde een e-mailbericht en kreeg direct op de eerste werkdag bericht terug. Daar houd ik van!
Even tussendoor: ooit had ik bedacht dat het goed voor mij was om meer te wandelen en het leek mij twee vliegen in een klap om dan iedere keer even een asielhond mee te nemen op een wandeling. Een e-mail naar het dierenasiel in Leeuwarden hierover is na ruim twee jaar nog altijd niet beantwoord…
In de snelle, enthousiaste retourmail van iemand die ik bleek te kennen, las ik dat door bezuinigingen nu even niet duidelijk is of er nog wel boeken ingesproken kunnen worden. Maar mijn aanbod zou goed bewaard worden voor het moment er wél duidelijkheid over zou komen.
(Ik ga duimen dat het linksom of rechtsom wel door kan gaan, want in het Frysk voorgelezen krijgen is anders dan in het Nederlands!)
Na de reactie op mijn aanbod kreeg het e-mailbericht een zeer verrassende wending in de vorm van een vraag aan mij. Of ik zitting wilde nemen in de jury van de Rink van der Velde priis!!!

Voor degenen bij wie nu geen lampje gaat branden, een aantal regels van de website van gemeente Smallingerland:
In 2003 werd door de gemeente Smallingerland in samenwerking met de Friese Pers  Boekerij de 'Rink van der Velde priis' ingesteld. Iedere twee jaar wordt deze uitgereikt aan het beste boek, dat geschreven is voor een breed lezerspubliek, in de geest van Rink van der Velde en oorspronkelijk proza in het Fries of in één van de Friese streektalen is geschreven.

De wisselende, onafhankelijke jury wordt geïnstalleerd door de Stichting It Fryske Boek. 

De winnaars gaan naar huis met een bijzonder beeld, geïnspireerd op de boeken van Rink van der Velde, van kunstenaar Anne Woudwijk en een geldprijs van €1.250,00.
In 2014 wordt de prijs opnieuw uitgereikt.

Over de vraag hoefde ik maar een milliseconde na te denken.
Natuurlijk!
Wat een eer!
Bijna twee jaar Fryske boeken lezen als vrijwilligerswerk!
Beter vrijwilligerswerk had ik niet kunnen wensen. Deze klus had ik sowieso niet kunnen bedenken…
Is het vrijwilligerswerk in de zin van ‘iets maatschappelijks doen waaraan ik geen geld verdien’ zoals ik dat in mijn vorige blog beschreef? Ik vind van wel. De Rink van der Velde priis is een manier om het Fryske boek te promoten, en dat is sympathiek en oké. En aan die ‘okéje’ manier mag ik een bijdrage leveren. En reken maar dat er flink wat vrije tijd in gaat zitten. Ik las in een krantenartikel dat een oud-jurylid ruim 30 boeken had gelezen in circa twee jaar, voor de Rink van der Velde priis.
Het is vrijwillig en het is ‘werk’ waar geen geld tegenover kan staan.
Dus gebeurt het niet vrijwillig, dan gebeurt het niet.
Ik doe het graag!

En even waren ze weer in mijn gedachten: wat zouden mem – waarvan ik het gen ‘boeken lezen’ heb gekregen – en hait – doorgever van het gen ‘Fryske boeken’ – blij voor mij geweest zijn.

zondag 15 april 2012

264

264
Volgens mij heb ik een omgekeerd probleem geconstateerd…
Er wordt vaak gezegd en geschreven dat verenigingen, stichtingen etc. niet (meer) aan voldoende vrijwilligers kunnen komen. Er is minder geld (bijvoorbeeld subsidies) om het werk door betaalde krachten te laten doen dus de vraag om vrijwilligers (voor hetzelfde werk) wordt groter. En anderzijds hebben de mogelijke vrijwilligers geen of minder tijd voor vrijwilligerswerk door betaald werk, gezinsleven en een druk sociaal leven. Dat is wat ik zoal hoor en lees.

Zelf heb ik een betaalde baan van 32 uur per week. Omdat ik op een uur rijden van het werk woon ben ik wekelijks zeker 40 uur ‘kwijt’ aan het werk. Maar dan blijven er nog héél veel uren over. 
Niet alleen omdat ik de tijd ervoor heb, maar ook omdat ik vind dat ik ook iets maatschappelijks moet doen waar ik niet direct geld voor krijg, ga ik wekelijks – via het Rode Kruis – bij een oude mevrouw op visite. Ze is vrijwel doof en redelijk ‘in de war’, maar ik heb iets gevonden waar ik haar blij mee kan maken tijdens mijn bezoekje: een kruiswoordpuzzel maken waarbij ik iedere opgave groot op een stuk papier schrijf, omdat ze mij niet verstaat wanneer ik zou zeggen: “Vogel met zes letters en het begint met een e”. Voor ieder goed woord krijgt ze een punt, een turfstreepje. Dat is een verzinsel van haarzelf, voor mij hoeft ze geen prestatie te leveren en de score van de week ervoor minstens te evenaren. Maar zij wil wel graag goed scoren en van mij horen dat ze het ontzettend goed heeft gedaan. Dus ik ga net zolang door tot ze minstens hetzelfde aantal turfstreepjes haalt dan de week ervoor. Als ik zeg dat ze geweldig goed gepuzzeld heeft en een nieuw record heeft gehaald, is ze helemaal blij. En daar gaat het om! Het blij maken van de mevrouw is hetgeen voldoening geeft. Verder zit er in dit vrijwilligerswerk weinig uitdaging. Ik kan mij niet zelf ontwikkelen of ontplooien. Ik krijg door de ontmoeting geen nieuwe ideeën, andere inzichten of ‘iets’ om over na te denken. Met de oude, dove mevrouw die in de war is valt namelijk überhaupt niet te praten…

Ik wilde en wil naast het betaalde werk en het bezoekproject nóg wel een vrijwillige klus. Een die anders is dan wat ik al doe. Ik zat te denken aan bijvoorbeeld een secretarisfunctie. En in ieder geval iets buiten de zorgsector, want met het bezoeken van de oude mevrouw doe ik al iets in de zorg.

Mijn zoektocht
Via de site van het vrijwilligersservicepunt kwam ik na zes keer klikken (!) op de vacaturebank waarop ik selecteerde ‘bestuur/management’ en ‘regio Fryslân’. Ik kreeg ruim 70 functies voorgeschoteld. De selectie ‘administratief’ en ‘regio Fryslân’ leverde 63 mogelijkheden op , deels dezelfde.

Het deel was bij natuur-, hengel-, fiets- en wandelorganisaties. Daar ligt niet echt een stukje van mijn hart…
Een deel was in uithoeken van Fryslân waar ik geen band mee heb en wat praktisch gezien niet handig zou zijn.
Veel van de aangeboden vrijwilligersfuncties zaten in de zorgsector (Rode Kruis, Zonnebloem etc.), en daar deed ik immers als vrijwilligerswerk in...
Kortom, best een dunne spoeling.

