Mijn lijst met blogs

zondag 19 februari 2012

257

Mijn lief vertelde over het achterliggende weekend waarin hij met de band had opgetreden in Berlijn, en over de cd waarnaar ze onder andere geluisterd hadden in de auto tijdens de roadtrip…
Mijn hart maakte een sprongetje!
Ineens was ik terug in het ouderlijk huis aan de Geert Veenhuizenstraat, waar het op zaterdagochtend een drukte van belang was. Zus bezorgde de tijdschriften in het dorp en fietste af en aan om stapels Libelles, Margrieten, Tina’s en Donald Ducks op te halen en weg te brengen.
Mem was aan het poetsen in huis, hait was aan het klussen in het hok en om het huis, en zussie en ik deden dan denk ik ook iets, maar ik weet niet zo goed meer wat…

In de keuken stond een radio op de afzuigkap, met een geluidsbox in de keuken én een geluidsbox (met een hele lange draad) in het hok. Na het avondeten moesten mijn zussies en ik om beurten in tweetallen afwassen, en volgens mij hadden we daarbij de radio meestal aan. Dat denk ik, maar weet ik niet zeker. Wat ik wel absoluut zeker weet is dat de radio vaak op Omrop Fryslân stond, behalve op zaterdagochtend. Dan moest ‘ie voor een bepaalde tijd op Radio Noord. Dan zat er een aantal Grunnigers aan een stamtoavel moppen te tappen en lag mijn vader constant in een deuk.
Ik kan zo de lach weer horen, in mijn hoofd, in mijn herinnering.

Ik had hait nu graag de cd ‘Doezend stamtoavels’ gegeven zodat hij nog weer een keer enorm om de Grunniger moppen had kunnen lachen, maar dat kan niet meer. De cd is nog steeds te koop (onder andere bij bol.com) dus daar ligt het niet aan, maar hait is er niet meer.

Voor wie even lekker wil lachen: een aantal tracks van de cd ‘Doezend stamtoavels’ waarop moppen en reportages staan, is te vinden op YouTube.

Veel plezier!

Bijvoorbeeld:

zondag 12 februari 2012

256

Sorry, maar ik moet u éérst verzoeken, de blogs 056 en 083 ter introductie (nogmaals) te lezen.

Er is iets veranderd.
Vorig jaar viel in februari de bekende envelop in de brievenbus met daarin de uitnodiging voor de opfriscursus ‘Bildts schrijven’ van Meester Kas. Ik was blij. Ik dacht met weemoed aan mijn geboortegrond, aan mijn moedertaal, aan alles dat ooit was en mooie gevoelens had achtergelaten… tot het moment ik daadwerkelijk in het terugkomklasje zat. Ik omschreef het in blog 083 als terugkomen in een koud, kil, eenzaam huis. Niks geen warm bad, warme deken, warme jas of warm weerzien.

Gisteren deed het gewoon pijn toen ik de brievenbus opende en het welbekende handschrift op de envelop zag staan. Het trauma van vorig jaar dacht ik redelijk verwerkt te hebben, maar van het een op het andere moment kwam de teleurstellende ervaring van vorig jaar weer boven. De deceptie.

Hoe vertel ik Meester Kas na jaren dat ik niet zal deelnemen aan de opfrisavond? Moet ik het laten bij alleen ‘ik sil d’r niet bijweze fan ’t jaar’ waarop ik vast en zeker volgend jaar wéér gewoon een uitnodiging van hem krijg? Uitleggen waarom ik niet zal deelnemen, en waarschijnlijk volgend jaar en de jaren erna ook niet, kan ik niet…
De reactietermijn is tot 10 maart dus ik kan nog even nadenken over de tekst die ik op de jaarlijkse ansichtkaart aan Meester Kas schrijf. Altijd een ansicht met een bloem erop.

Ik kijk nog eens naar de uitnodiging en de envelop.
Ik zie het hoofd van Koningin Beatrix met een stempel erover.
Ik lees mijn naam en adres: de tweede letter van mijn postcode klopt niet.
En ik mis iets op de voorzijde: Meester Kas heeft voor het eerst zijn naam en adres op de achterzijde van de envelop geschreven!

Is er dan echt niets dat gewoon lekker bij het oude kan blijven!

zaterdag 11 februari 2012

255

Wy bin nou in St.-Anne,
de lêste stimpelpost.
Wy hè de toertocht reden,
’t waar niet om ‘e nocht.

Fris fort, moe thús,
’t krússy in ‘e bús.
Blij út, blij thús,
en nou maar gau na hús.

Ik kan ‘m nog dromen… de songtekst van een van de liedjes uit de schoolmusical van bijna 30 jaar geleden. En een van de weinige zinnen (die ik moest uitspreken): “Klaasje is teugen ‘e brûg anreden”.

In klas vijf of klas zes (ik weet het exacte jaar écht niet meer) speelden we op de lagere school een geweldige musical over de Bildtse tocht: de schaatstocht over de sloten en vaarten in gemeente Het Bildt. Een streek in het uiterste noordwesten van Fryslân, op de Elfstedenroute tussen Franeker en Bartlehiem.

De allereerste keer dat ik ‘m reed – waarschijnlijk de 10 kilometer – was nog voor die schoolmusical. Dus toen was ik écht nog een kleintje. En ik reed ‘m met mijn twee jaar jongere zusje. Van de tocht zelf herinner ik mij niet heel veel, behalve dat mem met ons mee was gefietst naar de start en ons de houtjes had ondergebonden. En dat zij er halverwege de tocht weer was, bij Swarte Haan. Ze fietste als het ware met ons mee. Het was voor mij de eerste georganiseerde tocht en ik was ontzettend trots op de medaille die net als de Elfstedenmedaille de vorm van een kruisje had: ’n krússy. Die heeft jaren boven mijn bed gehangen.  