De functie van ambtelijk secretaris van de Arme kant van Fryslân sprak wel aan en ik zocht op het web naar meer informatie over deze organisatie. De site was ‘under construction’ en ik werd doorverwezen naar de site Sociale alliantie Fryslân. Een niet al te overzichtelijke site, waar ik niets kon vinden over vrijwilligerswerk…
Dat was niet de eerste keer.
In mijn zoektocht naar – bij mij passend – vrijwilligerswerk heb ik de afgelopen week heel veel sites bezocht van met name culturele instellingen (musea, filmhuis, theatergezelschappen) en keek daarbij op iedere pagina specifiek naar informatie over vrijwilligersfuncties.  Niets!

Ik wil graag vrijwilligerswerk doen, maar ik heb zelf nog niet iets passends kunnen vinden.
Ben ik te kritisch? Stel ik onmogelijke voorwaarden? Zoek ik niet goed?
Zou allemaal kunnen.
Maar ik heb inmiddels ook wel een beetje het gevoel dat het niet kunnen vinden van ‘mijn’ vrijwilligerswerk ook wel eens zou kunnen liggen aan ‘de informatievoorziening’.
Het vrijwilligersservicepunt biedt niet bepaald een volledig overzicht. En op websites van diverse verenigingen, stichtingen, organisaties etc staat niets geschreven over vrijwilligerswerk. Voor een niet-insider wordt via de sites niet duidelijk dat er überhaupt vrijwilligers welkom zijn, voor welke werkzaamheden en hoe vrijwilligers zich kunnen aanmelden.

Dus ik weet het even niet.

Organisaties in Leeuwarden die mij een bestuurlijke/administratieve vrijwilligersfunctie kunnen bieden, kunnen zich melden door een reactie onder deze blog te schrijven.

dinsdag 3 april 2012

263

263
Uiteraard sloeg ik meteen aan het rekenen toen ik het bericht las in de digitale nieuwsbrief van het magazine Communicatie. Het bericht ging over de nieuwste campagne van Stivoro: de stichting voor een rookvrije toekomst. Als oud-roker – nu ruim drie jaar gestopt maar daarvoor bijna 20 jaar gerookt – ben ik nog altijd erg gespitst op dingen die met roken en stoppen met roken te maken hebben. De nieuwste campagne van Stivoro gaat niet over ziektes, doodgaan, zwarte longen, maar laat zien wat de roker óók met het geld had kunnen doen dat naar de sigarettenindustrie én de staat gaat. Want vergeet vooral ook niet het percentage accijns van de aankoopprijs… De campagne laat drie mogelijkheden zien voor een andere besteding en die beelden zijn opgebouwd uit 7.000 sigaretten per beeld. Dat zou het aantal sigaretten zijn dat iemand per jaar rookt die dagelijks 20 sigaretten aansteekt. De drie alternatieven om het geld aan uit te geven, verbeeld met 7000 sigaretten per stuk, zijn: piramides in Egypte staan voor een wereldreis, motoren staan voor de aanschaf van een motor en een plank met schoenen en tassen staat voor een plank vol dure merkspullen.

En dan nu mijn persoonlijke rekensom:
Toen ik begon met roken deed ik een week met een pakje Drum. Ik weet dat nog precies, omdat ik toen folders van de Spar bezorgde waarvoor ik ƒ5,- kreeg. In plaats van een groen briefje vroeg ik dan een pakje Drum. Ik haalde uit een pakje iets meer dan een pakje vloei , laat zeggen 70.
In de eerste jaren rookte ik dus 10 sigaretten per dag. Per jaar: 3650.
Toen ik drie jaar geleden stopte met roken zat ik op ruim vier pakjes Marlboro light per week.
In ieder pakje zaten 19 sigaretten. Gemiddeld aantal sigaretten per dag: 13. Aantal sigaretten per jaar: 4745.
Er vanuit gaande dat ik gaandeweg iets meer ben gaan roken en dat die groei heel geleidelijk is gegaan heb ik 20 jaar lang, gemiddeld 4197,5 sigaretten per jaar gerookt.
Dat is aanzienlijk minder dan het aantal van 7000 waarmee Stivoro rekent.

Toen ik startte met roken was ik dus ƒ5,- (€ 2,27) per week aan roken kwijt en toen ik stopte was dat volgens mij 4,8 keer € 4,85 (gokje) = € 23,28 per week.
Wanneer ik ook daarvan een gemiddelde neem, was ik 20 jaar lang gemiddeld € 12,77 per week kwijt aan roken. En gemiddeld per jaar: € 664,04.

Totaal in mijn leven: 83950 sigaretten gerookt (ik kan er een paar honderd naast zitten) en daarvoor heb ik € 13.280,80 betaald. En ook daar kan ik ook een paar honderd (of duizend) naast zitten.

Had ik voor dat bedrag die wereldreis kunnen maken? De website reisomdewereld zegt hierover:
Voor een reis van enkele maanden heb je al gauw een paar duizend euro nodig.
Voor een reis van een half jaar ben je vaak 10.000 euro kwijt.
Voor een reis van een jaar heb je meestal minimaal 15.000 tot 25.000 euro nodig.
Met andere woorden: wanneer ik niet nooit gerookt had, had ik driekwart jaar op reis gekund.

Had ik dat ook graag gewild… absoluut niet! Totaal geen behoefte aan!

vrijdag 30 maart 2012

262

In blog 009 schreef ik over de scheurkalender die ik in 2010 had: de kalender van Onze Taal. Iedere dag een taalweetje, dat soms alleen maar leuk was en veel vaker gewoonweg leerzaam.
Dit jaar heb ik een poëziekalender. Is dat hetzelfde als een kalender met gedichten? Ik weet eigenlijk niet of ‘gedichten’ en ‘poëzie’ synoniemen van elkaar genoemd kunnen worden…
Ik heb even op wikipedia opgezocht wat er over ‘poëzie’ wordt geschreven. Ja, ik weet dat niet alles op wikipedia meteen waar en de waarheid is, maar in dit geval heb ik er gewoon wel vertrouwen in de tekst:

Poëzie of dichtkunst (van het Griekse 'poiesis'/ποίησις: maken, scheppen, vormen) is een literaire kunstvorm waarin de taal wordt gebruikt om esthetische (bijv. muzikale) en evocatieve (bijv. beeldende) effecten te bereiken die de eigenlijke betekenis verhevigen, ontkrachten, omlijsten, mede bepalen of in een onverwachte richting sturen. De genoegens die de poëzie aan lezer of luisteraar verschaft, worden teweeggebracht door de bijzondere combinatie van vorm, klank en betekenis die eigen is aan het vers, en deze genoegens kunnen van emotionele (bijv. ontroering of bezwering), intellectuele (bijv. inzicht of nuancering) of humoristische aard zijn. Ontvankelijkheid voor poëzie of versgevoeligheid is mede afhankelijk van de mate waarin deze wordt gecultiveerd.

Pfff, die tekst heb ik in een keer begrepen, maar ik moest mij wel heel erg concentreren bij het lezen…

Verder staat op geschreven:
Stijlmiddelen die vooral de klank betreffen, zoals assonantie, herhaling, metrum, klanknabootsing, alliteratie, rijm en ritme, worden vaak gebruikt om een muzikaal of scanderend effect te bereiken of om overtuigingskracht aan de dichterlijke mededeling te verlenen. Stijlmiddelen die vooral de betekenis betreffen, zoals ambiguïteit, symboliek, ironie, contrast en parallellie, worden vaak gebruikt om alternatieve interpretatiemogelijkheden te scheppen. Beeldspraak, vergelijkingen en metonymie suggereren verbanden en overeenkomsten tussen ongelijksoortige verschijnselen, voorzien een vers van meerdere betekenislagen of zorgen voor een verrassingseffect.