Vandaag is de tocht weer uitgeschreven, en ik twijfel of ik ‘m weer zal schaatsen…
Omdat ik nog niet veel op de schaats heb gestaan, kan ik op dit moment de 30 km met moeite volbrengen. Ik zou – als ik verstandig ben – moeten terugvallen op de 10 km die ik ruim 30 jaar geleden als kind deed. Als volwassene een kinderafstand afleggen is best pijnlijk. Het volgende bewijs, dat ook ik al achteruit ga en dingen niet meer gemakkelijk – met twee vingers in de neus – kan.
Zus en zusje schaatsen niet meer.
Mem staat niet meer bij de start, bij Swarte Haan en bij de finish.
En hait slijpt mijn schaatsen niet meer…

Wanneer het vroeger een paar nachten had gevroren, groeide thuis het aantal schaatsen in de gang. In ieder schaatspaar zat een briefje met de naam van de eigenaar er op geschreven. Niet alleen hait, maar ook velen in het dorp hadden ontdekt, dat hait héél goed schaatsen kon slijpen. Uren zat hij achter elkaar in het steenkoude hok – zonder kachel – en sleep daar handmatig schaatsen van dorpsgenoten. Op die manier probeerde hij het bijstandsinkomen van het gezin een beetje aan te vullen. Zwart. Dat kan ik nu wel zeggen, want het is al verjaard en hait is al meer dan vijf jaar dood. Zo’n slijpsteen kostte volgens mij rond de 80 gulden dus de eerste 16 paar schaatsen leverden nog niets op omdat aan het eind van het schaatsseizoen de slijpsteen versleten was.
Wat heeft die beste man een kou geleden, uren achtereen in dat onverwarmde hok. En ik begrijp nog steeds niet waarom hij niet gewoon in de kamer zat bij de gaskachel… Ja, het geluid van die slijpsteen over de schaatsen was niet echt heel fijn, maar hé, hij probeerde beleg op de boterham te verdienen.

Eigenlijk stemt zo’n vorstperiode alleen maar heel erg verdrietig.
Die Bildtse tocht ga ik gewoon helemaal niet rijden!
Die tijd is geweest. Tijd om ‘m af te sluiten.

Hoe zware tijden, jaren later, ineens als zo mooi herinnerd kunnen worden.

zondag 29 januari 2012

254

Het nieuws is alweer een beetje ‘achterhaald’, want ik las het 17 januari – 12 dagen geleden – maar ik kom er toch graag nog even op terug. De kop van een artikel op de website van de Leeuwarder Courant waar laatst mijn oog op viel was: De voorrang voor fietsers op rotondes in de Leeuwarder binnenstad bevalt goed.

En daar kon ik mij weinig bij voorstellen. Nee, dat zeg ik verkeerd: dat nieuws was voor mij opmerkelijk want ik had een andere uitkomst van de (tussen)evaluatie verwacht! Een tegenovergestelde conclusie zelfs.
Kijk, dat de fietsersbond blij is met de maatregel dat fietsers op 10 rotondes in de binnenstad voorrang hebben gekregen op de auto’s, lijkt mij nogal voor de hand liggend. En dat veel fietsers het ook prettig vinden dat ze zo hun fiets de rotonde op kunnen gooien (ook zonder hand uitsteken), snap ik ook best. Maar wat vinden de automobilisten? En een deel van de fietsers zal op diezelfde wegen óók wel eens automobilist zijn. En zijn ze dan ook blij met die voorrangsregel waardoor de halve binnenstad bij tijd en wijle verstopt is? Zijn en voelen de fietsers zich veilig?
De formuleringen ‘fietsers die zo de fiets op de rotonde gooien’ en ‘de halve binnenstad verstopt’ geven al wel aan dat ik niet zo blij ben met die voorrangsregel. En nee, het is niet zo dat ik voornamelijk automobilist ben in de binnenstad. Ik ben zelfs vaker wandelaar of fietser in de binnenstad, dan automobilist!

Aangezien de voorrangsregel op de rotondes in de binnenstad voor mij in 2010 een belangrijk item was bij de gemeenteraadsverkiezingen, ging ik op zoek naar meer informatie over de (tussen)evaluatie… en kon het onderzoeksrapport niet vinden op de website van de gemeente Leeuwarden. Dat is wel héél jammer, want nu moet ik het doen met de wel erg korte tekst van het nieuwsbericht op de website van de Leeuwarder Courant:
Uit het onderzoek blijkt dat het aantal ongelukken in de stad gelijk is gebleven. Wel waren er meer ongelukken tussen fiets en auto. Het autoverkeer stroomt langzamer door. Maar wanneer de voorrangsregel weer zou worden omgedraaid, zouden juist meer auto's die nu van de stadsring gebruik maken, de sluiproutes binnendoor kiezen is de verwachting.

Correct me if I’m wrong, maar uit dat artikel haal ik vier zaken, waaronder drie feiten en een aanname.
Feiten:
- aantal ongelukken is hetzelfde
- aantal ongelukken tussen fiets en auto toegenomen
- verkeer stroomt langzamer door
En de aanname:
- verwachting is dat er meer sluipverkeer in de stadsring komt wanneer de voorrangsregel weer anders wordt (zoals vóór 2007 – auto’s voorrang op de fietsers op de rotonden)
Het lijkt mij goed om het bij de feiten te houden. En wanneer ik dan deze drie moet doorvertalen naar een slotconclusie kom ik niet op: ‘bevalt goed’.

Maar zoals gezegd: ik had graag het hele onderzoeksrapport gelezen. Pas dan had ik er écht een mening over kunnen vormen. Dit is dus een voorlopige.
Mocht een KCC-medewerker of een verkeersmedewerker van Leeuwarden dit lezen: doe mij even de link naar het rapport op uw website, alstublieft…
Dank u wel!

dinsdag 17 januari 2012

253

253
Van harte gefeliciteerd! U heeft in de maandelijkse trekking van december van de Nationale Postcode Loterij een leuke prijs gewonnen…

Zowaar! Ik weet niet hoe lang ik nu al meedoe aan de postcodeloterij, maar voor mijn gevoel heb ik nu écht iets gewonnen. Na wat prijzen van zo’n € 3,50, een ijsprijs die ik niet opgehaald heb en een bloembollenprijs die ik óók niet opgehaald heb, is nu de DVD-boxprijs op mijn postcode gevallen!
Hoera!
Vandaag lag de brief met dit heuglijke nieuws in de bus.
Niet zomaar een DVD-box, maar een naar keuze, waarbij de keus gemaakt moet worden uit:
- Oceans
- Life
- Unknown Universe
- Bloedverwanten
- Seinpost Den Haag
- Woezel & Pip

Ik zal wel een poos onder een steen geleefd hebben want ‘Bloedverwanten’ zegt mij dus he-le-maal niets. Een webpagina van de Avro schreeuwt dat binnenkort de volgende serie begint… nou sorry, maar de vorige is helemaal aan mij voorbij gegaan. Of moet ik zelfs al spreken van vorigen? Dat binnenkort seizoen drie, vier of vijf van start gaat?
Anyways, voor de betreffende  Nederlandse dramaserie van een familie met een zaak waarvan een mevrouw de erfgenaam is, maar die daar geen zin in heeft en waarvan de ex – die hertrouwd is en een kind heeft met een eetstoornis – dan ook de leiding over het bedrijf heeft, terwijl zij zich meer toelegt op de kinderen waarvan een gevoelsarm is, een zachtaardig is en een losbol is, zal ik niet kiezen.
Over Seinpost Den Haag wil en hoef ik niet eens na te denken.
Woezel & Pip zijn schattig – en een deel van de opbrengst van de Woezel & Pip-producten gaat naar een goed doel en dat is oké – maar dat ben ik net ontgroeid.
Het universum heeft mij nog nooit getrokken. Star wars, Star trek… ik weet het verschil niet eens… Als ik vroeger nadacht over de aarde die zweeft in iets waar geen eind aan zit, werd ik misselijk omdat ik het niet kon bevatten. Omdat ik geen zin heb in misselijk worden heb ik destijds al besloten er nooit meer over na te denken.
Blijven de BBC-series Oceans en Life over. Keuzes, keuzes…

Per meespelend lot kunt u een DVD-box uitkiezen. In de trekking speelde u mee met 2 loten.

Daar begrijp ik helemaal niets van, 2 loten. Maar ik vind het best. Hoef ik helemaal geen keuze te maken! Straks méér dan 25 uur kijkplezier in de bus.
1530 minuten over allerlei beestjes!
Dat sluit natuurlijk helemaal aan bij de reden voor deelname aan deze loterij: de groene, goede doelen… NOT!

maandag 16 januari 2012

252

Vandaag iets zeggen over Blue Monday is zó voor de hand liggend… dus dan maar even snel: wat een onzin! Dit zou de meest deprimerende dag moeten zijn van het jaar. En natuurlijk snap ik wel dat het daarbij om ‘de grote gemene deler’ gaat en niet om individuele gevallen. Het gaat natuurlijk niet om hoe ik deze maandag tot nog toe beleefd heb. Maar toch, mocht een onderzoeker mij er naar vragen omdat hij/zij proefondervindelijk wil vaststellen of het ook daadwerkelijk ‘Blue Monday’ was: niks aan het handje!

Wat deze dag tot de meest deprimerende zou moeten maken?
1. rond deze tijd wordt bij veel mensen duidelijk dat er van de goede voornemens weinig terecht komt
2. de eerste rekeningen van het jaar worden weer bezorgd
3. aan de donkere winterdagen lijkt geen einde te komen
4. maandag is altijd al een moeilijke dag na een weekend waarin het bioritme helemaal over de kop gegooid is.

En nu mijn dag, 16 januari 2012
Het is heerlijk fris wanneer ik de deur uit stap. Omdat er gisteren géén parkeerplek was in mijn straat, terwijl ik toch ieder jaar een parkeerbewijs van de gemeente Leeuwarden koop van bijna € 200,- kan ik de werkdag beginnen met een fijne ochtendwandeling. Maar hé, het was sinds eind juni 2011 droog, windstil en niet mistig! En de factuur van het best-wel-dure-parkeerbewijs-en-dan-nóg-geen-parkeerplekje-voor-de-deur had ik anderhalve week geleden al voldaan, dus vandaag geen depressie vanwege een bezorgde rekening. Daarnaast: ik weet al jaaaren dat in de eerste twee weken van januari bepaalde jaarlijkse rekeningen op de mat vallen. Daar houd ik gewoon rekening mee, dus geen reden tot een gedeprimeerd gevoel. Geen Blue Monday is een kwestie van vooruit kijken.

Voor de tweede keer deze winter kan ik de ramen van de auto krabben: het ijs op de ramen blijkt een soort lichte ijspoeder te zijn. In no time zijn de ramen schoon. Omdat ik mijn ecologische voetprint graag groot houd, start ik altijd vóór het ramenkrabben de dieselmotor. Nu dat krabben zo snel ging, is het binnen in de auto nog steeds koud wanneer ik wegrijd. Maar daar heb ik op gerekend: handschoenen, dikke sjaal. Eindelijk konden ze vanochtend écht een functie vervullen.

De zon komt rood op. Het is een prachtige rit en ik denk in een flits: “Morgenrood, sneeuw in de sloot?” maar dat blijkt niet zo te zijn. Geen vlokje sneeuw gevallen. De hele dag blijft het droog en zonnig, en mijn collega en ik moeten zelfs de luxaflex neerlaten! We stellen rond half vijf vast dat het zowaar nog licht is! Dat de dagen alweer lengen! En zo rood als de zon opkwam, gaat deze ook weer onder.

Een keer thuis bedenk ik mij dat het 16 januari is. Ik kijk terug in oude blogs en jawel! Precies drie jaar geleden, op 16 januari 2009 stopte ik met roken en dat houd ik drie jaar later nog steeds vol. En best wel moeiteloos. Dus wat nou: ‘rond deze tijd wordt bij veel mensen duidelijk dat er van de goede voornemens weinig terecht komt’. Nooit op 1 januari een voornemen uitspreken maar ergens mee starten of stoppen wanneer je daar zelf écht aan toe bent. En ik was op 16 januari 2009 klaar voor het stoppen met roken.

Was er dan helemaal niets ‘blue’ aan deze dag?
Op weg naar het werk lag er een dood konijn aan de kant van de weg. Aangereden (neem ik aan. Het zal wel geen hartaanval geweest zijn). En op de terugweg een groter dier midden op de weg (ben er niet overheen gereden hoor!). Ik dacht even dat het een das was, maar weet het niet zeker. Ik ben namelijk niet gestopt… Want ja, wat dan? Zo’n aangereden beest met een tissue bij het oor pakken en van het asfalt trekken? Dat kan ik niet.
Twee letterlijke smetjes op een verder prima maandag, dus!

zondag 15 januari 2012

251

Op mijn dtv-tweet (durf-te-vragen-tweet) waarin ik om tips vroeg voor een cultureel uitje op zondagmiddag, kwamen bedroevend weinig reacties binnen. Dat betekent dat ik of onvoldoende volgers heb of volgens zonder uittips of dat ik niet de moeite waard ben om op te reageren, of dat er bijna niets te doen was deze zondag of… ach, maakt het uit. Eén tip was goed om te onthouden voor een andere keer (naar café Hopper in Drachten voor een zondagmiddagconcert - http://www.hopperdrachten.nl) en mijn lief bedacht uiteindelijk onze zondagmiddagactiviteit van deze week: naar het Drents museum in Assen. Medio november werd het museum na een uitbreiding heropend (door Koningin Beatrix), dus een goed moment om dit regiomuseum eens met een bezoekje te vereren! En het was ook alweer ruim 10 jaar geleden, dat ik er voor de eerste en laatste keer was geweest. Van dat bezoek kon ik mij alleen het veenlijk – het meisje van Yde – nog herinneren…