Euh... assonantie? Metrum? Ambiguïteit? Parallellie? Ik zal het vast allemaal op het vwo gehad hebben. Mevrouw Damen of meneer Sikkema hebben het zonder twijfel uitgelegd, maar ik kan de betekenissen gewoon niet terugvinden in mijn hoofd.

Tot zover overigens mijn gekopieer van de wikipediapagina over poëzie. Wie meer wil lezen kan zelf naar de bewuste pagina surfen.
De uitleg over poëzie op de betreffende pagina heb ik ervaren als de poëzie in mijn scheurkalender: best wel moeilijk… Eerlijk gezegd was het gedichtje op dag 81, op 21 maart, de eerste die gemakkelijk ‘weglas’ en waarbij ik beelden kreeg. Eindelijk!

Merels
Twee oude mannen praten wat,
het is vroeg in het jaar,
de eerste warme lentenacht.

Jij staat in je tuin in Leiden,
ik sta in mijn tuin in Bergen,
we praten door de telefoon.

Een zwaluw strijkt de hemel glad,
De merel zingt op het dak
van het huis waarin ik woon.

Ik zeg: Hoor je de merel?
Jij zegt: Hoor je de mijne?
We houden onze telefoons omhoog.

Zo staan we in de lentenacht,
de eerste van het jaar,
en onze merels zingen voor elkaar

(van Sjoerd Kuyper, uit de bundel September, 2009)

De kalender bevat 365 gedichten en wanneer ik dan om de 81 dagen een gedicht begrijp, als om de 81 dagen een tekst iets bij mij teweeg brengt… dan krijg ik slechts 4,5 keer beelden dit jaar door de kalender.

Volgend jaar toch maar weer de scheurkalender van Onze Taal.

261

Dat ik regelmatig het straattijdschrift de Riepe koop, lees én er van leer, heb ik vaker beschreven. Zaterdag stond mijn favoriete Riepeverkoper op een heel nieuwe verkoopplek en kochten mijn lief en ik elk een exemplaar van het maartnummer, en ook dit keer ben ik weer wijzer geworden van het tijdschrift!

114 dagen geleden twitterde ik het volgende:  Gisteren nog ingepakt en nu onthuld... maar wat is het? En waarom? #Kunstwerk op kunstwerk (brug)? #leeuwarden
En ik plaatste een foto bij het twitterbericht:

Nu had ik zelf al wel bedacht dat de bruggen over de grachten in Leeuwarden ‘pijpen’ heten en dat dit dus een pijp op een pijp was, maar verder was ik niet gekomen met denken. Uiteraard had ik op het worldwideweb kunnen zoeken… maar dat deed ik niet (tot vandaag).
Op pagina 18 van de maartriepe staat namelijk het kunstwerk beschreven en doordat ik de naam van het kunstwerk en de kunstenares alsnog leerde kennen, kon ik gericht op zoek naar meer informatie.

Het is inderdaad een gestileerde Goudse pijp op de brug de Vischmarktpijp. Het beeld is gemaakt door de kunstenares Ineke Ekkers die haar atelier in Nes (Dongeradeel) heeft. Aan het kiezen van dit kunstwerk ging een prijsvraag vooraf, uitgeschreven door het wijkpanel van de binnenstad… in 2005. Dan duurt het nog best lang voordat zo’n idee leidt tot de onthulling.

Maar het is er nu en tsja, wat vind ik ervan…
Ik zag ‘m meteen en ik zie ‘m nog iedere keer wanneer ik er langs fiets of loop. Ik zie het beeld zonder dat het al te overheersend aanwezig is.
Het volgt heel mooi de vorm van de brug. Het geleidt degene die over de brug van de ene kant naar de andere kant van de gracht wil, zonder omweg.
De kleur is (nu nog) fris, sprankelend wit.
Ik zag er meteen een pijp en een vis in en ik vind het prettig wanneer ik iets zie of herken in een beeld.
Ja, eigenlijk vind ik het best een leuk beeld. Het is een verfraaiing, het heeft voor mij wel een meerwaarde in het straatbeeld.

Wat het ding heeft gekost weet ik niet. Het zou zomaar kunnen dat wanneer ik de prijs hoor, ik denk: “Dat hadden we ook niet kunnen doen”. Dus vertel me de prijs alsjeblieft niet!

donderdag 29 maart 2012

260

Mijn eerste blog van 365 ging over oma die mijn oma niet is maar die ik wel zo noem. Sinds die eerste blog schreef ik nog een aantal keren over de oma van mijn lief. Over de patat met een kroket die ze zo lang niet had gegeten en die we voor haar ophaalden bij het cafetaria (055), over de dip waar ze in zat na de heupoperatie (197), over het Fries dat ze ineens sprak toen haar zusje (van dik 80) belde (208) en over haar fascinatie voor ‘letters’ (234).

Ik kan nu niet meer zeggen ‘oma die mijn oma niet is maar die ik wel zo noem’. Ik moet haar nu omschrijven met: ‘oma die mijn oma niet was maar die ik wel zo noemde’, want op 4 maart is ze op 95-jarige leeftijd overleden. Een mooie leeftijd natuurlijk, maar toch. Het liefst zou je bepaalde mensen voor altijd bij je willen houden ook al weet je dat dat niet kan.

Oma was weduwe, alleenwonend, dus de spullen in haar flat moesten na de uitvaart opgeruimd worden: verdeeld,  weggegeven, weggegooid enzo. Als ‘kouwe kant’ vond ik dat ik niet bij het opruimen hoefde te zijn. Niet omdat ik niet de handen uit de mouwen zou willen steken, maar om maar niet de indruk te wekken dat ik ook iets zou denken te mogen meenemen. Na de verdeelsessie waren er nog heel veel spullen aanwezig in de flat en kreeg ik alsnog de vraag of er iets was dat ik graag als herinnering zou willen hebben. Twee dingen schoten direct in mijn hoofd.

Op de dag van blog 55 toen ik ’s middags bij oma op de thee was (en mijn lief later aanschoof) vertelde ze over een jas die ze onder uit een dekenkist had gehaald. Hij hing aan de kast in de slaapkamer en ik moest écht even kijken naar de mantel.
Geen idee welke dieren verwerkt waren in de halflange zwarte mantel met lichtblonde kraag – geen kalf, koe of varken wat je vandaag de dag veel op straat ziet als leren jas – maar het waren écht heel mooie dieren geweest. Die zinnen klinken misschien raar uit de pen (mond, tikkende vingers) van iemand die geen dieren (behalve vissen) eet en ooit lid was van alle diervriendelijke verenigingen en stichtingen… maar het was en is zo. Ik vond en vind het een mooie jas. En hij is warm, wat de functie van een jas primair is.