Met zeer grote belangstelling bekeken we de collecties ‘Kunst 1885 – 1935’ en ‘Hedendaags realisme’. Echt heel mooi! In die ING-collectie ‘Hedendaags realisme’ hing een schilderij van Peter Hartwig (1951) dat mij bijzonder aansprak. Die meneer ga ik nog eens even opzoeken op het web!
De archeologiecollectie kon mij vervolgens niet zo boeien. Het veenlijk wist ik mij dus nog wel te herinneren, en de rest van de collectie vond ik persoonlijk niet heel bijzonder. Potscherven, pijlpunten, bijlen van vuursteen heb ik inmiddels vaak genoeg in allerlei streekmusea gezien…
Het laatste onderdeel om te bezoeken: de tijdelijke tentoonstelling!
China doet het goed in Assen, en dus gaat de tijdelijke tentoonstelling nu over de Tang-dynastie (618 – 907 na Chr).
Tsja, wat zal ik er over zeggen… ik had er niet zo veel mee…
Best leuk om even te bekijken, maar ik zou er niet speciaal voor naar het museum gaan, en ik zou er al zeker niet voor in de rij gaan staan. De ruimte waarin de tijdelijke tentoonstelling ingericht was – de nieuwbouw – maakte op mij ook meer indruk dan de Chinese kunst.
Hé, over smaak valt niet te twisten, nietwaar!

Op de een of andere manier kwam vanmiddag een aantal keren een pentekening ter sprake die ik een aantal jaren geleden heb gekocht. Ik vind ‘m prachtig in zijn eenvoud en noem ‘m de dansende paarden. Op de achterzijde staat een stempel van galerie Van Hulsen in Leeuwarden; de galerie die ooit aan de stille kant van de Nieuwestad gevestigd was. De pentekening is niet ondertekend, maar er staat wel een soort van stempel op.
Iedere keer wanneer we het over de pentekening hebben, moet mijn lief even zeggen dat hij er helemaal niets mee heeft en moet ik even kwijt dat ik ‘m juist heel mooi vind.

Anyways, in de hoop dat deze blog meer reacties oplevert ten opzichte van de durf-te-vragen-tweet… plaats ik een durf-te-vragen-blog!
En de vraag is: wie kan mij meer vertellen over de tekening van de dansende paarden?


Dansende paarden

Plaatje moet kwartslag naar rechts gedraaid worden, maar dat lukt mij maar niet :-(

vrijdag 13 januari 2012

250

Met een blocnote op de leuning van de fauteuil heb ik de eerste twee uitzendingen van ‘Wie is de mol’ zojuist minutieus bekeken op Uitzending gemist. Het blocnote ziet er denk ik nu wel uit als een zogeheten mollenboekje. De lezers die ‘Wie is de mol’ niet volgen of ooit gevolgd hebben – dit is al seizoen 12! – die snappen die laatste zin niet. En die gaan van de komende tekst ook niets begrijpen. Dus die kunnen stoppen met lezen…

Ik heb de eerste twee afleveringen uitgebreid bekeken om een (voorlopig) antwoord te kunnen geven op de vraag: Wie is de mol? Erg benieuwd of ik na drie, vier, vijf afleveringen nog steeds op dezelfde mol inzet. De kans is trouwens erg groot, dat er vanaf nu al sprake is van een tunnelvisie. Vanaf nu zal ik namelijk allemaal aanwijzingen zien die mijn idee doen sterken… dat Maarten van der Weijden de mol is!

Ja, Maarten. En daar heb ik de volgende ‘aanwijzingen’ voor gevonden in aflevering 1:
- de klok in de Dakota is door de mol met een uur teruggedraaid, van 2:55:46 naar 1:55:46. Van alle deelnemers is er maar één waarvoor de snelste/kortste tijd van belang is, en dat is voor de (oud)zwemmer;
- slechts vijf van de tien deelnemers zijn op tijd bij de Dakota (Dio, William, Frits, Marit en Hadewych) en ik verdenk de mol er van, dat hij of zij gewoon twee uur achter een bergje heeft zitten boekje lezen tijdens de dropping. Van Maarten zijn bijna geen droppingbeelden getoond. Logisch, want er zijn van hem geen beelden waarop hij actief aan het zoeken en lopen is. Hij zat immers boekje te lezen;
- op de gletsjer zegt Maarten tegen Frits: “Dan is het een blinde gok!” Het is wat erg voor de hand liggend – mol, blind – maar ik houd er toch sterk rekening mee dat dit inkoppertje meetelt;
- tijdens de tweede ronde op de gletsjer zegt William als eerste dat hij geen kokers kan vinden. William vormt een duo met Maarten, dus die heeft hem dan niet een goede beschrijving gegeven;
- Maarten houdt zich constant vrij rustig en afzijdig. Hij treedt niet op de voorgrond en staat meestal afzijdig en achteraan. Dat achteraan staan kan te maken hebben met zijn lengte, maar ik denk dat hij zich ook gewoon wat gedeisd houdt. Zo valt hij niet op en wordt hij niet snel verdacht: het gaat er óók om dat de medekandidaten hem niet ontmaskeren. Ik denk dat bij de tests bijna niemand Maarten als mol kiest;
- bij de opdracht op de brug (paintball) wordt Maarten geraakt. Hij zegt dat hij geraakt is op zijn schoen… maar ik zie toch echt verf op zijn linkermouw. Dat kan natuurlijk wegspattende verf zijn – qua windrichting en windkracht kan het – maar er is gewoon iets geks mee;
- in aflevering 1 vliegt Marion er uit en die had een theorie waarbij óf Frits of Tim als mol uit de bus zou moeten komen. Maar Marion is er al uit dus die theorie klopt voor geen kant en Frits en Tim zijn dus niet de mol. Maarten zou het kunnen zijn;  
- bij de bekendmaking van de afvaller werd trouwens eerst de naam van Tim ingetoetst – hij was door. Naast Tim zat Maarten, dus het was best logisch geweest om het rijtje af te gaan en vervolgens Maarten in te toetsen. Maar nee, er werd een onlogische sprong naar Hadewych gemaakt.

De aanwijzingen die ik uit aflevering 2 heb gehaald, die er voor mij op wijzen dat Maarten de mol is:
- bij de trapopdracht wordt de lengte van Maarten gevraagd in centimeters. Hij zegt 204. Terwijl op wikipedia toch echt 202 staat. Dan kun je denken: wat heeft een wikipediapagina nu met ‘Wie is de mol’ te maken? Daar kan toch iets fout op staan? Wel, op de website van Wie is de mol staat over iedere kandidaat informatie geschreven en de informatie over Maarten komt van… wikipedia! Oftewel, er wordt bewust verkeerde informatie gegeven in die opdracht;
- Maarten zit in de bus enorm te stoken tussen William en Liesbeth;
- bij de rooksignalenopdracht blijkt dat Maarten vooraf een vraag heeft moeten beantwoorden. De andere deelnemers weten dat niet. De vraag is: gaat de groep de opdracht goed afronden of mislukt de opdracht? De vraag wordt gesteld aan Maarten terwijl hij naast de Jeep staat. Na de opdracht wordt het antwoord uitgezonden (dat hij zogenaamd voor de opdracht al heeft gegeven): dan zit Maarten in de auto. Het stellen van de vraag en het beantwoorden van de vraag blijkt dus op volstrekt verschillende momenten opgenomen te zijn! Dat is niet (alleen) een mollenstreek, dat is een prachtig opzetje tussen de makers van het programma en de mol. Uiteindelijk is dus het antwoord uitgekozen en uitgezonden dat op dat moment het beste voor de groep en het programma was. En de groep had een opsteker nodig, dus vandaar dat uitgekozen en uitgezonden werd: “Ik voorspel dat ze de opdracht niet volbrengen”;
- nadat Maarten ‘zomaar’ de uitslag goed heeft voorspeld (opzetje!), en de groep eindelijk geld heeft gewonnen zegt Maarten: “Dat ik de sippe gezichten kon laten draaien, was een mooi euforisch moment.” En dat geloof ik meteen: Maarten was al niet verdacht, maar nu helemaal niet meer. Hij is nu de held van de groep. Op deze manier zullen de andere deelnemers hem zeker nooit als mol ontmaskeren;
- Dio vult bij de test in, dat hij denkt dat de mol een vrouw is. En Dio vliegt er uit. De mol is een man! Dus Tim, Maarten, Frits of William;
- en ook bij deze bekendmaking van de testuitslag: aan het intoetsen van de naam ‘Maarten’ komt Ard niet eens toe.       

En dan even los van de eerste twee afleveringen: de graafbeweging die een mol maakt lijkt enorm op de schoolslag. Oftewel: de zwemmer onder de deelnemers kan het beste graven als een mol… ís de mol!

Nou, dat is mijn theorie zo’n beetje ;-)

donderdag 12 januari 2012

249

Deze week heb ik in mijn hoofd een bizar lijstje gemaakt. Geen lijstje dat in het dikke salontafelboek past waarover ik in blog 244 schreef. Deze week ging ik naar een uitvaart en toen iemand mij vertelde dat zij nog vrijwel nooit naar een uitvaart was geweest – mooi voor haar – bedacht ik dat ik helaas al heel veel achter de rug heb. Het bizarre lijstje telt 18 personen. Ouders, familie, vrienden, ouders van vrienden, buren.

Het leek heel even dat de ingeslagen weg niet de juiste zou zijn, maar het was wel degelijk de Spaarndammerdijk. Rechts werd een grote heg zichtbaar – typisch een die om een begraafplaats is geplant – en ik herkende het kapelletje: vakwerk, wit met een torentje. De zilveren auto met de overledene reed net het terrein op. We waren dus wel goed.
Op de parkeerplaats werden handen geschud en tranen weggeveegd. Er werd op zachte toon met elkaar gesproken. Kransen en bossen bloemen werden afgegeven bij de bodes, namen en adressen werden in een boek geschreven.

In het kapelletje met het rode gordijn, de kist ervoor met veel bloemen, kaarsen en foto’s, was te weinig plaats op de banken voor iedereen die afscheid wilde nemen. Ik moest plaatsnemen in de bank achter mijn lief. De kinderen, net de twintig gepasseerd en nu al zonder ouders, zaten het dichtst bij de kist. Van achter leek het alsof ze hem nog konden aanraken door alleen de hand maar uit te steken.   

‘Dans le port d’Amsterdam’ klonk. Er werd verteld over de jeugdjaren, de aantrekkingskracht van het water, de fascinatie voor elektrotechniek, schepen en scheepsmotoren. De live-uitvoering van ‘Knocking on heavens door’ bracht mij gek genoeg een beetje tot rust. Een collega-schipper vertelde daarna mooie anekdotes waaruit het vakmanschap nog eens prachtig naar voren kwam. Maar de rust die over mij kwam bij de lange uitvoering van ‘Knocking on heavens door’ ebde langzaam weg tijdens de toespraak. Ik wist dat daarna mijn lief moest opstaan voor een korte toespraak en het zingen van een wonderschoon lied, waarbij hij zichzelf begeleidde op gitaar.
Niet zomaar een gitaar, maar een waardevol erfstuk, ‘op het nippertje’ overhandigd gekregen.

Alle uitvaarten zijn uniek, omdat iedere overledene uniek is.
Alle 18 uitvaarten die ik heb bijgewoond waren en zijn bijzonder.
Maar deze week heb ik het mooiste laatste verzoeknummer gehoord.

maandag 9 januari 2012

248

In blog 243 schreef ik over een mogelijk thema voor een nieuwe blogpagina, namelijk de issuekalender.  
Met de zinnen “Ja, die issuekalender 2012 zou nog wel eens heel goed van pas kunnen komen.
Goed bewaren!” sloot ik de blog af. Met andere woorden: geen inspiratie voor een ‘dagelijks’ stukje tekst? De issuekalender zal uitkomst bieden. En dat is dan nog net iets minder erg dan een blog volschrijven over ‘geen inspiratie hebben’. Dat is pas écht uitgekauwd!

Anyways… vandaag de issuekalender geopend – ja zo’n dag – en zag daar staan:
9 – 14 januari Week van het Vermiste Hart
Er ging geen lampje branden…
Tijd om op onderzoek uit te gaan op internet!
Ik stuit als eerste op een nieuwsbericht van 26 oktober 2010 op de site van de hartstichting:

Week van het vermiste hart voor opsporing hartpatiënten
Van 1 tot 7 november is het de week van het vermiste hart. Patiënten met een aangeboren hartafwijking tussen de 20 en 50 jaar wordt dringend verzocht zich te melden op www.8000vermisten.nl.
De organisator is CONCOR, een project van het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland en de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC). De Hartstichting ondersteunt dit initiatief.

Het eerste dat ik vind is dus een zwaar verouderd bericht.
Tijd om verder te surfen op die site van CONCOR. Ook daar het persbericht van oktober 2010 als meest recent artikel en twee filmpjes uit 2009.