Het tweede aandenken zag ik altijd in de kast staan maar ik durfde er nooit iets over te zeggen in de vrees dat oma bij leven al zou zeggen: “Neem maar mee!” Maar nu het na de verdeelronde nog steeds in de kast stond, ja toen wilde ik het alsnog wel erven.
Ooit zag ik de serie op televisie met in de hoofdrollen Richard Chamberlain en Raquel Welch en ik vond de serie prachtig. Hoewel ik die volgorde later nóóit meer heb aangehouden, las ik na het zien van de televisieserie het boek. Ik leende het in de bibliotheek.
Jaren geleden zag ik het beroemde boek direct staan in de kamer van oma: ‘De doornvogels’ van Colleen Mac Cullough. En nu ligt het op mijn nachtkastje, want ik ga ‘m gewoon weer lezen!

Een grande dame die van lezen hield: dat zijn nog maar twee typeringen voor de oma die niet mijn oma was, maar die ik wel zo noemde. Ik ga haar jas, ondanks de bontdiscussies, met grandeur dragen.

maandag 26 maart 2012

259

Vorig jaar ging het niet helemaal vlekkeloos met het boeken van de vakantie. Ik was het min of meer vergeten, maar nu ik er over teruglees weet ik het weer. Toch best handig zo’n blogsite.
In nummertje 085 beschreef ik vorig jaar dat we een leuk vakantiepakketje hadden gevonden op internet – huisje in the middle of nowhere op Mallorca met huurauto en privézwembad – maar dat het online boeken lastig ging omdat de boekingssite er uit lag. Na wat telefoontjes en een chatsessie kwam alles op zijn pootjes terecht. D-reizen regelde alles en een week voor vertrek lagen de tickets en vouchers netjes klaar in de D-reizenwinkel ‘om de hoek’.

Dit voorjaar startten we weer tijdig een sneuptocht op het internet naar een soortgelijk vakantiepakket: een huisje in the middle of nowhere met huurauto en privézwembad op een zonnig eiland. En… we vonden niets. Griekse eilanden vallen wat mij betreft voorlopig even af (straks weer een staking), op de Canarische eilanden staan de huisjes vaak niet in the middle of nowhere maar op een park (troosteloos), Mallorca en Gozo hebben we al gehad, en andere bestemmingen worden niet in een kant en klaar pakket aangeboden.
Dat betekent dat alle onderdelen – vlucht, zomerhuis met zwembad en huurauto – apart gezocht en geboekt moeten worden.
Dat kan.
Maar dat kan niet iedereen!
En: dat wil zeker niet iedereen… Ik heb er totaal geen lol in om eindeloos op internet te zoeken, prijzen te vergelijken, data, tijden en beschikbaarheid te noteren, onderdelen met elkaar proberen te matchen etc. etc.
Gelukkig zijn er mensen die dat wél kunnen, willen en leuk vinden, namelijk medewerkers in de D-reizenwinkel ‘om de hoek’!

Vanmiddag togen we rond het middaguur naar de reiswinkel waar het bijzonder rustig was. Eigenlijk zat er maar een medewerkster achter de balie en was er geen enkele klant.
Vaardig klikte en tikte de medewerkster van D-reizen op allerlei websites en we reisden in gedachten van de Kroatische eilanden naar de Balearen en vonden een mooie stek op Menorca. We hadden het al bijna geboekt toen mijn lief zo slim was om uit te zoomen op google maps… en hij zag dat het huisje naast het vliegveld staat. Soms moet een mens concessies doen, maar een vakantie naast een start- en landingsbaan van een intensief in gebruik zijnd vliegveld… dat gaat te ver.
We vlogen verder over de Canarische eilanden terug naar de Middellandse zee en kwamen uit op Sicilië! In- en uitzoomend op google maps leken er geen adders onder het gras te zonnen.
Ruim twee en een half uur nadat we D-reizen binnenstapten en we met een hele vaardige medewerkster aan de zoektocht waren begonnen, hadden we onze vakantiebestemming gevonden! Woehoe!

Inmiddels was het kwart voor drie en ver na onze lunchtijd én die van de mevrouw van D-reizen. We stelden voor dat wij even een broodje gingen eten op een terras en zij ook even haar verlate lunchpauze zou gaan houden. Om vier uur waren we terug en had ze haar lunchpauze gehad en was ze alweer druk allerlei zaken aan het uitzoeken en vastleggen voor onze vakantie.

Soms is het bestellen van producten en diensten via internet heel handig, snel en verleidelijk. Toch probeer ik het tot een minimum te beperken. Ik gun de zelfstandige detaillist een boterham en haal mijn cd’s dus het liefst bij Wobbe en mijn boeken bij Van der Velde. Maar ik moet toegeven dat ook ik wel eens iets bestel bij bol.com omdat die ook ’s avonds open is en ik dan niet de regen in hoef. Vandaag besefte ik meer dan eens dat het persoonlijke contact, het overleg met een vakmens, het langsgaan in een winkel in de stad zoveel handiger, leuker en beter is.

Nogmaals bedankt, D-reizenmedewerkster!

zaterdag 24 maart 2012

258

Even terugkomend op mijn blog over postcrossing. Wie niet weet waar ik het over heb: lees eerst even blog 241.

99 Dagen geleden, op 16 december 2011, meldde ik mij aan als postcrosser en verstuurde mijn eerste ansichtkaart. Bestemming: Russia, een mevrouw die zich op de postcrossingwebsite point_lucky noemt. Pas 27 dagen later kwam de kaart aan. Toch leuk (denk ik). Terwijl de kaart naar Russia onderweg was stuurde ik ook alvast kaarten naar Finland, Duitsland, de Verenigde Staten, Brazilië en Belarus.
Op 4 januari werd ik ‘beloond’: na het sturen van zeven kaarten ontving ik er een! De afzender was ‘BanDana’ die in Belarus woont.

De SvZ (stand van zaken) na 99 dagen postcrossing:
Aantal verzonden ansichtkaarten: 36 waarvan er 33 zijn aangekomen en drie nog onderweg zijn (al zeven, negen en dertien dagen).
Aantal ontvangen ansichtkaarten: 32.

Dit zijn de statistieken… de koude cijfers. Maar hoe zit het met het gevoel? In blog 241 schreef ik het volgende:
Ik weet niet wie dit hele stuur-elkaar-een-kaartje-systeem heeft bedacht – ik denk een ansichtkaartenuitgever of een bezorgdienst – maar ik vind het leuk.
Niet meer en niet minder dan ‘leuk’.
Ik vind het leuk om een kaartje te sturen en een kaartje te ontvangen. En dan vind ik het vooral leuk wanneer het bekenden betreft (zus G en vriendin A zijn nogal van het kaarten sturen, dank daarvoor!), maar ook onbekenden (denk ik).
Mocht het toch niet zo leuk blijken te zijn, dan kap ik er gewoon weer mee.
Dat dat gemakkelijk kan is dan ook wel weer leuk.

Dat was een nogal onderkoelde instelling vergeleken met een postcrosser als ’Nordbaer’. Hij schrijft onder andere op zijn postcrossingpagina: My fiancé (which is also active on postcrossing) has been penpalling for more than 25 years. One of her penpals, the Turkish postcrosser nihan, sent her the link to this postcard paradise. I tried it first and was infected by the postcrossing virus in the same second... :-)))

Ik ga er geen doekjes om winden: ik vind postcrossing bij nader inzien helemaal niet leuk. Ik ben niet gegrepen, geïnfecteerd, door het zogeheten postcrossingvirus. Ik vind het zelfs een beetje zielig…
Wie er een eigen mening over wil vormen raad ik aan, net als ik, gewoon zelf een poosje mee te doen. Het is zo ‘makkelijk’ om iets vooraf, zonder enige ervaring, af te zeiken. En wie het dan ondergaat en het geweldig vindt: vooral lekker mee doorgaan en er heel veel plezier aan beleven.
Ik ben uitgeschreven.

zondag 19 februari 2012

257

Mijn lief vertelde over het achterliggende weekend waarin hij met de band had opgetreden in Berlijn, en over de cd waarnaar ze onder andere geluisterd hadden in de auto tijdens de roadtrip…
Mijn hart maakte een sprongetje!
Ineens was ik terug in het ouderlijk huis aan de Geert Veenhuizenstraat, waar het op zaterdagochtend een drukte van belang was. Zus bezorgde de tijdschriften in het dorp en fietste af en aan om stapels Libelles, Margrieten, Tina’s en Donald Ducks op te halen en weg te brengen.
Mem was aan het poetsen in huis, hait was aan het klussen in het hok en om het huis, en zussie en ik deden dan denk ik ook iets, maar ik weet niet zo goed meer wat…

In de keuken stond een radio op de afzuigkap, met een geluidsbox in de keuken én een geluidsbox (met een hele lange draad) in het hok. Na het avondeten moesten mijn zussies en ik om beurten in tweetallen afwassen, en volgens mij hadden we daarbij de radio meestal aan. Dat denk ik, maar weet ik niet zeker. Wat ik wel absoluut zeker weet is dat de radio vaak op Omrop Fryslân stond, behalve op zaterdagochtend. Dan moest ‘ie voor een bepaalde tijd op Radio Noord. Dan zat er een aantal Grunnigers aan een stamtoavel moppen te tappen en lag mijn vader constant in een deuk.
Ik kan zo de lach weer horen, in mijn hoofd, in mijn herinnering.

Ik had hait nu graag de cd ‘Doezend stamtoavels’ gegeven zodat hij nog weer een keer enorm om de Grunniger moppen had kunnen lachen, maar dat kan niet meer. De cd is nog steeds te koop (onder andere bij bol.com) dus daar ligt het niet aan, maar hait is er niet meer.

Voor wie even lekker wil lachen: een aantal tracks van de cd ‘Doezend stamtoavels’ waarop moppen en reportages staan, is te vinden op YouTube.

Veel plezier!

Bijvoorbeeld:

zondag 12 februari 2012

256

Sorry, maar ik moet u éérst verzoeken, de blogs 056 en 083 ter introductie (nogmaals) te lezen.

Er is iets veranderd.
Vorig jaar viel in februari de bekende envelop in de brievenbus met daarin de uitnodiging voor de opfriscursus ‘Bildts schrijven’ van Meester Kas. Ik was blij. Ik dacht met weemoed aan mijn geboortegrond, aan mijn moedertaal, aan alles dat ooit was en mooie gevoelens had achtergelaten… tot het moment ik daadwerkelijk in het terugkomklasje zat. Ik omschreef het in blog 083 als terugkomen in een koud, kil, eenzaam huis. Niks geen warm bad, warme deken, warme jas of warm weerzien.

Gisteren deed het gewoon pijn toen ik de brievenbus opende en het welbekende handschrift op de envelop zag staan. Het trauma van vorig jaar dacht ik redelijk verwerkt te hebben, maar van het een op het andere moment kwam de teleurstellende ervaring van vorig jaar weer boven. De deceptie.

Hoe vertel ik Meester Kas na jaren dat ik niet zal deelnemen aan de opfrisavond? Moet ik het laten bij alleen ‘ik sil d’r niet bijweze fan ’t jaar’ waarop ik vast en zeker volgend jaar wéér gewoon een uitnodiging van hem krijg? Uitleggen waarom ik niet zal deelnemen, en waarschijnlijk volgend jaar en de jaren erna ook niet, kan ik niet…
De reactietermijn is tot 10 maart dus ik kan nog even nadenken over de tekst die ik op de jaarlijkse ansichtkaart aan Meester Kas schrijf. Altijd een ansicht met een bloem erop.

Ik kijk nog eens naar de uitnodiging en de envelop.
Ik zie het hoofd van Koningin Beatrix met een stempel erover.
Ik lees mijn naam en adres: de tweede letter van mijn postcode klopt niet.
En ik mis iets op de voorzijde: Meester Kas heeft voor het eerst zijn naam en adres op de achterzijde van de envelop geschreven!

Is er dan echt niets dat gewoon lekker bij het oude kan blijven!

zaterdag 11 februari 2012

255

Wy bin nou in St.-Anne,
de lêste stimpelpost.
Wy hè de toertocht reden,
’t waar niet om ‘e nocht.

Fris fort, moe thús,
’t krússy in ‘e bús.
Blij út, blij thús,
en nou maar gau na hús.

Ik kan ‘m nog dromen… de songtekst van een van de liedjes uit de schoolmusical van bijna 30 jaar geleden. En een van de weinige zinnen (die ik moest uitspreken): “Klaasje is teugen ‘e brûg anreden”.

In klas vijf of klas zes (ik weet het exacte jaar écht niet meer) speelden we op de lagere school een geweldige musical over de Bildtse tocht: de schaatstocht over de sloten en vaarten in gemeente Het Bildt. Een streek in het uiterste noordwesten van Fryslân, op de Elfstedenroute tussen Franeker en Bartlehiem.

De allereerste keer dat ik ‘m reed – waarschijnlijk de 10 kilometer – was nog voor die schoolmusical. Dus toen was ik écht nog een kleintje. En ik reed ‘m met mijn twee jaar jongere zusje. Van de tocht zelf herinner ik mij niet heel veel, behalve dat mem met ons mee was gefietst naar de start en ons de houtjes had ondergebonden. En dat zij er halverwege de tocht weer was, bij Swarte Haan. Ze fietste als het ware met ons mee. Het was voor mij de eerste georganiseerde tocht en ik was ontzettend trots op de medaille die net als de Elfstedenmedaille de vorm van een kruisje had: ’n krússy. Die heeft jaren boven mijn bed gehangen.  

Vandaag is de tocht weer uitgeschreven, en ik twijfel of ik ‘m weer zal schaatsen…
Omdat ik nog niet veel op de schaats heb gestaan, kan ik op dit moment de 30 km met moeite volbrengen. Ik zou – als ik verstandig ben – moeten terugvallen op de 10 km die ik ruim 30 jaar geleden als kind deed. Als volwassene een kinderafstand afleggen is best pijnlijk. Het volgende bewijs, dat ook ik al achteruit ga en dingen niet meer gemakkelijk – met twee vingers in de neus – kan.
Zus en zusje schaatsen niet meer.
Mem staat niet meer bij de start, bij Swarte Haan en bij de finish.
En hait slijpt mijn schaatsen niet meer…

Wanneer het vroeger een paar nachten had gevroren, groeide thuis het aantal schaatsen in de gang. In ieder schaatspaar zat een briefje met de naam van de eigenaar er op geschreven. Niet alleen hait, maar ook velen in het dorp hadden ontdekt, dat hait héél goed schaatsen kon slijpen. Uren zat hij achter elkaar in het steenkoude hok – zonder kachel – en sleep daar handmatig schaatsen van dorpsgenoten. Op die manier probeerde hij het bijstandsinkomen van het gezin een beetje aan te vullen. Zwart. Dat kan ik nu wel zeggen, want het is al verjaard en hait is al meer dan vijf jaar dood. Zo’n slijpsteen kostte volgens mij rond de 80 gulden dus de eerste 16 paar schaatsen leverden nog niets op omdat aan het eind van het schaatsseizoen de slijpsteen versleten was.
Wat heeft die beste man een kou geleden, uren achtereen in dat onverwarmde hok. En ik begrijp nog steeds niet waarom hij niet gewoon in de kamer zat bij de gaskachel… Ja, het geluid van die slijpsteen over de schaatsen was niet echt heel fijn, maar hé, hij probeerde beleg op de boterham te verdienen.