Derde onderzoeksgebied: twitter. De termen ‘vermist hart’ levert precies een tweet op… van het account @issuekalender. In de tweet staat een link naar de website van de Hartstichting.
Maar lieve schatten… daar staat niets op over een Week van het Vermiste Hart 2012!
Alleen iets over november 2010!
Het is nu namelijk helemaal geen Week van het Vermiste Hart!
(volgens mij)

Gaaf zo’n issuekalender 2012… in week twee gaat het al mis.

zondag 8 januari 2012

247

Dat ik er al heel lang niet was geweest, blijkt wel uit het feit dat er ineens een monument stond dat ik nog niet eerder had gezien… en dat monument werd op 25 september 2010 onthuld. Er zijn perioden dat ik er vaak kom, perioden dat ik er niet kom, maar het blijft een plek waar ik altijd weer terugkom: bij het Wad, op de zeedijk in de Westhoek.
Ik kom er op vrolijke momenten om van zon en wind te genieten, en om het mooie vast te leggen op foto’s. En ik kom er op momenten dat het hoofd even leeg moet waaien. Ik heb het vaak ‘mijn denkplek’ genoemd.

Maar vanmiddag werd ik dus ineens verrast door een roestvrijstalen monument op de zeedijk en las de tekst:

Rustige Waddensee
Dochs onbetrouber
Poerdersramp

Heldhaftige Westhoeksters
Anne van Dijk
Marten Kingma
Jabik Tjepkema
Jehannes Tjepkema
Jan Wallendal
Tjisse Wallendal

Op 25 septimber 1935 foltrok him de poerdersramp in de Westhoek.
Ferskaidene mânly huurden ’n fissersboat om ’n dag te poeren, ’n form fan sportfissen.
De rustige Waddensee feranderde deur ’n opstekende storm in ’n kolkende watermassa.
Ondanks ’t heldhaftige optreden fan ses Westhoekster fisserloi waren d’r dochs slachtoffers onder de poerders te betreuren: Bruin Frederik Barendsma, Hendrik Radelaar, Bernardus Tromp, Jacob Verf, allegaar út Luwt.

(Volgens mij is die tekst voor iedereen redelijk leesbaar, dan wel voor het overgrote deel te begrijpen… ‘Luwt’ = Leeuwarden).
  
Ik had tot vanmiddag nog nooit van poeren gehoord.
En al helemaal niet van deze poerdersramp…

Ik was 5 jaar en mijn herinneringen van wat er zich 25 sept 1935 afspeelde is minimaal. Wat wel gegrift blijft is de armoede daarna van een (geweldige) moeder met 6 kinderen in de crisistijd en de daarop volgende oorlog 40-45.
(…)

Het zijn de eerste twee zinnen die geschreven zijn als reactie op een artikel van het Friesch Dagblad, en die ik zojuist heb gevonden op het worldwideweb.

Ineens kreeg het monument van een bijna vergeten ramp een ziel.

Monument Poerdersramp op de zeedijk in de Westhoek

woensdag 4 januari 2012

246

Een beeldblog, deze keer.
Geen idee waar Tim’s haaractie voor staat? Dan eerst even kijken op:
Blog 235
Blog 236


The day before

Twee vlechtjes

Tim heeft nog lang haar


Tim zijn haar wordt gevlochten en geknipt


Tim met stekels gaat nu zelf knippen


En vlecht twee...

Met kapper Tim op de foto

Het bijzondere knipresultaat


Reddingsactie van kapper Mylène uit Vledderveen



En nu maar weer zo'n drie jaar sparen voor de Stichting Haarwensen


zaterdag 31 december 2011

245

Ik had allang gezien welke sites mijn lief regelmatig bezocht op zijn Iphone: pagina’s waarop gitaren stonden en soms te koop werden aangeboden. In stilte werd gedacht, gezwijmeld en gedubd.
Afgelopen nacht werd rond half een de knoop doorgehakt! Die ene moest hij in het écht zien, voelen en bespelen.
En zo reden we vandaag, op de laatste dag van 2011, naar een dorpje in Noord-Brabant waar mijn lief een afspraak had met een jongeman die een van zijn gitaren wilde verkopen. Met enige pijn in het hart weliswaar, maar een gitaar die vrijwel alleen in de koffer opgeborgen ligt, is zielig.

We waren iets te vroeg en verlieten nog even de snelweg voor een uitsmijter in een troosteloos wegrestaurant: met ons meegerekend zaten er vijf mensen te lunchen in de serre met kunststof kozijnen. Wij aan een tafel met een laken met een enorm gat er in. We dronken jus d’orange-uit-pak en aten elk drie eieren op bruin brood. Prima lunch.

Het koperen naambordje naast de deur, met daarop twee namen, verklapte dat er ook een hond in huis was. Die sloeg dan ook meteen aan toen mijn lief aanbelde. De gemuilkorfde hond was helemaal niet zo fout; slechts zenuwachtig van al het vuurwerk dat door wel heel jonge kinderen werd afgestoken op de straathoek. De vrouw des huizes stelde zich voor en kroop daarna weer achter de computer in de woonkamer. Bon Jovi schalde door het huis en zij zong volop mee. De heer des huizes ging ons voor de trap op naar zijn muziekkamer.

Van een van de slaapkamers waren de muren kobaltblauw geschilderd, er stond een klein kastjes met wat flessen whiskey er op (duidelijk voor de sier) tegen de wand, in de hoek een lekkere fauteuil, en tegen de andere wand de gitaarversterker. Op drie standaarden stonden gitaren. De gitaar waar mijn lief voor kwam lag klaar, in de open koffer, op de grond.
Dit was het domein van een muzikant.

Ik heb geen verstand van gitaren; ik kijk naar een gitaar als naar een auto, namelijk naar de vorm en naar de kleur. En toen ik de gitaar in de koffer zag was ik al verkocht. Maar daar ging het niet om. Het ging er om, er achter te komen of mijn lief een klik had met ‘hem’.

Binnen een half uur stonden we weer beneden in de gang.
“Willen jullie misschien wat drinken?” Nee, we hoefden écht niets.
Of we dan misschien wat drinken mee wilden voor in de auto. “Ik heb pakjes Yogho” zei de vrouw des huizes.
De schat.
Maar ook de pakjes yoghurtdrink sloegen we af.
Want wat valt er nog te wensen over?
Mijn lief heeft een gouden gitaar in een koffer die aan de binnenzijde bekleed is met roze pluche!

vrijdag 30 december 2011

244

Soms zie je ze liggen in van die woonprogramma’s op tv: salontafelboeken. Dikke boeken die bedoeld zijn om eens lekker door te bladeren op de hippe loungebank. Boeken die vooral ook uitstralen: ik weet wel wat écht mooi is, ik ga voor de kunst en niet voor de kitsch. Een fotoboek van modeontwerper Hans Ubbink mag op tafel liggen. Van fotograaf Erwin Olaf of Paul Huf is denk ik ook prima. Of van een wereldberoemde architect… die ik niet ken…
Als het maar dik, duur,glanzend, zwaar en heel mooi is.