Eigenlijk stemt zo’n vorstperiode alleen maar heel erg verdrietig.
Die Bildtse tocht ga ik gewoon helemaal niet rijden!
Die tijd is geweest. Tijd om ‘m af te sluiten.

Hoe zware tijden, jaren later, ineens als zo mooi herinnerd kunnen worden.

zondag 29 januari 2012

254

Het nieuws is alweer een beetje ‘achterhaald’, want ik las het 17 januari – 12 dagen geleden – maar ik kom er toch graag nog even op terug. De kop van een artikel op de website van de Leeuwarder Courant waar laatst mijn oog op viel was: De voorrang voor fietsers op rotondes in de Leeuwarder binnenstad bevalt goed.

En daar kon ik mij weinig bij voorstellen. Nee, dat zeg ik verkeerd: dat nieuws was voor mij opmerkelijk want ik had een andere uitkomst van de (tussen)evaluatie verwacht! Een tegenovergestelde conclusie zelfs.
Kijk, dat de fietsersbond blij is met de maatregel dat fietsers op 10 rotondes in de binnenstad voorrang hebben gekregen op de auto’s, lijkt mij nogal voor de hand liggend. En dat veel fietsers het ook prettig vinden dat ze zo hun fiets de rotonde op kunnen gooien (ook zonder hand uitsteken), snap ik ook best. Maar wat vinden de automobilisten? En een deel van de fietsers zal op diezelfde wegen óók wel eens automobilist zijn. En zijn ze dan ook blij met die voorrangsregel waardoor de halve binnenstad bij tijd en wijle verstopt is? Zijn en voelen de fietsers zich veilig?
De formuleringen ‘fietsers die zo de fiets op de rotonde gooien’ en ‘de halve binnenstad verstopt’ geven al wel aan dat ik niet zo blij ben met die voorrangsregel. En nee, het is niet zo dat ik voornamelijk automobilist ben in de binnenstad. Ik ben zelfs vaker wandelaar of fietser in de binnenstad, dan automobilist!

Aangezien de voorrangsregel op de rotondes in de binnenstad voor mij in 2010 een belangrijk item was bij de gemeenteraadsverkiezingen, ging ik op zoek naar meer informatie over de (tussen)evaluatie… en kon het onderzoeksrapport niet vinden op de website van de gemeente Leeuwarden. Dat is wel héél jammer, want nu moet ik het doen met de wel erg korte tekst van het nieuwsbericht op de website van de Leeuwarder Courant:
Uit het onderzoek blijkt dat het aantal ongelukken in de stad gelijk is gebleven. Wel waren er meer ongelukken tussen fiets en auto. Het autoverkeer stroomt langzamer door. Maar wanneer de voorrangsregel weer zou worden omgedraaid, zouden juist meer auto's die nu van de stadsring gebruik maken, de sluiproutes binnendoor kiezen is de verwachting.

Correct me if I’m wrong, maar uit dat artikel haal ik vier zaken, waaronder drie feiten en een aanname.
Feiten:
- aantal ongelukken is hetzelfde
- aantal ongelukken tussen fiets en auto toegenomen
- verkeer stroomt langzamer door
En de aanname:
- verwachting is dat er meer sluipverkeer in de stadsring komt wanneer de voorrangsregel weer anders wordt (zoals vóór 2007 – auto’s voorrang op de fietsers op de rotonden)
Het lijkt mij goed om het bij de feiten te houden. En wanneer ik dan deze drie moet doorvertalen naar een slotconclusie kom ik niet op: ‘bevalt goed’.

Maar zoals gezegd: ik had graag het hele onderzoeksrapport gelezen. Pas dan had ik er écht een mening over kunnen vormen. Dit is dus een voorlopige.
Mocht een KCC-medewerker of een verkeersmedewerker van Leeuwarden dit lezen: doe mij even de link naar het rapport op uw website, alstublieft…
Dank u wel!

dinsdag 17 januari 2012

253

253
Van harte gefeliciteerd! U heeft in de maandelijkse trekking van december van de Nationale Postcode Loterij een leuke prijs gewonnen…

Zowaar! Ik weet niet hoe lang ik nu al meedoe aan de postcodeloterij, maar voor mijn gevoel heb ik nu écht iets gewonnen. Na wat prijzen van zo’n € 3,50, een ijsprijs die ik niet opgehaald heb en een bloembollenprijs die ik óók niet opgehaald heb, is nu de DVD-boxprijs op mijn postcode gevallen!
Hoera!
Vandaag lag de brief met dit heuglijke nieuws in de bus.
Niet zomaar een DVD-box, maar een naar keuze, waarbij de keus gemaakt moet worden uit:
- Oceans
- Life
- Unknown Universe
- Bloedverwanten
- Seinpost Den Haag
- Woezel & Pip

Ik zal wel een poos onder een steen geleefd hebben want ‘Bloedverwanten’ zegt mij dus he-le-maal niets. Een webpagina van de Avro schreeuwt dat binnenkort de volgende serie begint… nou sorry, maar de vorige is helemaal aan mij voorbij gegaan. Of moet ik zelfs al spreken van vorigen? Dat binnenkort seizoen drie, vier of vijf van start gaat?
Anyways, voor de betreffende  Nederlandse dramaserie van een familie met een zaak waarvan een mevrouw de erfgenaam is, maar die daar geen zin in heeft en waarvan de ex – die hertrouwd is en een kind heeft met een eetstoornis – dan ook de leiding over het bedrijf heeft, terwijl zij zich meer toelegt op de kinderen waarvan een gevoelsarm is, een zachtaardig is en een losbol is, zal ik niet kiezen.
Over Seinpost Den Haag wil en hoef ik niet eens na te denken.
Woezel & Pip zijn schattig – en een deel van de opbrengst van de Woezel & Pip-producten gaat naar een goed doel en dat is oké – maar dat ben ik net ontgroeid.
Het universum heeft mij nog nooit getrokken. Star wars, Star trek… ik weet het verschil niet eens… Als ik vroeger nadacht over de aarde die zweeft in iets waar geen eind aan zit, werd ik misselijk omdat ik het niet kon bevatten. Omdat ik geen zin heb in misselijk worden heb ik destijds al besloten er nooit meer over na te denken.
Blijven de BBC-series Oceans en Life over. Keuzes, keuzes…

Per meespelend lot kunt u een DVD-box uitkiezen. In de trekking speelde u mee met 2 loten.

Daar begrijp ik helemaal niets van, 2 loten. Maar ik vind het best. Hoef ik helemaal geen keuze te maken! Straks méér dan 25 uur kijkplezier in de bus.
1530 minuten over allerlei beestjes!
Dat sluit natuurlijk helemaal aan bij de reden voor deelname aan deze loterij: de groene, goede doelen… NOT!

maandag 16 januari 2012

252

Vandaag iets zeggen over Blue Monday is zó voor de hand liggend… dus dan maar even snel: wat een onzin! Dit zou de meest deprimerende dag moeten zijn van het jaar. En natuurlijk snap ik wel dat het daarbij om ‘de grote gemene deler’ gaat en niet om individuele gevallen. Het gaat natuurlijk niet om hoe ik deze maandag tot nog toe beleefd heb. Maar toch, mocht een onderzoeker mij er naar vragen omdat hij/zij proefondervindelijk wil vaststellen of het ook daadwerkelijk ‘Blue Monday’ was: niks aan het handje!

Wat deze dag tot de meest deprimerende zou moeten maken?
1. rond deze tijd wordt bij veel mensen duidelijk dat er van de goede voornemens weinig terecht komt
2. de eerste rekeningen van het jaar worden weer bezorgd
3. aan de donkere winterdagen lijkt geen einde te komen
4. maandag is altijd al een moeilijke dag na een weekend waarin het bioritme helemaal over de kop gegooid is.

En nu mijn dag, 16 januari 2012
Het is heerlijk fris wanneer ik de deur uit stap. Omdat er gisteren géén parkeerplek was in mijn straat, terwijl ik toch ieder jaar een parkeerbewijs van de gemeente Leeuwarden koop van bijna € 200,- kan ik de werkdag beginnen met een fijne ochtendwandeling. Maar hé, het was sinds eind juni 2011 droog, windstil en niet mistig! En de factuur van het best-wel-dure-parkeerbewijs-en-dan-nóg-geen-parkeerplekje-voor-de-deur had ik anderhalve week geleden al voldaan, dus vandaag geen depressie vanwege een bezorgde rekening. Daarnaast: ik weet al jaaaren dat in de eerste twee weken van januari bepaalde jaarlijkse rekeningen op de mat vallen. Daar houd ik gewoon rekening mee, dus geen reden tot een gedeprimeerd gevoel. Geen Blue Monday is een kwestie van vooruit kijken.

Voor de tweede keer deze winter kan ik de ramen van de auto krabben: het ijs op de ramen blijkt een soort lichte ijspoeder te zijn. In no time zijn de ramen schoon. Omdat ik mijn ecologische voetprint graag groot houd, start ik altijd vóór het ramenkrabben de dieselmotor. Nu dat krabben zo snel ging, is het binnen in de auto nog steeds koud wanneer ik wegrijd. Maar daar heb ik op gerekend: handschoenen, dikke sjaal. Eindelijk konden ze vanochtend écht een functie vervullen.

De zon komt rood op. Het is een prachtige rit en ik denk in een flits: “Morgenrood, sneeuw in de sloot?” maar dat blijkt niet zo te zijn. Geen vlokje sneeuw gevallen. De hele dag blijft het droog en zonnig, en mijn collega en ik moeten zelfs de luxaflex neerlaten! We stellen rond half vijf vast dat het zowaar nog licht is! Dat de dagen alweer lengen! En zo rood als de zon opkwam, gaat deze ook weer onder.

Een keer thuis bedenk ik mij dat het 16 januari is. Ik kijk terug in oude blogs en jawel! Precies drie jaar geleden, op 16 januari 2009 stopte ik met roken en dat houd ik drie jaar later nog steeds vol. En best wel moeiteloos. Dus wat nou: ‘rond deze tijd wordt bij veel mensen duidelijk dat er van de goede voornemens weinig terecht komt’. Nooit op 1 januari een voornemen uitspreken maar ergens mee starten of stoppen wanneer je daar zelf écht aan toe bent. En ik was op 16 januari 2009 klaar voor het stoppen met roken.

Was er dan helemaal niets ‘blue’ aan deze dag?
Op weg naar het werk lag er een dood konijn aan de kant van de weg. Aangereden (neem ik aan. Het zal wel geen hartaanval geweest zijn). En op de terugweg een groter dier midden op de weg (ben er niet overheen gereden hoor!). Ik dacht even dat het een das was, maar weet het niet zeker. Ik ben namelijk niet gestopt… Want ja, wat dan? Zo’n aangereden beest met een tissue bij het oor pakken en van het asfalt trekken? Dat kan ik niet.
Twee letterlijke smetjes op een verder prima maandag, dus!

zondag 15 januari 2012

251

Op mijn dtv-tweet (durf-te-vragen-tweet) waarin ik om tips vroeg voor een cultureel uitje op zondagmiddag, kwamen bedroevend weinig reacties binnen. Dat betekent dat ik of onvoldoende volgers heb of volgens zonder uittips of dat ik niet de moeite waard ben om op te reageren, of dat er bijna niets te doen was deze zondag of… ach, maakt het uit. Eén tip was goed om te onthouden voor een andere keer (naar café Hopper in Drachten voor een zondagmiddagconcert - http://www.hopperdrachten.nl) en mijn lief bedacht uiteindelijk onze zondagmiddagactiviteit van deze week: naar het Drents museum in Assen. Medio november werd het museum na een uitbreiding heropend (door Koningin Beatrix), dus een goed moment om dit regiomuseum eens met een bezoekje te vereren! En het was ook alweer ruim 10 jaar geleden, dat ik er voor de eerste en laatste keer was geweest. Van dat bezoek kon ik mij alleen het veenlijk – het meisje van Yde – nog herinneren…

Met zeer grote belangstelling bekeken we de collecties ‘Kunst 1885 – 1935’ en ‘Hedendaags realisme’. Echt heel mooi! In die ING-collectie ‘Hedendaags realisme’ hing een schilderij van Peter Hartwig (1951) dat mij bijzonder aansprak. Die meneer ga ik nog eens even opzoeken op het web!
De archeologiecollectie kon mij vervolgens niet zo boeien. Het veenlijk wist ik mij dus nog wel te herinneren, en de rest van de collectie vond ik persoonlijk niet heel bijzonder. Potscherven, pijlpunten, bijlen van vuursteen heb ik inmiddels vaak genoeg in allerlei streekmusea gezien…
Het laatste onderdeel om te bezoeken: de tijdelijke tentoonstelling!
China doet het goed in Assen, en dus gaat de tijdelijke tentoonstelling nu over de Tang-dynastie (618 – 907 na Chr).
Tsja, wat zal ik er over zeggen… ik had er niet zo veel mee…
Best leuk om even te bekijken, maar ik zou er niet speciaal voor naar het museum gaan, en ik zou er al zeker niet voor in de rij gaan staan. De ruimte waarin de tijdelijke tentoonstelling ingericht was – de nieuwbouw – maakte op mij ook meer indruk dan de Chinese kunst.
Hé, over smaak valt niet te twisten, nietwaar!