Ondanks dat ik geen salontafel heb (maar wel heel veel ruimte om door de kamer te dansen), heb ik sinds kort ook een salontafelboek! Gekregen van Sinterklaas en heel erg leuk om écht door te bladeren, en niet alleen voor de sier te hebben.
Het boek: list-o-pedia.
Met als ondertitel: Honderden interessante, bizarre en best wel leerzame lijstjes die je écht moet kennen.

Ik ben best wel van de lijstjes. Ik maak boodschappenlijstjes en wanneer ik een stok achter de deur nodig heb in het huishouden maak ik een lijstje met klusjes. Niet omdat ik niet kan onthouden dat ik boodschappen moet doen, glas en oud papier weg moet brengen, douche en toilet schoon moet maken, de afwas moet doen, de was moet draaien en ophangen en het hele appartement moet stofzuigen. Maar zonder lijstje schuif ik dat soort dingen voor mij uit, terwijl het als een trein gaat wanneer ik gedane zaken kan afstrepen. Het afwerken van het lijstje wordt een doel op zich. En dat werkt dus voor mij.

Terug naar mijn salontafelboek.
Zoals de ondertitel al aangeeft staan er best wel vreemde lijstjes in. Lijstjes waar je van denkt: “Hoe bedenkt iemand het om dat uit te vogelen”. Bijvoorbeeld het lijstje met 10 klein uitgevallen leiders, waarin onder andere staan:
Benito Juarez – Mexico (1806 – 1872) – 1,37 meter
Deng Xiaoping – China (1904 – 1997) – 1,50 meter
Koningin Victoria – Engeland (1819 – 1901) – 1,52 meter
Jozef Stalin – Sovjet-Unie (1878 – 1953) – 1,63 meter (ik ook…)
Francisco Franco – Spanje (1892 – 1975) – 1,63 meter
Michinomiya Hirohito – Japan (1901 – 1989) – 1,65 meter
Nicolas Sarkozy – Frankrijk (1955 – leeft nog steeds) – 1,65 meter
Napoleon Bonaparte – Frankrijk (1769 – 1821) – 1,68 meter
Dus zo heel klein was die Napoleon niet. Het is maar met wie je hem vergelijkt.

270 pagina’s met heel uiteenlopende lijstjes!
Van ‘10 kleuren die niet meer kunnen’ tot ‘8 door Darwin gegeten dieren’.
En van ‘6 bijgeloven over bezems’ tot ‘8 zinloze bizarre handelingen’.
Van ’14 dodelijkste natuurrampen’ tot ’14 leugens die films ons wijsmaken’
En van ’14 schandalen die nu oubollig lijken’ tot ‘4 op origami geïnspireerde instrumenten’.

Tsja, en of dat nu allemaal lijstjes zijn die ik écht moet kennen. Dat denk ik niet, maar het is wel gewoon een leuk doorbladerboek!

Hmm, misschien een lijstje voor de volgende editie: ’10 boeken die gewoon alleen maar leuk zijn en niet hoeven uit te stralen dat de eigenaar zo enorm sophisticated is’…

donderdag 29 december 2011

243

In blog 187 vroeg ik mij al eens af wat ik zou kunnen gaan doen, wanneer ik straks de 365 blogs heb geschreven voor deze (gelijkluidende) blogpagina. Ik zocht naar een nieuwe opdracht voor mezelf, en dacht aan 100 blogs over een onderwerp. Het thema 'eten & drinken' kwam langs in mijn gedachten, en ‘Leeuwarden’. Op mijn opmerking dat suggesties voor een nieuwe opdracht of nieuw thema welkom zijn, heb ik tot op heden geen reactie(s) ontvangen. Maar wat niet is, kan nog komen nietwaar!?

Inmiddels heb ik wel zelf nog een mogelijk thema bedacht voor de volgende reeks (nadat ik de 365 vol heb – nog 122 te gaan). Deze week kreeg ik namelijk de Issuekalender 2012 onder ogen. Op die poster (ik kreeg ‘m op papier, maar hij staat ook gewoon op het internet – LINK) staan de speciale dagen, weken en maanden aangegeven.

Van ‘vroeger’ op de lagere school weet ik dat ‘de week van het brood’ bestaat. En ook de borstkankermaand – oktober – is de afgelopen jaren flink bekend geworden (en is inmiddels ook door wat minder positieve berichten veel in het nieuws geweest). De diverse collecteweken ken ik ook: hartstichting, astma, maag/lever/darm, diabetes etc. etc.
Maar dan zijn er nóg heel veel bijzondere weken en dagen… gebombardeerd door voornamelijk ondernemers, brancheverenigingen, goede doelen en humoristen (denk ik).

Echt voor bijna elke dag is wel een ‘issue’.
Neem alleen al de eerste maand van 2012:
          Nieuwjaarsdag
          Wereld Braille Dag
          Werelddag voor Oorlogswezen
9 – 15    Week van het Vermiste Hart
15         Wereld Religie Dag
15 – 22  Week van het Gebed
17         Dag van de Media
17         Dag van het Jodendom
18         Het Nationaal Voorleesontbijt
18 – 28  De Nationale Voorleesdagen
21 – 22  De Nationale Tuinvogeltelling
22 – 28  Europese Baarmoederhalskanker Preventieweek
23 – 27  Week van de Slokdarmkanker
25         Tegenovergestelde Dag
26         Dag van de Zorgverzekeraars
26         Nationale Gedichtendag
27         Internationale Herdenking van de Holocaust
28         Europese Dag van de Privacy
29         Wereld Yoga Dag
29         Wereld Lepra Dag
31         start Week van de Gastronomie

Wat ik mij moet voorstellen bij de ‘Week van het Vermiste Hart’ of de ’Tegenovergestelde Dag’ weet ik niet. Maar dat zou ik kunnen uitzoeken.
En ik heb er daarna ook vast en zeker wel een mening over. Daar zit ik niet over in.