Op de een of andere manier kwam vanmiddag een aantal keren een pentekening ter sprake die ik een aantal jaren geleden heb gekocht. Ik vind ‘m prachtig in zijn eenvoud en noem ‘m de dansende paarden. Op de achterzijde staat een stempel van galerie Van Hulsen in Leeuwarden; de galerie die ooit aan de stille kant van de Nieuwestad gevestigd was. De pentekening is niet ondertekend, maar er staat wel een soort van stempel op.
Iedere keer wanneer we het over de pentekening hebben, moet mijn lief even zeggen dat hij er helemaal niets mee heeft en moet ik even kwijt dat ik ‘m juist heel mooi vind.

Anyways, in de hoop dat deze blog meer reacties oplevert ten opzichte van de durf-te-vragen-tweet… plaats ik een durf-te-vragen-blog!
En de vraag is: wie kan mij meer vertellen over de tekening van de dansende paarden?


Dansende paarden

Plaatje moet kwartslag naar rechts gedraaid worden, maar dat lukt mij maar niet :-(

vrijdag 13 januari 2012

250

Met een blocnote op de leuning van de fauteuil heb ik de eerste twee uitzendingen van ‘Wie is de mol’ zojuist minutieus bekeken op Uitzending gemist. Het blocnote ziet er denk ik nu wel uit als een zogeheten mollenboekje. De lezers die ‘Wie is de mol’ niet volgen of ooit gevolgd hebben – dit is al seizoen 12! – die snappen die laatste zin niet. En die gaan van de komende tekst ook niets begrijpen. Dus die kunnen stoppen met lezen…

Ik heb de eerste twee afleveringen uitgebreid bekeken om een (voorlopig) antwoord te kunnen geven op de vraag: Wie is de mol? Erg benieuwd of ik na drie, vier, vijf afleveringen nog steeds op dezelfde mol inzet. De kans is trouwens erg groot, dat er vanaf nu al sprake is van een tunnelvisie. Vanaf nu zal ik namelijk allemaal aanwijzingen zien die mijn idee doen sterken… dat Maarten van der Weijden de mol is!

Ja, Maarten. En daar heb ik de volgende ‘aanwijzingen’ voor gevonden in aflevering 1:
- de klok in de Dakota is door de mol met een uur teruggedraaid, van 2:55:46 naar 1:55:46. Van alle deelnemers is er maar één waarvoor de snelste/kortste tijd van belang is, en dat is voor de (oud)zwemmer;
- slechts vijf van de tien deelnemers zijn op tijd bij de Dakota (Dio, William, Frits, Marit en Hadewych) en ik verdenk de mol er van, dat hij of zij gewoon twee uur achter een bergje heeft zitten boekje lezen tijdens de dropping. Van Maarten zijn bijna geen droppingbeelden getoond. Logisch, want er zijn van hem geen beelden waarop hij actief aan het zoeken en lopen is. Hij zat immers boekje te lezen;
- op de gletsjer zegt Maarten tegen Frits: “Dan is het een blinde gok!” Het is wat erg voor de hand liggend – mol, blind – maar ik houd er toch sterk rekening mee dat dit inkoppertje meetelt;
- tijdens de tweede ronde op de gletsjer zegt William als eerste dat hij geen kokers kan vinden. William vormt een duo met Maarten, dus die heeft hem dan niet een goede beschrijving gegeven;
- Maarten houdt zich constant vrij rustig en afzijdig. Hij treedt niet op de voorgrond en staat meestal afzijdig en achteraan. Dat achteraan staan kan te maken hebben met zijn lengte, maar ik denk dat hij zich ook gewoon wat gedeisd houdt. Zo valt hij niet op en wordt hij niet snel verdacht: het gaat er óók om dat de medekandidaten hem niet ontmaskeren. Ik denk dat bij de tests bijna niemand Maarten als mol kiest;
- bij de opdracht op de brug (paintball) wordt Maarten geraakt. Hij zegt dat hij geraakt is op zijn schoen… maar ik zie toch echt verf op zijn linkermouw. Dat kan natuurlijk wegspattende verf zijn – qua windrichting en windkracht kan het – maar er is gewoon iets geks mee;
- in aflevering 1 vliegt Marion er uit en die had een theorie waarbij óf Frits of Tim als mol uit de bus zou moeten komen. Maar Marion is er al uit dus die theorie klopt voor geen kant en Frits en Tim zijn dus niet de mol. Maarten zou het kunnen zijn;  
- bij de bekendmaking van de afvaller werd trouwens eerst de naam van Tim ingetoetst – hij was door. Naast Tim zat Maarten, dus het was best logisch geweest om het rijtje af te gaan en vervolgens Maarten in te toetsen. Maar nee, er werd een onlogische sprong naar Hadewych gemaakt.

De aanwijzingen die ik uit aflevering 2 heb gehaald, die er voor mij op wijzen dat Maarten de mol is:
- bij de trapopdracht wordt de lengte van Maarten gevraagd in centimeters. Hij zegt 204. Terwijl op wikipedia toch echt 202 staat. Dan kun je denken: wat heeft een wikipediapagina nu met ‘Wie is de mol’ te maken? Daar kan toch iets fout op staan? Wel, op de website van Wie is de mol staat over iedere kandidaat informatie geschreven en de informatie over Maarten komt van… wikipedia! Oftewel, er wordt bewust verkeerde informatie gegeven in die opdracht;
- Maarten zit in de bus enorm te stoken tussen William en Liesbeth;
- bij de rooksignalenopdracht blijkt dat Maarten vooraf een vraag heeft moeten beantwoorden. De andere deelnemers weten dat niet. De vraag is: gaat de groep de opdracht goed afronden of mislukt de opdracht? De vraag wordt gesteld aan Maarten terwijl hij naast de Jeep staat. Na de opdracht wordt het antwoord uitgezonden (dat hij zogenaamd voor de opdracht al heeft gegeven): dan zit Maarten in de auto. Het stellen van de vraag en het beantwoorden van de vraag blijkt dus op volstrekt verschillende momenten opgenomen te zijn! Dat is niet (alleen) een mollenstreek, dat is een prachtig opzetje tussen de makers van het programma en de mol. Uiteindelijk is dus het antwoord uitgekozen en uitgezonden dat op dat moment het beste voor de groep en het programma was. En de groep had een opsteker nodig, dus vandaar dat uitgekozen en uitgezonden werd: “Ik voorspel dat ze de opdracht niet volbrengen”;
- nadat Maarten ‘zomaar’ de uitslag goed heeft voorspeld (opzetje!), en de groep eindelijk geld heeft gewonnen zegt Maarten: “Dat ik de sippe gezichten kon laten draaien, was een mooi euforisch moment.” En dat geloof ik meteen: Maarten was al niet verdacht, maar nu helemaal niet meer. Hij is nu de held van de groep. Op deze manier zullen de andere deelnemers hem zeker nooit als mol ontmaskeren;
- Dio vult bij de test in, dat hij denkt dat de mol een vrouw is. En Dio vliegt er uit. De mol is een man! Dus Tim, Maarten, Frits of William;
- en ook bij deze bekendmaking van de testuitslag: aan het intoetsen van de naam ‘Maarten’ komt Ard niet eens toe.       

En dan even los van de eerste twee afleveringen: de graafbeweging die een mol maakt lijkt enorm op de schoolslag. Oftewel: de zwemmer onder de deelnemers kan het beste graven als een mol… ís de mol!

Nou, dat is mijn theorie zo’n beetje ;-)