Ja, die issuekalender 2012 zou nog wel eens heel goed van pas kunnen komen.
Goed bewaren!

zaterdag 24 december 2011

242

Zo aan het eind van het kalenderjaar ‘moet’ er zo veel. De rest van het jaar trouwens ook wel, maar zo rond Kerst en op oudejaarsavond gaat er nog even een tandje bij. Van heel veel dingen die ‘moeten’, ‘horen’ en ‘verwacht worden’, trek ik mij weinig aan… en zo ook van de dingen die moeten rond Kerst.
·         Ik heb geen bergen boodschappen in huis gehaald, maar gewoon aardappels, broccoli en vegaburgers. En nee, het is ook niet zo dat wij de komende dagen familiediners op het programma hebben staan, waardoor mijn eigen boodschappenlijstje zo gewoon was.
·         de tuincentra, interieurwinkels en warenhuizen hebben ook geen goede klant aan mij gehad: in mijn huis geen kerstboom, geen kerstversiering, geen takken, ballen en slingers;
·         de momenten dat ik alleen ben, voel ik mij helemaal niet eenzaam. En dat druist helemaal in tegen het gevoel dat geprobeerd wordt op te dringen. Mensen mogen iedere dag alleen en eenzaam zijn, maar twee dagen per jaar mag dat niet.

Aan een paar verwachtingen wil ik best even voldoen. Bijvoorbeeld aan de kerstmuziekverwachting (lees blog 238 en blog 240), het sturen van kerstkaarten (kaartje altijd leuk) én aan het mijmeren over hoe de kerstdagen vroeger waren.

Tot op mijn negende woonden wij in een leuk huis, dat vooral door hait wel redelijk in kerstsfeer werd gebracht eind december. In de kamer werd naast de piano een grote kerstboom geplaatst en dat betekende dat één deur naar de kamer niet meer open kon. Aan de gangkant van die deur werd dan een visnet opgehangen, zodat duidelijk was dat het tijdelijk geen doorgang was. De kerstboom was eigenlijk zelfs wat té groot, dus hait zaagde altijd wat takken af en hij kortte een aantal in. Die stukjes groen werden in het visnet gestoken.
Ook heeft hait eens een fietswiel versierd met die stukjes afgeknipt groen en dat wiel werd vervolgens aan het plafond gehangen. Of er ook een slinger lampjes in verwerkt was, weet ik eigenlijk niet meer.
Voor het grote raam had hait een raamwerk getimmerd, dat aan het eind van het jaar aan de binnenzijde van het glas werd geplaatst. Het grote voorraam was dan tijdelijk verdeeld in kleine vakjes. Nu ik erover nadenk werd het raam eerst een aantal jaren in vakjes verdeeld door rood lint en rode tape, en kwam later dat lattenwerk. Tsja eens een timmerman, altijd een timmerman.
In de vakjes werd vervolgens met spuitsneeuw een randje gespoten en figuurtjes: klokken en sterren. Eén jaar was de spuitsneeuw écht verschrikkelijk geweest… het was bijna niet meer te verwijderen. Mem heeft heel wat afgepoetst op het glas met spiritus, zeepsop en wat al niet meer voor chemische goedjes.

Mem was een tweede kerstdag-kind.
Op tweede kerstdag kwamen dus steevast ‘Witmarsum’, ‘Winsum’ en ‘Makkinga’. Later kwam ‘Neede’ er bij. Die plaatsen staan voor familieleden die op verjaardagsvisite kwamen. En de ‘sport’ was om goed te voorspellen wie als eerste zouden arriveren. De oom en tante uit Witmarsum of de neef en nicht uit Winsum?
Bij iedere verjaardag kwam het Mexicaantje op tafel: een klein zwart poppetje met een gitaartje, en dat gitaartje was een flesopener.

Mexicaantje staat nu bij mij thuis.
Ik kan nu heel sentimenteel gaan doen: op tweede kerstdag hoeven we, nee kúnnen we niet meer op verjaardagsvisite gaan, omdat mem er niet meer is. Maar ik durf wel hardop te zeggen, dat wanneer mijn ouders er nu nog zouden zijn, ik vast ook wel eens verschrikkelijk zou balen, vanwege een verplicht bezoek op tweede kerstdag.

Want dat moet ook tijdens Kerst, het hoort er zo bij: zeuren over verplichtingen.
Bij deze voldaan aan nog een verwachting!

vrijdag 23 december 2011

241

Nog een, en dan komt er als het goed is een terug!
Dit moet een prikkelende eerste zin voorstellen die uitnodigt tot doorlezen. Maar volgens mij ben ik niet zo goed in eerste zinnen…

Anyways, waar ik het over wilde hebben is: postcrossing.

Voor wie postcrossing niet kent, een beknopte uitleg.
Iedereen met een computer, internetverbinding en e-mailadres kan zich inschrijven in een grote database. Een computerprogramma bepaalt vervolgens wie aan wie een kaartje moet sturen. De ingeschrevenen krijgen via e-mail het adres waar ze een kaart naartoe moeten sturen.
En dan niet een digitale kaart, maar een echte!
Dus er gaan allemaal echte, kartonnen ansichtkaarten over de hele wereld, waarbij mensen in een paar zinnen iets vertellen over bijvoorbeeld zichzelf of de plaats of het land waarin ze wonen, aan een wildvreemde. Om te controleren of de ingeschrevenen serieus zijn en daadwerkelijk kaarten op de bus gooien, wordt er gewerkt met codes. De ontvanger laat aan de hand van die code op de ansichtkaart weten, dat de kaart inderdaad is bezorgd.

Op een profielpagina kan iedere ingeschrevene iets over zichzelf vertellen (als hij of zij dat wil), zodat degene die hem of haar een kaartje moet sturen, de keus van de kaart of de tekst daarop kan afstemmen. Bijvoorbeeld: ik houd (absoluut niet) van kaarten met daarop een kunstwerk, bloem, hamster, kerk etc. etc. Een levensverhaal kan natuurlijk ook…

Sinds vorige week ben ik ingeschreven op die internationale website www.postcrossing.com en heb ik vier ansichten over de wereld gestuurd: twee naar de voormalige USSR, een naar Finland en een naar de USA.
Allemaal vrouwen. Is dit een vrouwendingetje?
Ik kan het zo snel niet vinden op de website van postcrossing, maar ik zou het mij zo kunnen voorstellen… Wat ik wel vond, is dat er op dit moment 273.852 mensen hieraan meedoen uit 202 landen, en er zijn al 9.579.219 kaarten ontvangen (en dus ook minimaal verzonden).

Ik weet niet wie dit hele stuur-elkaar-een-kaartje-systeem heeft bedacht – ik denk een ansichtkaartenuitgever of een bezorgdienst – maar ik vind het leuk.
Niet meer en niet minder dan ‘leuk’.
Ik vind het leuk om een kaartje te sturen en een kaartje te ontvangen. En dan vind ik het vooral leuk wanneer het bekenden betreft (zus G en vriendin A zijn nogal van het kaarten sturen, dank daarvoor!), maar ook onbekenden (denk ik).
Mocht het toch niet zo leuk blijken te zijn, dan kap ik er gewoon weer mee.
Dat dat gemakkelijk kan is dan ook wel weer leuk.